Die Marquise von O… (1976)

Marquise von o
Verdieping 08 jul 2026
Meer weten over het werk van Éric Rohmer? Patrick Duynslaegher gaat dieper in op Rohmers hors série-films, die niet vertoond zullen worden tijdens de Classics-programmatie, maar evengoed deel uitmaken van zijn bijzonder coherente oeuvre.

Na zijn Franse Contes moraux trok Rohmer naar Duitsland om er een novelle van Heinrich von Kleist te verfilmen over een markiezin die buiten haar medeweten zwanger raakt en daardoor de toorn en spotlust van haar deftige familie over zich heen krijgt. Voor Rohmer, een overtuigd katholiek, vormt dit verhaal tevens een variant op de Onbevlekte Ontvangenis, een dogma van de Katholieke Kerk dat stelt dat Maria, de moeder van Jezus, vanaf het allereerste moment van haar eigen ontvangenis gevrijwaard is gebleven van de erfzonde. Rohmer gebruikt dit concept om de mysteries van lichaam en geest van zijn vrouwelijke hoofdpersonage te onderzoeken. Die Marquise von O… was anno 1976 het eerste echte buitenbeentje binnen Rohmers verder bijzonder coherente filmografie: niet alleen was het zijn eerste kostuumfilm, het was ook de eerste film die niet gebaseerd was op een origineel scenario maar op een literaire tekst, én zijn eerste en enige film die volledig in een andere taal werd gedraaid, namelijk het Duits.

Marquise von o 5


De handeling speelt zich af in een stad in Noord-Italië die in 1799 door Russische troepen wordt bestormd. De jonge weduwe Marquise d’O (Edith Clever), moeder van twee schattige kinderen, wordt tijdens de Russische inval in Lombardije aangerand door een groep soldaten. Een Russische graaf-luitenant (Bruno Ganz) weet haar op het nippertje te redden en brengt haar in veiligheid in een schuur. Enige tijd later blijkt zij zwanger te zijn. Ze wordt het slachtoffer van haar familie en omgeving, die geschandaliseerd reageert op haar onverklaarbare zwangerschap. Ze wordt het ouderlijk huis uitgedreven en plaatst ten einde raad een advertentie in de krant waarin ze de onbekende vader oproept zich bekend te maken en haar echtgenoot te worden. Uit schuldgevoel vraagt de graaf haar ten huwelijk.

Vertrekkend van deze op het eerste gezicht absurde geschiedenis, schetst Rohmer tegelijk een bijzonder nauwkeurig tijdsbeeld, waarin de hoffelijke conventies die rond 1800 in Europa heersten met grote precisie in beeld worden gebracht. Dit project kaderde perfect in de passie van Rohmer voor de Duitse cultuur, die vooral in de jaren zeventig sterk tot uiting kwam. In 1972 verdedigde hij aan de Parijse universiteit zijn doctoraatsthesis over de organisatie van de ruimte in Faust van F.W. Murnau (1988-1931), die in 1977 in boekvorm verscheen in de reeks 10/18. Via deze film uit 1926 verdiepte Rohmer zich eveneens in het Duitsland van de vroege romantiek en in het werk van Goethe, dat als inspiratie diende voor Murnau's film. Daarnaast was Rohmer een trouwe bezoeker van de Schaubühne in Berlijn. In 1979 regisseerde hij zelfs een sterk gestileerde opvoering van von Kleists Catherine de Heilbronn, die hij tevens op film vastlegde. Maar daarvoor had hij zich dus al aan deze echte verfilming van von Kleist gewaagd.

Marquise von o 2

Rohmers keuze viel op een novelle, waarvan hij de dialogen dermate cinematografisch vond dat hij ze vrijwel letterlijk in zijn draaiboek kopieerde. Het resultaat is een uitgesproken tekst gedreven film waarin de dialogen enerzijds worden gedramatiseerd door de excessen van deze larmoyante komedie te benadrukken en anderzijds visueel worden ondersteund door expliciete verwijzingen naar de schilderkunst van die periode, zoals The Nightmare (1781) van Johann Heinrich Füssli. De film wemelt van picturale referenties naar genretaferelen uit schilderijen en gravures, die inzicht bieden in de gebaren, attitudes en gebruiken van omstreeks 1800. De declamatorische speelstijl van de personages en de harde dictie van de Duitse taal zouden onder normale omstandigheden als artificieel of zelfs storend kunnen overkomen. Dankzij het historische perspectief van de ascetische beeldtaal – meestal onbeweeglijk gekadreerde composities die niet alleen naar Füssli verwijzen, maar ook naar Louis David, Ingres en Moreau le Jeune – krijgt deze theatrale retoriek echter een vanzelfsprekende plaats binnen de neoclassicistische context waarin het verhaal zich afspeelt.

Ofschoon gebaseerd op een literaire tekst uit het begin van de negentiende eeuw bezit ook Die Marquise von O… de verfijnde ironie en morele onwrikbaarheid die kenmerkend zijn voor Rohmers eigentijdse films. Gevangen in het strakke korset van sociale conventies van een strikt gereglementeerde samenleving hebben de personages uit Die Marquise von O… wel andere katten te geselen dan de moderne Parijzenaren uit de Contes moraux, die hun dagen slijten al mediterend over hun eventuele slippertjes.

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur van Knack Focus was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s Vrouw tussen hond en wolf, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.