- ...
- home
- nieuws
- wat maakt ...
Wide Angle - Video-essays: Wat maakt een klassieker?
Maar wat maakt een film tot een klassieker? Is het de invloed die hij uitoefende op de cinema: de stilistische en narratieve rimpelingen die hij veroorzaakte in de zee van films die erop volgden? Wordt de reputatie van een langspeelfilm bepaald door filmhistorici die, op zoek naar sleutelwerken, de ontwikkeling van de zevende kunst in kaart brengen? Laat de status van een film zich afmeten aan het aantal verwijzingen in de populaire cultuur? Of is het begrip “klassiek” intiemer dan het klinkt, en is historisch prestige het bezinksel van een persoonlijke verbondenheid die zich aan elke categorisering onttrekt? In het geval van Persona zijn al deze verklaringen plausibel, getuige de video-essays hieronder.
De klassieker als voorloper en volgeling
Parallel aan hun brede bevraging van filmkenners publiceerde Sight and Sound in 2022 ook voor de vierde keer een lijst van de 100 beste films volgens filmmakers. In die lijst verging het Persona nog beter: Bergmans intimistische prent belandde daar (ex aequo) op de negende plaats. Dat hoeft niet te verbazen, want heel wat regisseurs hebben zich publiekelijk uitgesproken over hun bewondering voor Bergman. Van Martin Scorsese tot Olivier Assayas, van Robert Altman tot Woody Allen, van Alejandro González Iñárritu tot Yorgos Lanthimos, van Céline Sciamma tot Lynne Ramsay, en van Federico Fellini over Jean Renoir tot Denis Villeneuve: Bergman is een lichtend voorbeeld voor erg uiteenlopende filmmakers. Vaak halen ze Persona aan als de film die hun eigen praktijk het sterkst heeft beïnvloed. Die invloed kan je ook zién. Het video-essay Quand le cinéma cite Ingmar Bergman gaat op zoek naar referenties aan Bergmans filmografie in langspeelfilms en televisieseries. Luc Lagier vindt tientallen voorbeelden, gaande van letterlijke citaten tot pastiches, van terloopse woordgrapjes tot hele verhaallijnen. Maar een klassieker werpt niet alleen een schaduw vooruit. Grote films baden ook in het licht van illustere voorgangers. Dirk Benedict brengt dat tweerichtingsverkeer in kaart in zijn video-essay Persona – After and Before. Hij kiest een paar iconische composities uit Persona (het spiegelspel met de gezichten van Liv Ullmann en Bibi Andersson, het aanraken van de filmprojectie) en zoekt naar visuele echo’s in de filmgeschiedenis. Die vindt hij bij volgelingen, maar ook bij voorlopers.
De klassieker als intimus
Over klassiekers bestaat een consensus: de goegemeente vindt ze goed en critici knikken synchroon instemmend. Maar eensgezindheid kan verstenen tot onaantastbaarheid. Een klassieker wordt dan een heilige koe die alleen vrome devotie toelaat. Opname in een pantheon maakt particuliere fascinatie moeilijker.
Kan je een klassieker tegelijk op een voetstuk plaatsen én tegen je borst drukken? Basile Rabaey bewijst van wel. Hij gaat in dialoog met filmklassiekers in een liefdevolle beeldenstorm. Rabaey is een (in Gent gevestigde) beeldend kunstenaar die zich uitdrukt in film, fotografie en grafisch werk. In een reeks werken met de verzamelnaam Contactsheets zet hij zijn artistiek arsenaal in om filmbeelden tot op het bot te ontleden.
Die Contactsheets zijn grote collages waarin Rabaey tientallen screenshots uit één film samenbrengt. Elk beeld voorziet hij van persoonlijke annotaties, grafische accenten of een analytisch lijnenspel. Hij onderzoekt de compositorische kracht van elk frame en brengt tegelijk de impact ervan op hem als kijker in kaart. Rabaey heeft oog voor kunst-, foto- en filmgeschiedenis, maar treedt ook in een zeer persoonlijke dialoog met de beelden. Zoals de naam al suggereert, is het een hands-on onderzoek: een bijna fysiek engagement dat zich filmbeelden toe-eigent en er een intieme relatie mee aangaat.
