- ...
- home
- nieuws
- wide angle ...
Wide Angle: knutselen met vergankelijkheid
Nog voor Godland, zijn film uit 2022, vorm kreeg, lag het openingsshot van The Love That Remains (FFG 2025) al vast: een dak dat van een huis wordt getild, gefilmd in 2017. Voor de regisseur, die kunst als arbeid ziet, lopen de maakprocessen van meerdere films zodoende organisch door elkaar. Filmmaken zit vervat in zijn dagdagelijkse routines, die hij slechts onderbreekt - soms met lichte tegenzin - om zijn werk voor te stellen op internationale filmfestivals.
Anna (Saga Garðarsdóttir), een van de hoofdrollen uit The Love That Remains, vat haar kunst op een gelijkaardige manier op. Ze sleurt grote stukken metaal over haar weiland en laat ze rusten op witte doeken. Vervolgens laat ze de seizoenen hun werk doen. Het resultaat: weemoedige, abstracte roestvormen op een wit canvas. De kunstwerken waren te bezichtigen op de afgelopen editie van het filmfestival van San Sebastián en bleken, weinig verrassend, door Pálmason zelf vervaardigd te zijn. Corrosie lijkt wel een van de hoofdthema’s in het nog jonge oeuvre van de veertiger te zijn. Sinds zijn langspeeldebuut Winter Brothers (FFG 2017), maar het meest uitgesproken sinds het rouw- en wraakdrama A White, White Day (FFG 2019), focust de cineast namelijk op het verstrijken van tijd, de sporen die het achterlaat en de broosheid van menselijke relaties. Net als bij Anna’s roestwerken onderzoekt hij hoe de tijd langzaam alles kleurt en corrodeert.
Neem nu de openingsscène van A White, White Day. Een statisch shot registreert een huis op het platteland, terwijl jump cuts de tijd versneld doen verlopen. Mist, sneeuw, paarden en auto’s verschijnen en verdwijnen, terwijl het gebouw geleidelijk verandert. Later leren we dat het huis toebehoort aan de rouwende Ingimundur (Ingvar Sigurdsson), die met zijn onstilbare renovatiedrang muren om zijn verdriet probeert op te trekken. Terzelfdertijd lijkt Pálmason met de timelapse iets te vertellen over de onverschilligheid van de natuur ten opzichte van al dat lijden. Zo ook de montage van het ontbindende paard in het historische epos Godland (2022) - ondertussen als fotoboek te verkrijgen op Pálmasons website - die de draak steekt met de ijdelheid van het Deense kolonisatieproject. Als je doorhebt dat die montages soms jaren duren om te filmen, begrijp je meteen waarom de filmmaker aan verschillende projecten tegelijkertijd werkt.
Niet al zijn boetseerwerk met tijd valt echter te categoriseren onder ‘existentialistische reflecties over de nietigheid van de mens’. Alsof Pálmason met de jaren milder wordt. In hetzelfde jaar als het epische, zwaarwichtige Godland brengt hij Nest uit, een intieme kortfilm van twintig minuten die anderhalf jaar duurde om te filmen. In zijn karakteristieke timelapse-montage zien we Pálmasons eigen kinderen een boomhut in elkaar timmeren. Geen afbraak dit keer, maar wel een traag en speels proces van opbouw, waarin seizoenen voorbijglijden en de boomhut traag vorm krijgt. Tijd werkt hier niet ontwrichtend; hij laat toe dat dingen groeien. Het schept een enorm genoegen als kijker om dingen vorm te zien krijgen. Hoe verklaar je anders de populariteit van honderden YouTube-kanalen waarop makers minutieus meubels bouwen, huizen renoveren of met blote handen onderkomens optrekken? Nest fungeert als een arthouse-alternatief voor dat soort content. Wat telt is niet het eindresultaat, maar het geduldige proces zelf: kijken hoe tijd, arbeid en aandacht samen iets fragiels voortbrengen. Zoals altijd bij Pálmason is het de natuur die zegeviert.
