Rohmers debuutfilm, Le Signe du Lion (opgenomen in 1959 maar pas uitgebracht in 1962) bleek een financieel fiasco. Het zou vervolgens acht jaar duren vooraleer de cineast een tweede lange speelfilm kon maken. Rohmer bleef intussen echter niet bij de pakken zitten: hij leende 16mm-apparatuur van vrienden en realiseerde een korte en een middellange film (La Boulangère de Monceau en La Carrière de Suzanne) die samen ook de twee eerste delen vormen van zijn cyclus Contes moraux.
In vergelijking met zijn nouvelle vague-collega’s (Jean-Luc Godard, François Truffaut, Jacques Rivette en Alain Resnais) zocht Rohmer zijn inspiratie veeleer in literatuur en filosofie dan in cinema. Net als bij Yasujiro Ozu en Jean Renoir schuilt zijn kracht niet in cinematografische bravoure, maar in zijn kunst om met de camera zo nauwkeurig mogelijk de emotionele waarheid van zijn karakters bloot te leggen. Dat komt voor het eerst echt tot uiting in La carrière de Suzanne.
De hoofdpersoon is de gereserveerde achttienjarige student Bertrand (Philippe Beuzen), die weinig succes heeft in de liefde en daarom de cynische, misprijzende houding van zijn iets oudere vriend, Guillaume (Christian Charrière) nabootst.
Zoals in veel nouvelle vague-films lijken de protagonisten hun dagen door te brengen op café – tenzij ze natuurlijk door de Parijse straten slenteren – waar ze niet alleen praten, discussiëren, observeren en drinken, maar ook lezen, studeren, eten en meisjes versieren. Ze doen er kortom alles aan om te ontsnappen aan de eenzaamheid van hun benepen kamer.
Op een dag ontmoet de ‘Don Juan’ Guillaume in zo’n café (in Frankrijk ook wel zinc genoemd – oorspronkelijk een term voor de toog, maar tegenwoordig gebruikt voor het hele café) Suzanne (Catherine Sée), met wie hij een gesprek aanknoopt. Al snel nodigt hij haar uit voor een feestje bij hem thuis, met de bedoeling haar te verleiden, wat hem ook lukt. Hun relatie kent echter zowel hoogte- als dieptepunten, waarvan Bertrand de hulpeloze getuige is.
Bertrand is tegelijk een komisch en aandoenlijk personage. Zo weigert hij aanvankelijk steevast een uitnodiging van Guillaume voor een cafébezoek of een surboum (een spontaan huisfeestje), met het excuus dat hij moet studeren of de volgende dag een examen heeft, om vervolgens toch telkens overstag te gaan en de uitnodiging te aanvaarden. De dynamiek van hun vriendschap is op dit patroon gebaseerd.
Bertrand ergert zich aan wat hij beschouwt als de losse moraal en vrijgevochten opvattingen van Suzanne, terwijl Guillaume hem probeert te koppelen aan Sophie (Diane Wilkinson), een vriendin van haar. Ondertussen hebben de twee maten er geen moeite mee om Suzanne – die financieel beter gesteld is – de rekeningen te laten betalen.
De vriendschap tussen Guillaume en Bertrand heeft ook een autobiografische dimensie: in de tegenstelling tussen de cynische verleider, die zowel zijn veroveringen als zijn bons mots aaneenrijgt, en de dromerige jongeman die zijn kwaliteiten nauwelijks durft te benutten, weerspiegelt Rohmer zijn eigen relatie met Paul Gégauff, de dialoogschrijver van Le Signe du Lion.
Op een bepaald moment zet Guillaume Bertrand ertoe aan om zijn vermeende paranormale gaven te demonstreren, zoals het doen bewegen van de tafel waaraan ze zitten. Het is de eerste keer dat Rohmer in zijn verder realistische kronieken een bovennatuurlijk element introduceert – iets wat hij later vaker zal doen en dat een hoogtepunt bereikt in Le Rayon vert.
Rohmer was zelf niet geheel tevreden over de technische tekortkomingen van deze eerste twee morele vertellingen. Hoewel ze al de thematiek van trouw en de cartesiaanse logica van zijn latere werk bevatten, missen ze nog de psychologische verfijning die zijn latere werk zal kenmerken.
- Patrick Duynslaegher
Image gallery
Generiek
Éric Rohmer
Catherine Sée, Philippe Beuzen, Christian Charrière, Diane Wilkinson, Patrick Bauchau, Jean-Claude Biette, Jean-Louis Comolli, Pierre Cottrell
Éric Rohmer
Daniel Lacambre, Jackie Raynal
Éric Rohmer
Barbet Schroeder
Les Films Du Losange
Meer informatie
Frans
Frankrijk
1963