Wide Angle: Ongepolijst uitblinken, de weg naar Ghost Dogs soundtrack

Ghost dog 5
Nieuws 02 mei 2023
Jim Jarmusch' Ghost Dog: The Way of the Samurai wordt gekleurd door een rijke hiphopsoundtrack verzorgd door RZA van de Wu-Tang clan. Tim Maerschand neemt je mee in de fascinaties van Jarmusch voor Wu-Tang en het verloop van de samenwerking tussen hem en RZA.

"I know it sounds crazy, but it fits perfect"

- Public Enemy, 'Cold Lampin’ with Flavor'

"Dedicated to The Ghosts Who Walk With Us"

- Sara Driver, When Pigs Fly

De legende wil dat Jim Jarmusch drie weken na zijn eerste ontmoeting met Robert Fitzgerald Diggs, beter bekend onder de artiestennaam RZA, ‘s nachts in een geblindeerd busje op een door RZA gespecificeerde straathoek en tijdstip in Manhattan een cassettebandje toegestoken kreeg vol muziek voor Ghost Dog: The Way of the Samurai. Dat de twee op die manier bleven afspreken, ontkracht Jarmusch, maar het (deels ware) verhaal illustreert de mysterieuze en idiosyncratische 'cool' die beiden omhult. Hoewel de regisseur en rapmuzikant op het eerste gezicht vreemde bedgenoten lijken, blijft Ghost Dog vrijwel een kwarteeuw later een meer dan geslaagd huwelijk. Een zilveren verjaardag waardig.

Enter the Wu-Tang

In 1979, terwijl Jim Jarmusch werkte aan zijn afstudeerfilm Permanent Vacation, werd rapmuziek voor het eerst uitgebracht op plaat. Het succes van The Sugarhill Gangs 'Rapper’s Delight' toonde het commerciële potentieel van het nieuwbakken muziekgenre, niettegenstaande dat zogenoemde gangsterrap en hardcore rap het tijdens de jaren tachtig wegstuurden van een familievriendelijk imago. Een ongepolijste sound is net waarin de Wu-Tang Clan zou uitblinken. De negen jonge leden van de hiphopgroep maakten in 1993 furore met hun eerste single 'Protect Ya Neck', (her)uitgebracht in eigen beheer en gevolgd door hun debuutalbum Enter the Wu-Tang (36 Chambers). Met een titel die refereert aan Enter the Dragon (1973) en The 36th Chamber of Shaolin (1978) introduceerde het album in klank en tekst een ongekende melange van oosterse filosofie ontleend aan vaak obscure kungfufilms, populaire comic books en de spirituele leer van de zwart-nationalistische beweging Five Percent Nation. Opgericht in het New Yorkse stadsdistrict Staten Island zou de groep wereldwijd meer koppen aangroeien dan de mythologische Hydra. 1993 ging de muziekgeschiedenis in als een gouden jaar voor hiphop en Wu-Tang Clan als een van de invloedrijkste collectieven ooit.

Tot hun fans rekent zich Jim Jarmusch, die lange tijd woonde en werkte in New York en 'Protect Ya Neck' beschouwt als zijn favoriete nummer van de Wu-Tang Clan. Jarmusch’ aandacht werd getrokken door Wu-Tangs muzikale synthese van Afro-Amerikaanse en Aziatische motieven. Hij deelt immers hun fascinatie voor niet-westers denken en daaraan gelinkt martialartsfilms uit de jaren zeventig, waarin de zwaardvechtende hoofdpersonages meer zijn dan vechtmachines. Dat wordt belichaamd in de ongewone huurmoordenaar Ghost Dog, een rol die Jarmusch schreef met acteur Forest Whitaker in gedachten. Zijn mysterieuze protagonist volgt rigoureus de Hagakure, een praktische en spirituele gids voor Japanse krijgers, en leeft volgens de ‘bushido’, de eeuwenoude erecode voor samoerai. Bijgevolg stelt Ghost Dog zijn leven in dienst van wie hij aanziet als zijn heer en meester, een maffioso genaamd Louie. De film brengt een ode aan klassiekers uit het misdaadgenre als Jean-Pierre Melvilles Le Samouraï en Seijun Suzuki’s Branded to Kill (beide uit 1967), maar ook aan de hiphopcultuur, die naast rap (MC’ing) beatbox, (break)dance, DJ’ing en graffitikunst omvat. Om zijn verbeelding te prikkelen en de sfeer van de film op te roepen, luistert Jarmusch tijdens het scenarioschrijven steeds naar muziek. In het geval van Ghost Dog waren dat Jamaicaanse dub, alternatieve jazz en vooral instrumentale hiphopmixen door dj’s als DJ Premier en 4th Disciple, die al sinds Enter the Wu-Tang betrokken is bij de groep. De favoriete muziekproducent van Jarmusch was evenwel RZA, de de facto leider van de Wu-Tang Clan.

