12 23 okt. '21

Festivalfilm in de bioscoop: Blue Ruin

P18n8ns95i1dr71sm89od1q6c1vv11
06 mei 2014

De bescheiden maar vinnige wraakthriller Blue Ruin is een superieure genre-oefening van een aanstormend talent: Jeremy Saulnier. De film (vertoond in het programma American Indepents van het 40e Film Fest Gent en was de on tour titel van april) komt nu in de Vlaamse zalen.

Omwille van de nijdige verteltrant, de laconieke humor, de grimmige toon en de algemene non-nonsens aanpak doet Blue Ruin denken aan de kordate B-films uit de jaren veertig en vijftig van een Anthony Mann (T-Men; Side Street) of Richard Fleischer (Armored Car Robbery; Violent Saturday). Alleen gaat het er in deze tweede film van de beloftevolle scenarist-regisseur Jeremy Saulnier uiteraard explicieter gewelddadig aan toe: andere tijden andere zeden. Maar ondanks dit hedendaagse accenten grijpt deze film toch terug naar de verloren gegane kwaliteiten van de Amerikaanse genrefilm van weleer.

Wat de film origineel maakt is de figuur van de protagonist: het gaat om een man die uit is op een wraakqueeste, maar anders dan de courante wrekers uit de Amerikaanse cinema is Dwight Evans (Macon Blair) helemaal geen heroïsche figuur en worden zijn vergeldingsdaden absoluut niet verheerlijkt, maar integendeel met een zekere sarcastische en meewarige ondertoon geobserveerd. Dwight is in alles het tegengestelde van de clean-cut all American hero. Met zijn sjofel plunje en zijn lange, onverzorgde baard ziet hij er niet alleen als een dakloze uit, bij de aanhef van de film woont hij ook in zijn roestige blauwe Pontiac. Er is ook een reden waarom Dwight een leven aan de zelfkant slijt: hij is de moord op zijn ouders, nu twintig jaar geleden, nooit te boven gekomen. Wanneer hij verneemt dat de veroordeelde dader, een zekere Will Cleland, op vrije voeten komt, heeft hij opnieuw een doel in het leven gevonden: hij zal het de man die zijn oudjes liquideerde betaald zetten. Helaas heeft hij niet echt een plan, hij zet zonder veel nadenken iets in gang waarover hij snel alle controle verliest, waardoor hij niet alleen zijn eigen hachje in gevaar brengt maar ook het leven van de dierbaren van wie hij vervreemd was – zijn zus en haar kinderen. Daarbij moet hij het niet alleen opnemen tegen de vrijgelaten moordenaar, maar ook door diens familie, een bende woeste rednecks die zich niet zomaar laten intimideren. Hij maakt er echt een potje van en het contrast tussen zijn morsig geklungel en de cleane en efficiënte manier waarop alles in beeld gezet is, zorgt voor dankbare en boeiende contrasten.


Dwight is echt een held tegen wil en dank. Hij zint op wraak maar beschikt jammer genoeg niet over de vaardigheden en de koelbloedigheid die daarvoor vereist zijn. Een vroegere schoolmaat Ben (Devin Ratray) levert hem de vuurwapens en de bijhorende instructies. ‘That’s what bullets do,’ merkt Ben droogjes op als Dwight zich een hoedje schrikt van de vreselijke gevolgen van zijn eerste wapenfeit. Het valt trouwens op dat Blue Ruin in een wereldje speelt waar elk modaal gezin over een wapenarsenaal lijkt te beschikken. En passant suggereert de film ook dat die Amerikaanse wapengekte onvermijdelijk tot dodelijke excessen moet leiden.

Blue Ruin speelt zich niet af in een zondige grote stad, maar in een benepen kleinsteeds en landelijk Virginia wat voor de nodige couleur locale zorgt en een ander ook schrijnend banaal maakt. En samen met de lichtelijk absurde humor deze film ook verwant maakt aan het vroege werk van de Coen brothers, in het bijzonder Blood Simple (1984).

