Classics FFG2022: Im Sang-soo ('The Housemaid' (2010))

The Housemaid 2010
Nieuws Verdieping 13 okt 2022
Im Sang-soo hoort tot wat de lokale media bestempelen als de ‘generatie 386.’ Het gaat hier om Zuid-Koreaanse cineasten die geboren zijn in de jaren 1960, in de jaren 1980 manifesteerden tegen de dictatuur en op hun 30ste voordeel halen uit de economische en democratische heropleving van hun land.

Vertoningen

door Patrick Duynslaegher

Kim was van jongs af aan bezeten van film maar wist aanvankelijk niet te kiezen tussen het schrijven van recensies (hij was enkele maanden filmcriticus) en het maken van films. Toen hij zag dat hij met het tweede meer kon verdienen, was zijn keuze snel gemaakt. Naar het voorbeeld van vele Zuid-Koreaanse cineasten die zoals hij in de jaren 1960 geboren werden onder een autoritair regime ging Im sociale wetenschappen studeren alvorens in de leer te gaan bij de oude meester Im Kwon-taek die doceerde aan de enige filmschool in het land, de Korean Film Academy. "De condities waren erg precair," zegt Im over zijn filmopleiding. "Er waren bijna geen professoren, weinig cursussen. We hadden wel pellicule en een camera tot onze beschikking. Voor mij was die ervaring de grondslag die ik nodig had."

Na een kortfilm als eindwerk droomt hij ervan de film Tears te maken, het portret van een zekere jonge generatie die door de Koreaanse maatschappij in de ban wordt geslagen en verzinkt in de marginaliteit en de desillusie. Geconfronteerd met het onbegrip en het misprijzen van producenten en commissies, zet hij eerst zijn zinnen op een ander project waarmee hij wel geldschieters hoop te vinden. "Ik ontdekte dat ik mijn carrière kon lanceren door overspelige jonge vrouwen te tonen die uit de kleren gaan." Vandaar zijn eerste film: Girl’s Night Out.

Als Hong Sang-soo de Koreaanse Rohmer is, dan is Im Sang-soo de Koreaanse Chabrol. Niet stilistisch, want Ims visuele stijl is dermate glad dat je er bijna over uitglijdt, maar wel in zijn scherpzinnige en sarcastische kijk op de (hoge) burgerij en de (politieke) elite.

Girl’s Night Out (1998)

Bittere kroniek van de seksuele en sentimentele avonturen van drie vrouwen. Om kort door de bocht te gaan kun je de film omschrijven als de Koreaanse versie van Sex and the City.

Girl's Night Out© Girl's Night Out

De film toont ook de ontgoocheling van een hele generatie die de val van het militaire regime heeft meegemaakt. Centraal staan enkele vriendinnen: een serveerster die zich slecht voelt in het departement seksualiteit, een vrijgevochten zakenvrouw, een biologe die zonder man in haar leven voor haar baby zorgt. De film schokte de goegemeente door zijn frontale mise-en-scène van seksualiteit. In een metropool in volle verandering wordt het vrouwelijk lichaam een sterk symbool van moderniteit. Met sterke rollen van Jin Hee-kyung en Kang Suyon.

Tears (2000)

Im draait zijn tweede film voor een schijntje (goedkope digitale camera, ploeg herleid tot het strikte minimum, opname met verborgen camera). Alhoewel hij al een dertiger is als hij deze film maakt, zegt hij dat het hier om zijn afscheid aan zijn jeugd ging en hij met deze film in de maturiteit belandde. De protagonisten zijn delinquente adolescenten die zich afkeren van de samenleving en die zoals in een film van Larry Clark met handcamera gevolgd worden. Afgezien van Jang Sun-woo (Timeless Bottomless Bad Movie) is er geen enkele hedendaagse regisseur die zo frontaal de keerzijde toonde van het Zuid-Koreaans economisch mirakel, waardoor hij het risico loopt dat hij breekt met de locale industrie. De film oogst weinig bezoekers maar Im mag de film in 2001 presenteren op het festival van Berlijn, het begin van zijn internationale erkenning.

A Good Lawyer’s Wife (2003)

Zijn derde film wordt na een opgemerkte vertoning op het festival van Venetië geselecteerd op het festival van de Aziatische film in Deauville waar Im uit handen van Olivier Assayas de Grand Prix ontvangt. Vormelijk is dit Ims meest conventionele film al is hij nog altijd behoorlijk provocerend (zie de scène met de moord op het kind). Met deze erotische feministische dramatische komedie gesitueerd in burgerlijke interieurs besluit Im een gedesorganiseerde trilogie over de recente geschiedenis van Korea.

