In afwachting van zijn huwelijk, en terwijl zijn verloofde afwezig is, flirt de diplomaat Jérôme (Jean-Claude Brialy) tijdens een warme julimaand met de diverse vrouwen die hij ontmoet tijdens zijn verblijf in een zomervilla aan het meer van Annecy: een oude vlam, de schrijfster Aurora (gespeeld door de echte schrijfster Aurora Cornu), een intellectueel vroegrijp tienermeisje, Laura (Béatrice Romand) en haar oudere zus Claire (Laurence de Monaghan), naar wie zijn aandacht uiteindelijk afdwaalt.
Hij geraakt gefascineerd door haar slanke knie, die ze voor het eerst aan hem openbaart wanneer ze op een ladder staat om fruit te plukken. Haar knie wordt het punt waarop al zijn verlangens zich concentreren. Het aanraken van dit objet de désir groeit uit tot een ware kwelling. Rond de vraag of hij daarin zal slagen, weeft Rohmer een sublieme vorm van spirituele suspense.
Als geen ander weet hij de aarzelingen op te roepen van protagonisten die gekneld zitten tussen hun verlangens en hun ethische onwrikbaarheid. Het als een dagboek opgebouwde Le Genou de Claire schetst het portret van een man die vlotjes nieuwe verhoudingen aangaat, maar zich verplicht voelt om elk avontuurtje meteen intellectueel te verantwoorden. Dilemma dat een heus praatfestijn oplevert, terwijl Rohmer deze precaire literaire kwaliteit toch intens cinematografisch weet te dramatiseren. Rohmer creëert in zekere zin een dubbel narratief doordat de schrijfster Jérôme als proefkonijn gebruikt voor haar romaneske constructies. Ze provoceert hem om, bij wijze van spel, in te gaan op de avances van de vijftienjarige Laura. Wanneer Laura eindelijk ontdekt dat zijn obsessie gericht is op de knie van haar oudere zus Claire, probeert ze hem zelfs – in een heerlijk slapstick moment – te doen struikelen ter hoogte van Claires knie, maar hij grijpt ernaast. Het moment suprême volgt later wanneer Claire en Jérôme moeten schuilen voor een regenstorm en zij, in de war door de ontrouw van haar vriendje (Gérard Falconetti), op haar kwetsbaarst is. De hand die hij op de knie legt wordt daardoor veeleer een teken van tederheid dan van lust. De film eindigt bovendien met een elegante pirouette die ons een ander inzicht geeft in de handelingen van Claires aanbidder, op wie Jérôme stiekem jaloers is.
Het sleutelpersonage van de schrijfster is bijzonder slim bedacht omdat het Rohmer de mogelijkheid biedt om Jerômes zelfbespiegelingen – nog versterkt door zijn terugkeer naar de plek van zijn jeugd – tot een hoogtepunt te drijven. Dankzij dit personage hoeft de hoofdfiguur zich niet rechtstreeks als verteller tot het publiek te richten (zoals wel het geval is in La Collectionneuse). Zij fungeert als klankbord voor zijn eindeloze analyses van zijn diepste gevoelens en litanieën over liefde, vriendschap, ongelukkig zijn, lichamelijkheid en moraal.
Zelf zit ze overigens ook niet verlegen om scherp geformuleerde boutades. Zo zegt ze: “Ik val op alle mannen die ik tegenkom en omdat ik ze niet allemaal kan krijgen, wil ik er geen enkele.” En over een vrouw die Jérômes goedkeuring wegdraagt, beaamt ze: “Elle a une jolie architecture.”
Zoals steeds bij Rohmer zijn de personages sterk verankerd in hun omgeving. Dat blijkt al uit de openingsbeelden: een motorbootje op het meer, omringd door immense bergen die deels nog met sneeuw bedekt zijn. Onder een perfecte blauwe hemel – blauw is ook de kleur van Claires jurken en badpak – krijgen de “kleine” menselijke probleempjes iets futiels en bijna onbeduidends. Wanneer de personages met elkaar converseren of elkaar uitdagen op het tennisveld wordt dit vaak gefilmd in tweeshots, met op de achtergrond het majestueuze bergmassief.
Deze betoverend serene film vormt een hoogtepunt in Rohmers oeuvre en is tevens de meest zonovergoten bijdrage binnen de cyclus, mede dankzij cameraman Nestor Almendros wiens transparante en fijn geschakeerde kleurenfotografie een bedwelmende schoonheid verleent aan wat op het eerste gezicht niet meer lijkt dan een banale kroniek van wisselende gemoedstoestanden. De zwoele, zomerse sfeer geeft aan de subtiele arabesken een haast bedwelmend parfum. Al wordt die schoonheid door sommige personages heel anders ervaren: “De schoonheid die ons omringt is afschuwelijk”, zegt Laura.
Als de jeugdige allumeuse Laura maakt Béatrice Romand haar eerste, opvallende opwachting in een film van Rohmer; ze zal later nog meermaals schitteren binnen zijn universum. Ook Fabrice Luchini is een ontdekking van Rohmer en groeide uit tot een vaste waarde in diens oeuvre, en in de Franse auteurscinema in het algemeen. Met Le Genou de Claire zet Rohmer zijn experimenten uit La Collectionneuse verder: hij laat zijn jonge acteurs spelen in hun eigen vocabulaire, met hun eigen onhandigheid en persoonlijkheid.
- Patrick Duynslaegher
Image gallery
Generiek
Éric Rohmer
Jean-Claude Brialy, Aurora Cornu, Béatrice Romand, Laurence de Monaghan, Michèle Montel, Gérard Falconetti, Fabrice Luchini
Éric Rohmer
Néstor Almendros
Cécile Decugis
Barbet Schroeder, Pierre Cottrell
Les Films Du Losange
Meer informatie
Frans
Frankrijk
1970