Les Rendez-vous de Paris (1995)
Binnen een uniek oeuvre dat grotendeels is opgebouwd uit drie grote cycli neemt Les Rendez-vous de Paris een bijzondere plaats in als een echt hors série-project. In drie afzonderlijke sketches behandelt Rohmer thema’s als illusie, bedrog, verlangen en frustratie in de liefde. Het zijn stuk voor stuk ogenschijnlijk anekdotische verhaaltjes waarin we niet altijd mogen geloven wat de personages verkondigen, waarin leugens op een paradoxale wijze de waarheid onthullen en waarin de cineast banale amoureuze perikelen transformeert tot iets raadselachtigs en intellectueel stimulerends.
In het eerste verhaal ontdekt een jonge vrouw, veeleer toevallig dan bewust, dat haar vriend afspreekt met een andere vrouw op de momenten waarop hij beweert het te druk te hebben. Ze besluit hem op haar beurt jaloers te maken. Het tweede verhaal verkent de praatzieke logica van een jonge vrouw die verscheurd wordt tussen haar voormalige minnaar en haar nieuwe aanbidder. Zijn complexe redeneringen over de wegen van de liefde lijken afhankelijk van het standpunt van de toeschouwer, pervers egocentrisch of juist briljant inzichtelijk. In de derde episode offreert Rohmer ons een van zijn scherpste portretten van mannelijke ijdelheid: een man, die zich verveelt in zijn huidige relatie probeert in het Musée Picasso een vrouw te verleiden door luidruchtig een schilderij te analyseren.
Deze ‘schetsen’ kunnen ook worden beschouwd als voorstudies waaruit hij thema’s, stilistische procedés en acteurs plukt voor zijn latere films. Zo geeft de travelling vanuit een rolstoel in de eerste episode, Le rendez-vous de sept heures, al een voorsmaakje van de meer gesofistikeerde toepassing van deze techniek in Conte d’été. In de tweede episode, Les bancs de Paris, verschijnt bovendien voor het eerst Serge Renko, die later de hoofdrol zal vertolken in Rohmers voorlaatste film, Triple Agent.
Rohmer waagt zich hier eveneens aan een discrete vorm van zelfportrettering. Via het personage van een jonge schilder uit het derde luik, Mère et enfant 1907, vat hij een aantal van zijn meest persoonlijke obsessies samen: de aarzeling tussen meerdere mogelijke vrouwen, de verleiding om zijn toevlucht te zoeken tot een rol als observator of spion, en uiteindelijk de verzaking aan persoonlijke verlangens die het artistieke project met zich meebrengt.
De personages uit Les Rendez-vous de Paris zijn zo druk in de weer dat – naar Rohmeriaanse normen weliswaar – deze prent haast het karakter van een actiefilm krijgt. Om de verplaatsingen van de acteurs in de zonovergoten buurten van Montparnasse, de Marais en de vele Parijse parken te volgen tijdens avonturen die volledig afhankelijk lijken van het toeval, maakt Rohmer op een voor hem ongeziene manier gebruik van voorwaartse en achterwaartse travellings. De drie verhalen worden bovendien aan elkaar verbonden door een liefdevol en discreet eerbetoon aan Sous les toits de Paris (1930) van René Clair.
Rohmer draaide dit tussendoortje op 16mm met een kleine filmploeg, op locatie in de straten, musea en parken van Parijs, waar hij nog steeds cinematografisch onontgonnen plekken weet te ontdekken. Zijn belangrijkste picturale referentie was in dit geval de Spaanse kunstschilder, graficus en keramist Joan Miró. Ook hier getuigt zijn bedrieglijk nonchalante manier van filmen van een uitzonderlijk scherpe filmische intelligentie.
Patrick Duynslaegher
Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur van Knack Focus was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s Vrouw tussen hond en wolf, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.