A Good Lawyers Wife 2003© A Good Lawyers Wife 2003

De belangrijkste kwaliteit van de film is de naturel waarmee Im de seksuele en fysieke verhoudingen tussen zijn personages in beeld zet. Dat de advocaat en zijn vrouw elkaar bedriegen zorgt voor de nodige verwikkelingen die elk afzonderlijk raak geobserveerd zijn maar weinig invloed hebben op de totaliteit van het verhaal zowel psychologisch als emotioneel. Elk voorval, hoe dramatisch ook, lijkt niet op de volgende te wegen. Het vermoorde adoptiekind is snel vergeten als de heldin opnieuw zwanger wordt. De stijl van de film is neutraal en gelikt maar diep snijdt het allemaal niet.

The President’s Last Bang (2005)

De meest controversiële film uit de recente geschiedenis van de Koreaanse cinema toont de reconstructie van de moord op 26 oktober 1979 op Park Chung-hee, president en dictator van Zuid-Korea door Kim, zijn trouwste vriend en ook chef van de KCIA (Korean Central Intelligence Agency). De moordaanslag heeft plaats tijdens een rijkelijk banket en nachtelijk feestje waarbij de libidineuze pro-Amerikaanse en anti-Japanse president en enkele rivaliserende getrouwen het gezelschap krijgen van een zangeres en een aankomend filmsterretje.

Im Sang-soo geeft zijn persoonlijke interpretatie van een politiek moordcomplot dat in veel opzichten nog steeds niet opgehelderd is en voor onverwerkte trauma’s zorgt. Beseffend hoe gevoelig het allemaal lag werd het scenario in het grootste geheim ontwikkeld. De film schopte schandaal in het thuisland; de dochter van de despoot en de leider van de centrumrechtse oppositie toen de film uitkwam, spande een proces in tegen de filmmaker.

De rechtse pers was in alle staten en opperde dat er limieten zijn aan de vrijheid van meningsuiting. De journaalbeelden waarmee de film opende en eindigde, moesten geschrapt worden. Wat vooral in het verkeerde keelgat schoot is dat Im Sang-soo de gebeurtenissen met een verwoestende zwarte humor in beeld zet. Hij ensceneert de intriges, de executie en de moord en de paniekerige reacties die volgen op de moord op de corrupte dictator die al achttien jaar aan het bewind is, in al hun triviale details. In de sombere vertrekken van het presidentiële paleis ontrolt zich een lange ceremonie van geklungel, verwarring, tirannieke willekeur en pompeuze machtswellust.

The President's Last Bang© The President's Last Bang

Clou van de film is de slordige, slecht voorbereide en chaotische moordpartij halverwege de film, in beeld gezet als een grotesk ballet vol vitaliteit en vulgariteit. Kim gebruikt hier een burlesk expressionistische stijl die verwant is aan de politieke requisitoiren van Elio Petri uit de hoogdagen van de geëngageerde Italiaanse cinema van de jaren ’70 (Indagine su un cittadino al di sopra di ogni sospetto, 1970; La classe operaia va in paradiso, 1971; La proprietà non è piu un forto, 1973; Todo Modo, 1976).

Dat er na al die jaren nog veel onduidelijk blijkt, zit ook vervat in de ambigue personages wiens motieven altijd in een waas van mysterie gehuld zijn. Het intense en anarchistische The President’s Last Bang is ook een film die tegen de stroom ingaat van de Koreaanse historische fresco’s die het nationalisme oppoken. In de (Franse) dvd uitgave worden de vier minuten archieffoto’s waarmee de film opent en sluit maar die er door de politieke censuur uit gekieperd werden weer ingelast.

The Old Garden (2007)

Ofschoon geen onverdeeld succes aan de kassa, deed The President’s Last Bang zoveel stof opwaaien dat Im zonder moeite zijn volgende film gefinancierd kreeg. In de woorden van Im gaat het om "het verhaal van een dictatuur die nog erger was dan de vorige en dat ik opvatte als het vervolg van een en dezelfde geschiedenis." Gebaseerd op de gelijknamige roman van de dissidente en verbannen schrijver Hwang Sok-yong die nooit zijn sympathie voor het regime van Noord-Korea verloochende, zet deze film Im Sang-soo’s ideologische radicalisering in. The Old Garden werd hoe dan ook geen succes. Volgens de regisseur was dit te wijten aan het feit dat een groot stuk van de oudere bevolking zijn buik vol had van de jaren van dictatuur en het jongere publiek onverschillig stond tegenover een periode die hen kon gestolen worden.

