Rohmer verplaatst hier zijn ideeën naar gedrag, toeval en mise-en-scène. Het denken zit minder in de woorden, meer in de structuur van de gebeurtenissen.
Geen paniek: liefhebbers van Rohmers verheven, literaire stijl kunnen op beide oren slapen. La Femme de l’aviateur is nog steeds opgebouwd rond een handvol pratende personages, maar de onderwerpen waar ze zo fijntjes over uitweiden, zijn minder hoogdravend. Waar de Contes moraux variaties sponnen op zelfopgelegde theoretische beginselen, sluiten de Comédies et proverbes nauwer aan op de praktijk van de ‘banale’ zaken die Rohmer interesseren: de compromissen in de liefde, het precaire karakter van menselijke relaties, de spanningen tussen trouw en bekoring, het getouwtrek tussen romantische en pragmatische liefde.
Het verhaaltje is bedrieglijk simpel, maar door de zigzaggende manier waarop het wordt verteld, groeit het uit tot iets uiterst geraffineerd. François (Philippe Marlaud) die ’s nachts post sorteert in de Gare de l’Est, is verliefd op de iets oudere Anne (Marie Rivière) die overdag werkt, zodat ze elkaar maar zelden zien. Op een ochtend ziet hij haar de flat verlaten in het gezelschap van Christian (Mathieu Carrière), haar ex en piloot van beroep. François vermoedt dat ze hun vroegere relatie opnieuw hebben opgepakt, terwijl de piloot in werkelijkheid zijn definitieve terugkeer naar zijn vrouw kwam aankondigen. Wanneer François later op een terras toevallig zijn rivaal opmerkt in het gezelschap van een onbekende jonge blondine, besluit hij hen te volgen. Tijdens deze schaduwoperatie raakt hij aan de praat met Lucie (Anne-Laure Meury), een 15-jarig schoolmeisje dat gefascineerd geraakt door zijn amateuristische speurwerk. Wanneer ze het duo zien aanbellen bij een advocatenkantoor, stelt Lucie een verklaring voor die onjuist blijkt, maar via een curieuze omweg uiteindelijk toch naar de waarheid leidt.
Hoewel er niets echt dramatisch gebeurt, maakt Rohmer van deze hypothetische speurtocht naar de identiteit van ‘de vrouw van de piloot’ een subtiel spannende komedie waarin nieuwsgierigheid de motor vormt. Rohmer schreef ooit samen met Claude Chabrol de eerste serieuze studie over het werk van Hitchcock, en hij heeft de lessen van de meester duidelijk geassimileerd zonder zijn eigenheid als regisseur te verliezen. Het resultaat is een suspensefilm zonder misdaad, zonder dreiging, en des te meer gericht op interpretatie, misverstanden en projectie. De spanning zit in het kijken en het verkeerd begrijpen. De lichtvoetige premisse leidt tot milde en charmante humor. Die komt tot uiting in de ontwikkeling van de vele dwaalsporen en in de onderbrekingen van het speurwerk – bijvoorbeeld wanneer de vermoeide François op cruciale momenten in slaap valt, wat Rohmer visualiseert met een ouderwetse iris (een procedé dat ook Truffaut meermaals gebruikte).
Opnieuw maakt Rohmer optimaal gebruik van de natuurlijke omgeving waarin de eenvoudige handeling zich speels ontvouwt. Hij is een expert in wat de Fransen zo mooi “l’inscription de la fiction dans une banalité documentaire” noemen. Parijs oogt op het eerste gezicht alledaags, maar krijgt gaandeweg iets raadselachtigs, bijna licht irreëels, wat zelfs doet denken aan de op Parijse locaties gedraaide Serials van Louis Feuillade.
In het meesterlijke middendeel, waarin François en Lucy de piloot en zijn gezellin volgen in het populaire park Buttes-Chaumont, transformeert Rohmer zonder technische krachttoeren de vertrouwde beelden van dagjesmensen en wandelaars op zonovergoten grasperken en rond een kalme vijver tot een merkwaardige vorm van alledaagse poëzie. In deze setting begint ook het subtiele avontuur tussen François en Lucie te ontluiken. Ironisch genoeg hebben ze zelf niet door dat ze misschien gevoelens voor elkaar ontwikkelen, terwijl ze de ondertussen de wildste theorieën verzinnen over het koppel dat ze schaduwen. Vooral de scène rond een Polaroidfoto die als bewijsstuk moet dienen, is een prachtig staaltje van timing, verbeelding en speelse choreografie. François en Lucy creëren een fictie binnen de fictie – een soort spiegel van Rohmers eigen filmpraktijk.
Het is niet de minste kwaliteit van La Femme de l’aviateur dat alles – van de losjes voortkabbelende intrige, aangedreven door de fantasie van het jonge duo, tot de sterke vertolkingen – een moeiteloze indruk wekt. Het lijkt alsof we kijken naar een film die zich nog aan het vormen is en, net als de onvoorspelbare personages, alle kanten op kan gaan.
Na het nadrukkelijk gekunstelde Perceval le Gallois, een op zichzelf staande film die volledig in hypergestileerde studiodecors werd gedraaid, is La Femme de l’aviateur formeel en opvallend bescheiden. De film werd opgenomen in natuurlijke decors met een kleine ploeg van amper een zestal mensen. Rohmer keert zich af van de toen esthetiserende beeldcultuur en kiest voor korrelig gefotografeerde 16mm-beelden en een sobere vertelstijl zonder visuele opsmuk. Filmische intelligentie is tenslotte iets anders dan het schieten van fraaie plaatjes – en La Femme de l’aviateur levert daarvan met zijn ogenschijnlijk ‘armoedige’ verpakking, het zuivere bewijs van. Voor Rohmer was dit bovendien een terugkeer naar de geest van zijn vroege nouvelle vague-periode.
(Philippe Marlaud, de 21-jarige hoofdrolspeler, kwam kort na de opnamen bij een ongeval om het leven.)
- Patrick Duynslaegher
Image gallery
Generiek
Éric Rohmer
Philippe Marlaud, Marie Rivière, Anne-Laure Meury, Mary Stephen
Éric Rohmer
Bernard Lutic
Cécile Decugis
Margaret Ménégoz
Les Films Du Losange
Meer informatie
Duits, Frans, Engels
Frankrijk
1981