Still ghostdog

Clans en families

Van zodra Jarmusch aan het verhaal van Ghost Dog begon, droomde hij ervan samen met RZA te zoeken naar de perfecte beat voor een interculturele fusie tussen grootstedelijke straatcultuur, klassieke gangsterprenten en oosters gedachtegoed. Of zoals hij het zelf labelde: samurai-gangster-hip-hop-Eastern-Western. Via graffitikunstenaar Nemo Librizzi (in de generiek vermeld als ‘Spirit Balance’) kwam Jarmusch in contact met rappers Dreddy Kruger en Timbo King die hem op hun beurt voorstelden aan RZA. Kruger en King duiken in de film op als ‘freestyle’ rappers in een park en zijn met hun rapgroep Royal Fam ook te horen op het nummer 'Walk the Dogs' uit Ghost Dog: The Way Of The Samurai – The Album. Toen Jarmusch aanklopte, speelde RZA net met het idee om voor het eerst een soundtrack voor een film op te nemen, hem ingegeven door niemand minder dan Quincy Jones. De filosofie van de samoerai en het hoofdpersonage waren de Wu-Tang-grondlegger op het lijf geschreven, maar Jarmusch’ werk was hem nog onbekend. RZA ontving vervolgens een aantal videocassettes, waaronder de film Dead Man (1995). Die viel zo in de smaak bij de muzikant en zijn vriendenkring, dat het hem overtuigde creatief in zee te gaan met de regisseur, nog voor er iets gefilmd was. Dat het klikte tussen de twee, valt eveneens toe te schrijven aan hun eigengereide karakter. Jarmusch is een bekend voorvechter van onafhankelijk geproduceerde cinema en RZA vernoemde de Wu-Tang Clan naar de vechtkunstschool die rebelleerde tegen de gevestigde Shaolin-monniken, zoals verbeeld in een van zijn favoriete films, Shaolin and Wu Tang (1983).

Tijdens hun jeugd kwamen Jarmusch en RZA ook in aanraking met een ander soort clans dan die uit kungfufilms: de New Yorkse maffiafamilies. Jarmusch groeide op in de buurt van waar de familie Gambino bijeenkwam en RZA liep school met familieleden van Paul Castellano, in zijn hoogdagen het hoofd van de Gambino’s. Die tijd lag echter al ver achter hen. De maffiosi in Ghost Dog bevinden zich in een quasi-katatonische toestand en werken op de lachspieren eerder dan macht uit te stralen. Failliet en gefossiliseerd, hopen ze op een grote schoonmaak uit vrees finaal te worden afgeschreven. In tegenstelling tot de samoerai-huurling hebben de wat onbeholpen gangsters nog nauwelijks een code om aan vast te houden. De lichtjes verouderde muzieksmaak van lokale maffiabaas Sonny Valerio is Jarmusch’ manier om het einde van een era subtiel te onderstrepen. Terwijl Ghost Dog zweert bij Wu-Tang(!) en andere rap uit de jaren negentig, is Valerio verzot op Flava Flav van Public Enemy, de militante rapgroep uit de jaren tachtig die een decennium later stukken minder de toon bepaalde. Onder RZA’s instrumentale soundtrack stroomt eenzelfde weemoed om vergane glorie. Al in het openingsnummer vertroebelen een fluit en stoomorgel de scherpere klanken van cimbalen en een glasharmonica. Zijn beats haperen en klinken versleten, als een roestige katana en een glazige echo uit een tijd toen Japanse of Italo-Amerikaanse zelfverklaarde krijgers al dan niet eervol de plak zwaaiden.

De weg naar twee albums

De weg naar de muzikale kern van Ghost Dog bleek geen rechte lijn. RZA omschrijft zijn muziek als van nature picturaal, panoramisch en orkestraal. Het eerste dat hij Jarmusch liet horen leek dan ook gemaakt te zijn voor een Hongkong-actiefilm en bevatte een western-
achtig fragment voor de confrontatie in de finale. “Het was erg goed, alleen niet voor deze film”, meende de regisseur. Hij zocht naar Wu-Tangs “ruwe soort poëtische schoonheid”, minimalistisch en spookachtig in plaats van verfijnd en conventioneel ‘filmisch’ (lees: weelderig). RZA begreep de ideeën in het scenario, maar diende er nog een geschikte vorm voor te vinden door zich aan te passen aan de atypische stijl van Jarmusch. De cineast raadde de kersverse componist aan te vertrouwen op zijn instinct, hoewel het eerder aankwam op wegkeren van de traditie, zowel in film als hiphop. Bevrijd van voorspelbare strijkinstrumenten en een ritmisch houvast om op te kunnen rappen, ging RZA erop los experimenteren buiten zijn comfortzone. Een journalist vergeleek hem met avant-gardeartiest Laurie Anderson en Jarmusch zag in RZA de grote jazzvernieuwer Thelonious Monk. Het resultaat is afgeleefde beats vol opzettelijke (of toevallige?) onregelmatigheden, ogenschijnlijk onafgewerkte klanksporen, scheefgetrokken tempo’s en stiltes als gapende wonden. Een soundtrack als een ongemakkelijke zwaarddans van een vreemdsoortige samoerai. ‘Awkward’ is het woord dat het duo herhaaldelijk gebruikt, dan wel op een positieve manier, voor de muziek uit hun organisch gegroeide samenwerking. De ziel van de film had ook een stem gevonden.