The Old Garden© The Old Garden

The Old Garden is het verhaal van een gewezen revolutionair die terugkeert naar het huis van zijn dode geliefde. Hij is net uit de gevangenis ontslagen en probeert iets terug te vinden van de jaren die hem gestolen werden. The Old Garden is een film die en cours de route van toon verandert. Het eerste uur laat het slechtste vermoeden: we kijken met enige verbazing naar een larmoyant melodrama dat ook slecht gefilmd lijkt, vol esthetische tics die typisch waren voor de jaren ’80. We zien de trieste liefdesgeschiedenis tussen een jonge man en een jonge vrouw tegen de achtergrond van de jaren ’80 in Korea (chronologisch situeert de film zich meteen na de evenementen uit The President’s Last Bang).

Maar plotseling vaart de regisseur een andere koers en wisselt het zeemzoete met het bitter zure, maakt het intieme plaats voor het collectieve. De scènes van de repressie door het leger tijdens de studentenopstand van Gwangju in 1980 zijn gefilmd met een kracht die de toeschouwer midden in het blind geweld slingert.

De film put zijn betekenis uit de confrontatie en het alterneren van de twee soorten beelden. Van het oppervlakkige graaft de film naar het diepere en schetst hij het portret van een samenleving die uitgehold is door de haat en het vergeten maar die er onder meer door de kunst (de heldin is een artieste) weer bovenop kan komen, een nieuwe basis kan leggen, een reconstructie van het verleden, een afstamming, een genealogie.

The Housemaid (2010)

Na The Old Garden wordt Im beschouwd als een subversieve opposant van het regime en neemt hij de wijk naar Frankrijk met de bedoeling er een nieuw scenario te schrijven. Hij onderbreekt dit werk als de gelegenheid zich voordoet om een nieuwe versie te draaien van Kim Ki-youngs ophefmakende The Housemaid, een cultfilm die je zou kunnen omschrijven als het Koreaans equivalent van een Italiaanse giallo.
The Housemaid 2010© The Housemaid 2010

Im Sang-soo’s remake van de Koreaanse klassieker uit 1960 volgt niet slaafs het archetypisch model maar spint er 50 jaar later een variatie op die zowel formeel als inhoudelijk flink en sierlijk op eigen benen staat en die de toch wel conservatieve moraal van de eerste versie op zijn kop zet. In deze Koreaanse fabel over le charme discret de la bourgeosie gaat een bloedmooie jonge vrouw als meid inwonen bij een rijkeluisgezin en wordt ze door haar aantrekkelijke baas verleid, zwanger gemaakt en tot een abortus gedwongen. Het is de eigentijdse Koreaanse versie van de droit de cuissage uit onze middeleeuwen. De sarcastische toon doet afwisselend aan Bunuel en Chabrol denken.

Het had een melodramatische draak over extreme klassenstrijd en exploitatie kunnen worden maar dankzij de elegante, glaciale stijl (mede gedicteerd door de westerse designdecors met oosterse accenten) en de geamuseerde afstandelijkheid wordt elke drang naar zwaarwichtigheid in de kiem gesmoord. Alles ontrolt zich in een statig huis dat bijna de allure krijgt van een tempel of mortuarium. De centrale plek is een grote traphal gedomineerd door een ostentatieve kroonluchter die nog een grote rol zal spelen in de destructieve finale van de film.

The Housemaid 2010© The Housemaid 2010

De gepolijste beelden, de geparfumeerde fotografie, het spel met symmetrie en kubistische vormen, de hyper geësthetiseerde erotiek (zoals de fellatio waarbij de man des huizes de lichaamshouding aanneemt van Leonardo Da Vinci’s De Mens van Vitruvius) maken de excessen van de sociale ongelijkheid tot een verrukkelijk en grandioze soap. En Jeon Do-yeon (die we ook kennen uit Lee Chang-dongs Secret Sunshine) is prachtig in haar mix van naïviteit, masochisme, sensualiteit, rancune en plotselinge razernij. Verleidelijke cinema van het verslavende soort en constant filmisch geïnspireerd.