Tijdens het filmen van Nest begon de regisseur zich af te vragen wat de fictieve ouders van de knutselende kinderen intussen aan het doen zouden zijn. Die gedachteoefening vormde het kiemzaad voor The Love That Remains, zijn nieuwste langspeler en voorlopig zijn meest lichtvoetige en humoristische film. Anna, de roestkunstenaar, en Magnus (Sverrir Gudnason), visser, zijn recent gescheiden en proberen de valkuilen van co-ouderschap te ontwijken terwijl ze hun kinderen (het trio uit Nest) door de jaargetijden heen zien opgroeien. Ondertussen verandert hun eigen band stukje bij beetje van vorm. Ook op liefde komt slijtage, al is het niet voor iedereen even makkelijk om dat toe te geven en is het vaak comfortabeler om te doen alsof alles bij het oude kan blijven. Bijgevolg is The Love That Remains in wezen een film over hun scheiding, al mijdt Pálmason alle genreconventies. Verwacht je dus niet aan Scenes from a Marriage (Ingmar Bergman, 1974), Kramer vs. Kramer (Robert Benton, 1979) of Marriage Story (Noah Baumbach, 2019). Zonder grote dramatische pieken werkt Pálmason op een onderbewust niveau, waarbij de film zich steeds meer richting een innerlijk, bijna dromerig landschap begeeft.
Terwijl de ouders bikkelen, hangen hun twee zonen het uit. Dit keer geen timelapse-montage, maar wel een regisseur die doorheen de film - en de seizoenen - steeds weer wegknipt naar een klif waar de jongens een ridderpop opstellen om er vervolgens pijlen op af te schieten. Gaandeweg krijgt die levenloze ridder betekenis, al laat Pálmason zich nooit verleiden tot makkelijke één-op-één interpretaties. Het is de gave van een regisseur die zich narratieve uitweidingen veroorlooft en begrijpt dat niet elke scène de plot voorwaarts hoeft te stuwen - zoals de minutenlange scène van een rotsblok die langs een heuvelwand naar beneden dondert in A White, White Day. Het is gissen naar wat die scène precies betekent - een les in onomkeerbaarheid of simpelweg een brutaal stijlgebaar? - maar ze is onweerstaanbaar om naar te kijken. Wat de lezing ook is, het zijn zulke digressies die Pálmasons wereld tot leven wekken. Verhalen ontwikkelen zich hier niet lineair, maar via grillige omwegen waarin betekenis voorzichtig bezinkt.
Met zijn artisanale manier van werken en verwerping van het traditionele scenario-ontwikkelingsproces is Hlynur Pálmason op korte tijd uitgegroeid tot een van de meest intrigerende stemmen van de hedendaagse cinema. Daarbij schuwt hij niet om de sporen van kolonialisme, fragiele mannelijkheid en toxische machtsstructuren te tonen. Zijn films laten zien hoe materie, natuur en menselijke relaties langzaam vervormen, afbrokkelen en weer opgebouwd worden, terwijl poëzie ontstaat in absurdistische vertakkingen en momenten van stilte. Het leven, aldus de IJslandse cineast, is een constante push and pull tussen destructie en creatie. En uiteindelijk haalt de tijd ons in. Misschien niet heel verrassend dat Pálmason, die in 2021 in de jury van Film Fest Gent zat, de Grand Prix aan Gaspar Noé’s Vortex toekende: de slotscène van Noé’s aftakelingsdrama toont, in een meedogenloze timelapse, hoe een appartement langzaam leeg wordt gehaald en transformeert – een stille echo van Pálmasons eigen obsessie met het onverbiddelijke voortschrijden van de tijd. Zijn cinema herinnert ons eraan dat alles voortdurend verandert, en dat schoonheid vaak schuilt in het geduldige proces van erosie en opbloei.
- Michiel Philippaerts