Naast de instrumentale score bedient Ghost Dog zich eveneens van vocale muziek, voornamelijk door de Wu-Tang Clan en enkele van de ontelbare acts die ermee geassocieerd worden, waaronder rapgroepen Sunz of Man en Black Knights, maar ook soulzangeres Tekitha Washington en reggaemuzikant Suga Bang Bang. RZA schakelde uit Oost- en Westkust zowel opkomende artiesten in als relatief onbekenden die volgens hem een kans verdienden. Gezien de thematische invloed van Amerika’s georganiseerde misdaad op rapmuziek, besloot hij de soundtrack te vervolledigen met gangsterrapper Kool G Rap en deels terug te grijpen naar de zogenoemde ‘mafiosi rap’ van Only Built 4 Cuban Linx (1995), het solodebuut van Wu-Tang-lid Raekwon geproduceerd door RZA. Uit dat album gebruiken de freestyle rappers in het park een instrumentale versie van het nummer ‘Ice Cream’. Bestaande nummers vullen de cd’s die Ghost Dog oplegt in de auto, met behalve rap (‘From Then Till Now’) nog reggae (‘Armagideon Time’) en een streepje jazz (‘Nuba One’). Dat Ghost Dog het volume steeds op 21 zet, komt voort uit Jarmusch zijn bijgeloof rond getallen (ze moeten deelbaar zijn door drie), wat aansluit bij Wu-Tangs numerologie in navolging van de Five Percent Nation. De meeste vocale muziek verscheen op Ghost Dog: The Way Of The Samurai – The Album, terwijl de instrumentale score met als ondertitel Music from the Motion Picture eigenaardig genoeg eerst enkel werd uitgebracht in Japan. Bijgevolg bleef de Japanse release lange tijd felbegeerd onder verzamelaars en telt de film officieel twee soundtrackalbums.

Ghost dog 6

Sampling in hiphop en film

Film en muziek zijn bij Ghost Dog wezenlijk met elkaar verweven en even complementair als Neil Youngs soundtrack voor Dead Man. In beide films rijmt Jarmusch uiteenlopende culturen en filmgenres als referentiekader voor een laconieke meditatie over dood en geweld. Door bij Ghost Dog nauw samen te werken met RZA en Forest Whitaker; zoals voorheen bij Dead Man met de Native American-acteur Gary Farmer, valt Jarmusch moeilijk culturele appropriatie te verwijten. Beide films getuigen van een oprechte en respectvolle wisselwerking. Wanneer RZA muziek aanleverde, zei hij zelden waar die hoorde in de film. Het was aan de regisseur en zijn monteur Jay Rabinowitz om dat uit te zoeken, wat hoogst ongebruikelijk is bij filmmuziek. “Dit is hiphopstijl”, luidde de boodschap van de Wu-Tang-leider, “juice pieces together.” Opvatting en techniek verdiepen de band tussen hiphopmuziek, specifiek die van de Wu-Tang Clan, en de (latere) films van Jim Jarmusch. Als erfgenaam van de sixties vermengt en vervaagt de cineast graag hoge met lage kunst. In een interview uit 2000 verwijst hij naar Dante Alighieri: “Dante schreef in de volkstaal van zijn tijd, wat ongehoord was. Hij was de eerste persoon die Italiaans gebruikte - dat is zoals hiphop vandaag! Dus hoe kan dat anders zijn dan luisteren naar de Wu-Tang? Ik zie het verschil niet.” Jarmusch verwerpt elitarisme en verwelkomt popcultuur. Hoe hij in Ghost Dog tv-cartoons gebruikt, is vergelijkbaar met wat de leden van de Wu-Tang doen met comics. Om nog maar te zwijgen van kungfufilms.