The Taste of Money (2012)

Im pakt in deze satire de maffiose elite van zijn land aan. De jonge en aantrekkelijke Youngjak (Kim Kang-woo) is al tien jaar de secretaris van de familie Baek die een reusachtig industrieel imperium bezit, door en door corrupt is, haar bedienden exploiteert en zich nog verrijkt dankzij louche zaakjes met het Westen. De vader en president is niet meer dan een speelbal in handen van zijn vreselijke echtgenote (gespeeld door de hilarische Yun Yeo-jung die in haar jonge jaren de fetisj-actrice was van Kim Ki-young) erfgename en eigenares van de zaak. Haar man wreekt zich door een losbandig leven te leiden. De dag dat de president besluit om vrouw en kinderen in de steek te laten om zijn geluk te beproeven met de Indonesische meid klimt Youngjak hogerop in de hiërarchie van de Baeks en krijgt de schijnbare harmonie van de familie een flinke deuk. Hij moet nu alles doen om zelf niet in de valse en vernederende valstrik te trappen die voor hem wordt gelegd: deel uitmaken van de familie maar toch niet meer te zijn dan een bediende.

The Taste of Money© The Taste of Money

Im hangt eens te meer een vernietigend beeld op van een bepaalde laag van de Koreaanse bevolking, de superrijken die corrupt zijn tot op het bot, verzot zijn op Europese grands crus en mooie objecten maar gespeend zijn van enig humanisme en in hun absoluut cynisme tot alles in staat zijn. Je kan dit nadrukkelijk manicheïstisch noemen, ware het niet dat Im de kunst van het overdrijven tot in de toppen van zijn vingers beheerst en de toeschouwer heel wat plezier beleeft aan zijn bijtende komedie die bijna, maar net niet tot de grand guignol afglijdt. De opvallende esthetiek en glanzende verpakking is een lust voor het oog en verzacht enigszins zijn genadeloze kijk op het wanhopig spektakel van een elite die zwelgt in materialistische overdaad, wat beter samengevat wordt in de Franse titel L’Ivresse de l’argent dan in de originele.

Intimate Enemies (2015)

Ondanks de selecties op het festival van Cannes van The President’s Last Bang en The Taste of Money raakt Im in eigen land gemarginaliseerd door zijn politieke standpunten en kritiek op de nieuwe bourgeoisie. De filmindustrie is er nog altijd zeer conservatief. Hij draait dan maar voor rekening van 20th Century Fox, de Amerikaanse major die in Korea vaste voet op de grond probeert te krijgen, Intimate Enemies, een incoherente actiekomedie die het vooral moet hebben van zijn acteurs Ryo Seung-beom en Go Joon-hee. Hij laat ook hier zijn sociale kritiek niet achterwege, zoals we zien in de scènes met immigranten. De film wordt door de Koreaanse distributeurs die niets moeten weten van Fox gesaboteerd en is een fiasco aan de kassa.

Color of Asia (segment The Vampire Live next Door) (2015)

Ims bijdrage aan deze omnibusfilm is een genre-oefening over een jonge vampier die in een mortuarium werkt en op een dag het lijk binnenkrijgt van een jonge vrouw die verdronk in de zee. Ji Sung speelt de hoofdrol als een Johnny Depp-achtig personage.

Heaven: To the Land of Happiness (2020)

De premisse: een medicijnendief die op het punt staat gearresteerd te worden en een ontsnapte gevangene stelen zonder het te beseffen geld van gangsters. Gevangene 203 (Choi Min-sik) verneemt na een MRI scan dat hij een hersentumor heeft en nog twee weken te leven heeft. De andere, Nam-sik (Park Hae-il) is een man met een potentieel fatale medische conditie die geregeld dure medicijnen moet nemen die zijn budget overschrijden. Om in zijn voorraad te voorzien werkt hij in een ziekenhuis en moet hij voortdurend van ziekenhuis veranderen om aan de politie te ontkomen. Het lot brengt de twee bij elkaar.

Heaven To The Land of Happiness© Heaven To The Land of Happiness

De film bevat een groot aantal disparate elementen die op het oog niet combineerbaar zijn: politie die het vluchtende duo op de hielen zit, auto en motorfietsachtervolgingen, medische condities, slopende aanvallen, tienerangst, vader en dochter relatiekwesties, een vrachtwagen volgeladen met meloenen die oververhit en stilvalt, filosofische mijmeringen over de dood en het sterven. Op een of andere manier slaagt Im erin om al deze elementen tot een coherent geheel te smeden. De toon schippert moeiteloos tussen drama, tragedie en farce en in plaats dat dit de film ondermijnt is het integendeel een van de grote sterktes. (naar Jeremy Clarke)

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s ‘Woman in a Twilight Garden’, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.

Tags

Classics