Contactsheet 0016 is gewijd aan Persona. Het is een analytisch schaakbord van vierenzestig strak uitgelijnde stills dat de persoonlijke fascinatie van Rabaey voor Bergmans beelden documenteert.
(Wat doet dit in een column over video-essays, hoor ik een knorrige lezer denken? Wel, video-essays denken na over audiovisuele fenomenen in audiovisuele vorm. Ze gebruiken een artistieke taal als analysetool. Dit werk van Rabaey doet hetzelfde).
Contactsheet 0016 - Basile Rabaey
Contactsheet Basile Rabaey
Contactsheet Basile Rabaey
De klassieker als enigma
Persona begint met een minutenlange montage die losstaat van de verhaallijn van de film. Die openingssequentie is een sibillijns spel met beelden en een raadselachtige lappendeken van klanken. Heel wat filmliefhebbers van divers pluimage hebben zich gewaagd aan een interpretatie: het internet loopt over van tenenkrullende theorietjes van TikTokkers en, wel, tenenkrullend geneuzel van filmtheoretici.
Persona's Prologue: A Poem in Images hoort daar niet bij. De Britse filmhistoricus Peter Cowie probeert in dat video-essay voor Criterion de geheimen van Persona’s openingsbeelden te ontsluiten. Het resultaat is een sterk staaltje detectivewerk. Cowie haalt aspecten als de productiegeschiedenis van Persona, Bergmans gezondheid, de commerciële eisen van zijn producent, en de affiniteit met het toneelwerk van Strindberg aan als omstandelijk bewijs. Ook Jung en Freud maken - onvermijdelijk - hun opwachting. Maar gelukkig schraagt Cowie zijn betoog vooral met zijn eigen fijnmazige kennis van leven en werk van de Zweed. Daardoor kan hij een meer dan plausibele verklaring geven voor heel wat enigmatische beelden.
Je kan als kijker verknocht raken aan een klassieker, dat bleek al uit het werk van Basile Rabaey. Welnu, ik heb zelf ook een passie voor Persona, en in het bijzonder voor de ongrijpbare openingsmontage van de film. Voor één keer gooi ik er daarom een video-essay van eigen makelij tussen. Want een aantal jaar geleden viel me iets op aan de sombere montage van schokkende fragmenten waarmee Persona opent. Het zijn intens persoonlijke beelden die Bergmans artistieke obsessies uitdrukken: cinema, leven en dood, religie en seksualiteit. Maar de beeldtaal is verrassend angstaanjagend. Ze heeft wat weg van die van een horrorprent - meer in het bijzonder, van een Frankenstein-film.
Natuurlijk is dat toeval. Het is toeval dat de openingsscène van Persona vol zit met beelden van levenloze lichamen onder witte lakens — alsof het monster van Frankenstein daar ligt vóór zijn wederopstanding. Het is toeval dat Bergman ons laat zien hoe een filmprojector leven blaast in stilstaande beelden, net zoals de bliksem leven schenkt aan Frankensteins Creature. Het is toeval dat Persona dezelfde horroriconografie gebruikt (skeletten, spinnen, bloederige ingewanden) die ook in Frankenstein-films te vinden is. Het is toeval dat de religieuze verwijzingen in Bergmans visuele gedicht de godslasterlijke hoogmoed van Victor Frankenstein weerspiegelen.
Maar dat zijn wel héél veel toevalligheden. Zoveel zelfs dat je de openingsscène van Persona kan reconstrueren met uitsluitend beelden uit Frankenstein-films. Dat is wat ik deed in Persona versus Frankenstein.
Misschien kanaliseerde Ingmar Bergman de Victor Frankenstein die in iedere filmmaker schuilt. Net als Frankensteins patchwork gedrocht wordt een film opgebouwd uit losse shots en vervolgens door licht tot leven gewekt. Wat is cinema anders dan het doen herrijzen van dode materie: beweging creëren uit stilstaande beelden?
(Nog dit. In zijn boek The Passion of Ingmar Bergman schrijft auteur Frank Gado dat Bergman eind jaren zestig een vraag kreeg van het Zweedse Filminstituut. Of hij een film kon opgeven die hem persoonlijk had beïnvloed, voor een filmreeks die ze wilden programmeren. Bergman koos Frankenstein).
- David Verdeure
Filmscalpel
Platform en website die aandacht geeft aan het format van het video-essay, gecureerd door David Verdeure.