- ...
- home
- nieuws
- wide angle ...
Wide Angle: Dromen in het donker
Vijfenzeventig minuten lang kabbelt haar queeste rustig verder. De beeldtaal is ongehaast en niet opdringerig: de camera observeert geduldig hoe Marina haar familieleden probeert te peilen. De vertelling is rechtlijnig en helder – de paar auditieve flashbacks worden duidelijk gemarkeerd door het gebruik van een voice-over en amateurbeelden. En zelfs wanneer de verschillende verwanten elkaar tegenspreken, is die verwarring te verklaren vanuit de feilbaarheid van het geheugen of de persoonlijke trauma’s van de personages.
Maar dan scheurt de schijn van realisme. In een langgerekte droomscène vaart Marina in haar eentje de nacht in. Een hallucinatoire sequentie van dik twintig minuten verknoopt narratieve sprokkels, visuele motieven en schijnbaar willekeurige elementen uit de voorgaande vijf kwartier tot een visnet vol impressies. Herinneringen en ontmoetingen, handelingen en objecten worden herschikt tot een illusoire vertelling die niet te verklaren valt, maar wel als een verklaring voelt. Regisseur Carla Simón levert haar hoofdpersonage - en de kijker - over aan de droomlogica. En kijk: die nachtelijke waan brengt meer verheldering dan de dag vermocht.
Romería is lang geen uitzondering, want het witte doek laat zich graag vullen met droomsequenties. De volgende video-essays geven een klare kijk op die dromen in het donker.
Dromen met de ogen open
Er zijn heel wat parallellen tussen de cinemazaal en de slaapkamer, tussen film kijken en dromen. In het donker krijg je beelden te zien die niet de jouwe zijn, maar toch als echt aanvoelen. Je zweeft tussen realiteit en verbeelding, tussen waken en waan.
Die oneirische kwaliteit van de filmkunst wordt al sinds haar eerste jaren gethematiseerd door filmmakers. Droomscènes doen vaak dubbel dienst: ze verbeelden de verbeelding van een personage, maar zijn tegelijk een knipoog naar de werking van het filmmedium zelf. Sherlock Jr. (1924, Buster Keaton) is een vroeg voorbeeld. Wanneer een projectionist in slaap valt in zijn cabine, komt hij dromend op het witte doek en in de film terecht.
Geen wonder dat fragmenten uit die film gebruikt worden in Do Pay Attention to That Man Behind the Curtain. Die supercut van Mariska Graveland rijgt filmscènes met projectionisten aan elkaar en het valt op hoeveel van die fragmenten een irreële, dromerige kwaliteit hebben. Van de infernale wraakfantasie in Inglourious Basterds over het slapeloze hoofdpersonage uit Fight Club en de nachtmerriemonsters uit Gremlins en The Tingler tot de metafilmische mijmering 24 Frames per Century.
Van frustratie tot fascinatie
“Droomlogica” is een oxymoron, want als een droom ergens aan ontbreekt, dan is het wel aan logica. Ook droomscènes gooien narratieve conventies en coherentie overboord. Voor wakkere kijkers kan dat frustrerend zijn, want als je vasthoudt aan logica en luciditeit, dan is zo’n droomsequentie drijfzand.
In Why Do We Hate Dream Sequences zet Johnny Vong de belangrijkste redenen op een rijtje waarom kijkers afknappen op droomscènes. Met stip op één: ze zijn verwarrend. (Althans, dat is toch wat Quentin Tarantino met zijn gekende stelligheid-die-geen-tegenspraak-duldt beweert. Het zegt vooral veel over ’s mans beperkte visie op filmische verbeelding). Andere afknappers? Droomscènes zijn vaak clichématig en ze helpen de vertelling niet vooruit.
Valabele kritiek is dat. Zeker voor wie zich het negende seizoen van de televisieserie Dallas herinnert. (In de eerste aflevering van seizoen tien werd de voorgaande jaargang afgedaan als één lange droom om een overleden personage weer tot leven te kunnen wekken). Toch breekt Vong ook een lans voor droomsequenties. Hij prijst hun potentieel om de hegemonie van de vertelling te doorbreken. De mooiste filmdromen zijn een visuele trip die je moet ervaren, geen puzzel die je moet ontcijferen. De droomscène uit Romería behoort zeker tot die categorie.
De droom als leidraad
Mindere goden van de filmkunst durven al eens naar een droomsequentie te grijpen als narratieve gimmick of als stoplap voor een gebrek aan spanning. Maar tegelijk zijn er ook heel wat coryfeeën uit het cinemapantheon voor wie droombeelden en -vertellingen een wezenlijk onderdeel zijn van hun poëtica. When Cinema Feels Like a Dream bevat een handvol voorbeelden en is tegelijk een taxonomie van manieren waarop filmmakers de droomstaat kunnen emuleren.
Ook Ingmar Bergman grossierde in droomsequenties. Bergman's Dreams bevat een veelzeggend citaat van de Zweedse meester: hij vond de filmkunst bij uitstek geschikt om de ervaring van dromen na te bootsen.
Wie heeft nooit gedroomd te kunnen vliegen? De Japanse animatiegrootmeester Hayao Miyazaki in ieder geval wel, en hij verwerkte die fantasie in veel van zijn films, zo toont Miyazaki Dreams of Flying.
Heel wat iconische momenten uit de filmografie van Stanley Kubrick lijken weggelopen uit een nachtmerrie. Maar ook andere dromen zijn hem niet vreemd. Neem zijn laatste film, Eyes Wide Shut, waarin Cruise en Kidman aan Dream Walking doen tussen droom en (seksuele) daad.
En dan hebben we het nog niet gehad over filmmakers die aanschurken tegen het surrealisme. Die kunststroming zet volop in op dromen om de hegemonie van logica en realiteit onderuit te halen. Maya Deren, Luis Buñuel, Salvador Dalí: ze zijn verantwoordelijk voor memorabele droomsequenties en -films. In dat rijtje hoort natuurlijk ook David Lynch thuis. Zijn films zijn Beautiful Nightmares en ze brengen je Between Two Worlds. Surreële dromen, dat is How David Lynch Messes with Your Mind.
Voor Michel Gondry zijn dromen zowel onderwerp (The Science of Sleep) als stijlgids (Eternal Sunshine of the Spotless Mind). Dream Spaces: The Cinema of Michel Gondry maakt dat op hoogst originele en fascinerende manier duidelijk. Andrew Frost gebruikt geen enkel shot uit de films van de Franse regisseur, maar trekt zijn hele video-essay op uit AI-gegenereerde beelden. Generatieve AI is om verschillende redenen problematisch: de verwoestende ecologische impact en de intellectuele diefstal waarop de technologie gebouwd is, om er maar een paar te noemen. Ook de esthetische waarde van AI-beelden is op zijn zachtst gezegd twijfelachtig. Maar hier passen ze wonderwel. Want generatieve AI is verre van volmaakt en laat zich maar moeilijk aansturen, wat resulteert in beelden vol feitelijke fouten en onverwachte combinaties. In dit video-essay zijn die onvoorspelbaarheid en het onvermijdelijke surrealisme van AI een troef: net die kenmerken leunen aan bij de visuele stijl van Gondry. Zou AI dan ook kunnen dromen.
- David Verdeure
Filmscalpel
Platform en website die aandacht geeft aan het format van het video-essay, gecureerd door David Verdeure.