Les Amours d’Astrée et de Céladon (2007)

Amours astree celadon
Verdieping 08 jul 2026
Meer weten over het werk van Éric Rohmer? Patrick Duynslaegher gaat dieper in op Rohmers hors série-films, die niet vertoond zullen worden tijdens de Classics-programmatie, maar evengoed deel uitmaken van zijn bijzonder coherente oeuvre.

Zoals de recensent van Le Monde terecht opmerkte is Rohmers glorieuze testamentfilm “een ode aan het leven en een ode aan de kunst.” Gebaseerd op de roman van Honoré d’Urfé (1607-1627), waarin herders afkomstig uit het oude Gallië het liefdesdiscours van de zeventiende eeuw inluiden, vertelt Rohmer een betoverend verhaal over verwisseling van identiteit, cross-dressing en amour fou. Gesitueerd in het oude Gallië van de vijfde eeuw, speelt zich overduidelijk niet af in een ‘realistisch’ verleden maar op een idyllische, ongerepte en harmonieuze plek, een door een luchtig briesje gekoeld Arcadië dat picturaal zowel de fêtes galantes van Watteau oproept als de mythische landschappen van Poussin.

Rohmer schrapt uit de pastorale roman alle interferenties van het wonderbaarlijke (zoals de episode van ‘La Fontaine d’amour’), alsook de talloze verhalen in het verhaal. Hij concentreert zich liever op het thema van de amoureuze misvatting, een motief dat ook de romantische perikelen in Pauline à la plage beheerst. Hier zijn de frisse en stralende tortelduifjes een blond herdersmeisje, Astrée (Stéphanie de Crayencour) en haar androgyne minnaar Céladon (Andy Gillet) die in de tijd van de druïden met zuivere liefde van elkaar houden, maar door een misverstand uit elkaar worden gedreven. Wanneer ze hem bespioneert en ziet dat hij het aanlegt met een ander meisje, verbant ze hem. Nadat hij bij een zelfmoordpoging van de verdrinkingsdood wordt gered, herstelt Céladon door de liefdevolle zorgen van drie nimfen. Uiteindelijk eindigt hij verkleed als vrouw, maar diens gelijkenis met Astrées voormalige en vermoedelijk overleden minnaar blijkt opwindend te zijn voor de rouwende herderin.

Het ontstaan van deze film is bijzonder vergeleken met de origine van de meeste films van Rohmer. Rohmer was een liefhebber van de cinema van de marginale Franse cineast Pierre Zucca. Zucca liet Rohmer zijn bewerking lezen van L’Astrée maar overleed vooraleer hij zijn project kon realiseren. Na zijn dood was Rohmer bereid om de uitdaging aan te gaan. Want het ging duidelijk om wat de Fransen een “casse-gueule” project noemen, een hachelijke onderneming waarmee makkelijk op je bek kan gaan.

Les Inrockuptibles schreef over deze afscheidsfilm: “Na twee sombere en gewelddadige films keert Rohmer terug naar zijn meest luchtige en lumineuze stijl. Een testament zo zacht en licht als een veer. Met zijn frisheid, humor, poëzie, sensualiteit, in één woord met zijn jeugdigheid, een van de beste films van het jaar.”

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur van Knack Focus was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s Vrouw tussen hond en wolf, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.