Jarmusch en RZA groeiden in de jaren negentig beiden uit tot gretige ‘samplers’. In hiphop berust originaliteit grotendeels op het creatief combineren en herconfigureren van wat voorhanden is. DJ’s en producenten mixen en scratchen. De muziek is een collage van (break)beats, flarden melodieën, geluidseffecten, opgenomen raps en samples uit allerhande bronnen. Jarmusch herkende die voorliefde voor directe citaten. Bebop, dub en hiphop moedigden hem aan rechtstreeks te citeren uit bestaand materiaal, zoals uit het oeuvre van William Blake in Dead Man of uit de Hagakure in Ghost Dog. "Duw dingen niet weg louter omdat ze van elders komen," leerde hij bij beide films, "laat ze binnen en verstop niet dat je ze binnenliet." Diezelfde postmoderne recyclage die sampling in hiphopmuziek verbindt met de films van Jim Jarmusch, vind je ook terug bij Quentin Tarantino, met wie RZA even goed opschiet en samenwerkt. Hij produceerde de soundtrack van Kill Bill (2003-2004) en Tarantino gaf zijn zegen aan RZA’s regiedebuut The Man with the Iron Fists (2012). Dat een muzikant films maakt en omgekeerd, is heel gewoon voor Jarmusch die zelf al muziek maakt sinds de dagen van de zogenoemde No Wave. In het New York van de jaren tachtig leidde No Wave tot allerlei uitwisselingen tussen artiesten die verschillende disciplines en media verkenden. Zo nam saxofonist John Lurie voor Jarmusch’ Stranger Than Paradise (1984) de soundtrack én een van de hoofdrollen op zich. In Ghost Dog kreeg RZA een cameo als ‘Samurai in Camouflage’. Hij en Ghost Dog begroeten elkaar op straat en wisselen welgeteld negen woorden; een voor elk Wu-Tang-lid? Twintig jaar later dook RZA ook op in Jarmusch zijn horrorkomedie The Dead Don’t Die (2019), als een koerier die pseudowijsheden dropt (“The world is perfect. Appreciate the details.”). Zijn grootste rol voor de Ghost Dog-regisseur blijft een versie van zichzelf in het segment ‘Delirium’ in de anthologiefilm Coffee and Cigarettes (2003), naast Wu-Tangs medestichter GZA. Een laatste Wu-Tang-lid in een film van Jarmusch is Method Man in Paterson (2016), waarin hij rappend in een wasserette zijn eigen vorm van poëzie brengt.

De verrassende verwantschap tussen Jarmusch en RZA is tot op zekere hoogte door te trekken naar de personages van Louie en Ghost Dog. Alsof niet Ghost Dog, maar de jong grijs geworden Jarmusch lijkt te zeggen: “Nu zijn we allebei bijna uitgestorven.” Het gevoel met uitsterven bedreigd te zijn, verklaart het wederzijdse begrip tussen de vergrijsde gangster Louie en de jonge maar even moegestreden Afro-Amerikaanse Ghost Dog. “Hij en ik komen uit verschillende oude stammen”, verwoordt Ghost Dog het. Witte racisten maken jacht op hem net zoals op de zwarte beer in het verhaal van de film of de Native American genaamd Nobody in Dead Man – “stupid fucking white man”, herhaalt dezelfde acteur (Gary Farmer) in Ghost Dog. In RZA huizen dezelfde contradicties als in de zachtaardige killer. RZA’s rapteksten staan bol van geweld, maar als prille twintiger wist hij een punt te zetten aan een leven in de misdaad. Al veel langer promoot hij een veganistische levensstijl en persoonlijke verlichting. RZA is belezen en een bekend schaker. Het schaakspel in de film is één van de originele motieven uit het onorthodoxe debuutalbum van de Wu-Tang Clan (zie ‘Da Mystery of Chess Boxin’). De millenniumwisseling zou evenwel ook het einde inluiden van Wu-Tangs bloeiperiode, met achteraf beschouwd als onverwacht requiem de soundtrack van Ghost Dog: The Way of the Samurai. Zoals Ghost Dog besluit: “Sometimes you gotta stick with the ancient ways, the old school ways.”

Ghost Dog 4

Bronnen

- Juan A. Suárez, Jim Jarmusch (Contemporary Film Directors), University of Illinois Press, Urbana en Chicago, 2007

- Jayson Greene, ‘Ghost Dog: The Way of the Samurai’, Pitchfork, 2022

- Laura Winters, ‘Jarmusch Still Fills the Role of Favorite Outsider’, The New York Times, 2000

- Lorna Anozie, The Odyssey: The Journey Into the Life of a Samurai, 2001, 21 minuten (documentaire)

- Susan Arosteguy, Jim Jarmusch, Forest Whitaker, and RZA on GHOST DOG, 2000, 15 minuten (video-interview)

- Daniel Raim, Flying Birds: The Music of Ghost Dog, 2020, 15 minuten (video essay)

- The Criterion Collection, Q&A with Jim Jarmusch, 2020, 84 minuten, (audio-opname)

Tim Maerschand

Tim Maerschand is één van de hosts van de Wide Angle podcast en lid van cinefiele platforms Kuru en Kuleshov.