80d7c9a3 226d 4d3d b878 20b3f9e4a922

Éric Rohmer

Conte de printemps (A Tale of Springtime)

Regisseur Éric Rohmer Met Anne Teyssèdre, Hugues Quester, Florence Darel

Ontdek het programma van FFG2026

Van premières tot klassiekers: bekijk alles wat Film Fest Gent te bieden heeft.
Bekijk het programma
Bekijk het programma
108' - 1990 - Drama, Komedie, Romantisch - Drager: DCP - Taal: Frans
Na zijn zes Contes moraux en zes Comédies et proverbes begint Rohmer aan een nieuwe cyclus, genoemd naar de vier seizoenen. Het eerste staat in het teken van de lente, een seizoen dat een heimelijke invloed uitoefent op het gedrag van de personages.Het scenario ontstond vanuit zowel muzikale als filosofische inspiratie. Rohmer, wiens broer Réne Schérer een filosoof was, werd in zijn studiejaren sterk beïnvloed door La pensée d’Alain (Alain is het pseudoniem van Emile-Auguste Chartier). Dit rationeel humanisme legt de nadruk op vrijheid, individuele verantwoordelijkheid en verzet tegen despotisme. Zijn bekende leuze “Penser, c’est dire non”, vat die kritische houding tegenover vooroordelen en intellectuele luiheid treffend samen. Eind jaren tachtig herleest Rohmer bovendien het werk van de Duitse Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant. Dit leidt tot een erudiet essay, De Mozart en Beethoven, waarin Rohmer de opvattingen analyseert van verschillende grote filosofen over de muziekkunst.
13
dinsdag oktober
17
zaterdag oktober

Rohmer maakt van zijn heldin Jeanne (Anne Teyssèdre) een leerling-Kantiaan: een filosofiedocente die, geconfronteerd met een schoolvoorbeeld – het verhaal van een gestolen halsketting waarbij een jong meisje haar stiefmoeder beschuldigt – de grenzen van kennis en de relativiteit van de waarheid ervaart. Deze “Grenzen der Erkenntnis” verwijzen naar Kants idee dat het menselijk verstand niet alles kan doorgronden. Het meisje in kwestie, Natacha, is pianiste, net als Florence Darel, de actrice die haar vertolkt. De film wordt dan ook opgeluisterd met composities van Robert Schumann en Ludwig van Beethoven.

Jeanne, die zich nergens echt thuis voelt, is wellicht de Rohmer-heldin die het vaakst verhuist. We zien haar voortdurend haar spullen – kleren en schaarse bezittingen – bijeenrapen om van de ene plek naar de andere te trekken: het rommelige appartement dat ze deelt met haar tijdelijk afwezige en slordige minnaar; haar eigen kleine flat in Parijs die ze aan een nicht heeft uitgeleend; het luxueuze appartement van de jonge muziekstudente Natacha, die ze op een feestje ontmoet en met wie ze al snel vriendschap sluit en vertrouwelijkheden deelt; en het buitenverblijf op het platteland van Natacha en haar vader Igor (Hugues Quester). Die laatste heeft een vriendin, Eve (Eloïse Bennett), die niet ouder is dan zijn dochter en door haar wordt verafschuwd. Jeanne krijgt gaandeweg het gevoel dat haar nieuwe vriendin haar doelbewust heeft aangetrokken om de plaats van Eve in het leven van haar vader in te nemen.

Rond dit ogenschijnlijke complot weeft Rohmer een moderne marivaudage, waarin het triviale en het sprookjesachtige – zoals de symbolische betekenis van het gestolen of verloren halssnoer, een klein complot binnen het grotere geheel – fijntjes met elkaar verweven worden. Naar gebruikelijk tateren de personages er duchtig op los en proberen ze hun gevoelens zo helder mogelijk te verwoorden, wat hen tegelijk tot een zekere mate van zelfkennis brengt.

Rohmers ironische toon compenseert het soms irritante gebabbel en gefilosofeer van zijn geaffecteerd “bon chic, bon genre”-kwartet – mannen met een blauwe trui losjes om de schouders geknoopt, vrouwen in horizontaal gestreepte T-shirts – door een luchtige benadering die ook visueel wordt doorgetrokken in de pastelkleuren van de interieurs. De speelse praatpartijtjes hebben soms iets pedants, maar ook dat wordt door Rohmer zelf op de korrel genomen, bijvoorbeeld in de lange scène waarin Natacha, Eve en Igor discussiëren over Kants synthetische oordelen en de fenomenologie van de Oostenrijks-Duitse filosoof Edmund Husserl. Conte de printemps is zeker geen zware intellectuele oefening. Rohmer maakt er veeleer een speelse, licht spottende observatie van intellectuelen van – een liefdevolle satire op mensen die alles willen verklaren.

Tot slot is het een van de zeldzame films van Rohmer die niet in het 1.33:1 formaat werd gedraaid, maar in 1.66:1.

- Patrick Duynslaegher

Image gallery

52a8f2b4 359e 468b a65d fd026c44c221
3ee8767e 4f07 45a8 b610 06598f11ff8b
D60c1fc3 241a 4c00 bff2 8bb14dd43498
92f31af4 8aa4 40cb 83cc cb7f0f19d81e
Fe4b2fc6 504a 48e2 8801 451b9b3acaee
80d7c9a3 226d 4d3d b878 20b3f9e4a922
69c63fb6 2417 41c5 8558 01e8969656fa
E7cf6317 713f 482f b40b 064a62932a5b

Generiek

Regisseur

Éric Rohmer

Met

Anne Teyssèdre, Hugues Quester, Florence Darel

Scenario

Éric Rohmer

Cinematograaf

Luc Pagès

Monteur

María Luisa García

Producent

Margaret Ménégoz

Productiebedrijven

Compagnie Eric Rohmer (CER)

Meer informatie

Taal

Frans

Productielanden

Frankrijk

Jaar

1990

Technische gegevens

Drager
DCP