Hoofdpersoon in deze terugkeer van Rohmer naar een meer klassieke vorm is een introverte, idealistische jonge vrouw, Blanche (Emmanuelle Chaulet) die zich vestigt in de Parijse satellietstad Cergy-Pontoise. Ze werkt er op het lokale cultuurdepartement en ontsnapt aan haar eenzaamheid dankzij een toevallige ontmoeting met de spontane Léa (Sophie Renoir). Hoewel Blanche niet sportief is en bang voor water, laat ze zich meeslepen naar het zwembad, waar ze gefascineerd geraakt door Alexandre (François-Eric Gendron), een getrouwde ingenieur met versierdersallures. Wanneer Léa op vakantie vertrekt, groeit Blanche steeds dichter naar Fabien (Eric Viellard), Léa’s vriend. Hun gedeelde passie voor windsurfen brengt hen nader tot elkaar, maar veroorzaakt tegelijk een groeiend schuldgevoel bij Blanche. De vederlichte plot ontvouwt zich als een zorgvuldig opgebouwde chassé-croisé, waarbij de kijker al snel aanvoelt waar de symmetrische constructie naartoe leidt.
De kracht van de film ligt minder in verrassingen dan in de natuurlijke vertolkingen en de subtiele observatie van menselijke relaties. Zoals vaker bij Rohmer gebeurt er ogenschijnlijk weinig: via dialogen, blikken en kleine gebaren onthult hij psychologische nuances en morele ironie. De spanning ontstaat uit de confrontatie tussen het sublieme en het banale, een kernmotief in zijn werk.
Opvallend is ook de sterke verwevenheid van personages en omgeving. Zelden was die wisselwerking zo dominant als in L’Ami de mon amie. De handelingen van het viertal worden meebepaald door het decor van Cergy-Pontoise, een kunstmatige, nieuwe stad aan de rand van Parijs, ontworpen door de neoklassieke architect Ricardo Bofill. De film opent trouwens met een montage van alle mogelijke hoeken van dit fel bekritiseerde nieuwbouwproject. De strakke lijnen en geometrie van de architectuur contrasteren met de chaotische emoties van de personages die pas tot rust komen in de natuur.
Zonder sociologische pretentie observeert Rohmer hoe mensen functioneren binnen zo’n geconstrueerde ruimte. Pleinen, wandelroutes en recreatieoorden vormen een toneel van toevallige ontmoetingen. Tegelijk lijken de personages proefkonijnen in een betonnen laboratorium – wat Rohmers enigszins reactionaire kijk op moderne architectuur verraadt. Door zijn beeldcomposities en de plaatsing van de personages in deze nieuwe stad, die trouwens meer op een klein dorp gelijkt, krijgt de postmoderne omgeving een overheersende rol. Visueel speelt de film geraffineerd met kleur en compositie: blauw en groen domineren het palet, met af en toe een rode toets als accent. Soms lijken groene en blauwe kostuums en gelijkaardige architectuurelementen zelfs met elkaar in dialoog te gaan.
Deze visuele intelligentie onderstreept dat Rohmers cinema, hoe eenvoudig die ook lijkt, een grote filmische verfijning verbergt. Voor liefhebbers biedt L’Ami de mon ami dan ook onweerstaanbaar charmante cinema.
- Patrick Duynslaegher
Image gallery
Generiek
Éric Rohmer
Jean-Louis Valéro
Emmanuelle Chaulet, Sophie Renoir, Anne-Laure Meury
Éric Rohmer
Bernard Lutic
María Luisa García
Margaret Ménégoz
Les Films Du Losange
Meer informatie
Frans
Frankrijk
1987