Dankzij de onhandigheid van de protagonist blijft de film altijd onvoorspelbaar. Schokkende onthullingen en onverwachte wendingen worden stelselmatig onderbroken door korte en heel realistisch aandoende gewelduitbarstingen. Met soms donker grappige situaties tot gevolg, zoals wanneer Dwight vergeefs probeert een afgebroken pijl uit zijn been te verwijderen, maar daar minder goed in slaagt dan Clint Eastwood in Two Mules for Sister Sarah (1969) en Sylvester Stallone in First Blood (1982). Je voelt dat Dwight in alles een doodgewone kerel is die beter rustig achter een bureau zou zitten in plaats van op oorlogspad te gaan en shootouts te trotseren. Gelukkig weet Saulnier, geholpen natuurlijk door de prima understated vertolking van Macon Blair, de belachelijke kantjes van zijn protagonist te tonen zonder hem ook echt ridicuul te maken. Zijn gesukkel is dermate geloofwaardig en menselijk in vergelijking met de heroïsche hoogstandjes waarop dergelijke wraakengelen ons doorgaans trakteren in Hollywoodfilms, dat we ons altijd achter hem blijven scharen en met veel empathie zijn tragikomische odyssee blijven volgen. Ook al omdat Dwight zich ondanks zijn stoere voornemens nooit gedraagt als een schuimbekkende vigilante maar hij veeleer uit zelfbescherming lijkt te handelen en altijd een bange wezel blijft.

Ook cinematografisch scheert deze bescheiden film hoge toppen, niet zozeer omdat Saulnier opschept met zijn kunde, maar veeleer omdat hij een discreet maar toch ook heel fors vakmanschap etaleert. Zo zijn z’n widescreen composities heel doordacht en wordt de suspense soms puur door de mise-en-scène gegenereerd. Saulnier hanteert ondanks de flitsen van expliciete wreedheid vaak ook het principe dat wat de toeschouwer niet (of dankzij onscherpe zones in de breedbeeldcompositie slechts gedeeltelijk) kan zien, sterker en angstaanjagender is dan wat ons zomaar in ’t gezicht gegooid wordt. De dreigende synthesizer score van Brooke en Will Blair en de rijkelijk geschakeerde sound design doen ook hun duit in het zakje om spanning, onderhuids geweld en opgekropte frustraties te suggereren.

Bottom line: liefhebbers van intelligente en vakkundig geserveerde genrecinema mogen Blue Ruin zeker niet missen.

Jeremy Saulnier
Blue Ruin is pas de tweede lange film van Jeremy Saulnier die in 2007 debuteerde met het grappig angstaanjagende Murder Party. Saulnier nam andermaal ook de taak van D.O.P. (director of photography) op zich en tekende trouwens ook de fotografie van twee films van een ander groot indie talent, Matthew Porterfield: I Used to Be Darker (2013) en Putty Hill (2010, enkele jaren geleden vertoond op Film Fest Gent. Met Blue Ruin bevestigt Jeremy Saulnier zich als een van meest intrigerende talenten van de Amerikaanse independent cinema.

Blue Ruin is vanaf 7 mei te zien in:

UGC Antwerpen
UGC Toison d’Or
Galeries Brussel
Sphinx Gent
Churchill Liège
Sauvenière Liège
Cinema Zed Leuven
Roxy Koersel

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van nieuws over het festival, de films en de filmmakers, en onze activiteiten doorheen het jaar?

Deze website gebruikt cookies om jouw surfervaring gemakkelijker en aangenamer te maken en om de inhoud van de websites beter af te stemmen op jouw behoeften en voorkeuren. Je kan de installatie van cookies weigeren, maar dan zullen sommige onderdelen van onze websites niet of niet optimaal werken. Lees meer.

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.