L’Anglaise et le Duc (2001)
Rohmer was inmiddels al de tachtig voorbij toen hij deze film maakte, maar niemand zag daarin een reden om ermee te stoppen. Er zijn tientallen veel jongere regisseurs die beter de camera aan de wilgen zouden hangen dan deze nouvelle vague-veteraan, die met L’Anglaise et le Duc een van zijn meest vermetele films realiseerde.
Na zijn drie cycli, Six Contes moraux, Comédies et proverbes en Contes des quatre saisons, verraste Rohmer met een literaire kostuumfilm, gebaseerd op de memoires van Grace Elliott (Lucy Russell), een aristocratische Britse dame die weigerde het onveilige Parijs tijdens de Franse revolutie te verlaten. De film toont fragmenten uit vier bewogen jaren van haar leven, van 1790 tot 1794.
Als rode draad door de woelige gebeurtenissen loopt haar tedere relatie met haar vroegere minnaar Philippe, de hertog van Orléans (Jean-Claude Dreyfus), neef van Louis XVI. Hun tegengestelde politieke opvattingen – zij is fervent royalistisch en heeft moeite zich aan te passen aan de revolutionaire wind; hij toont zich juist aangetrokken tot de idealen van de revolutie – zetten hun vriendschap zwaar onder druk. Zeker wanneer blijkt dat hij, om zijn eigen positie veilig te stellen, instemt met de executie van de vorst.
Toch blijven ze elkaar trouw, hoezeer het terreurbewind van Robespierre de gemoederen ook verhit, de nieuwe leiders voortdurend wisselende allianties smeden en rationele geesten tot barbaarse daden worden gedreven. Bij het oproepen van de permanente dreiging die over de personages hangt, permitteert Rohmer zich ook verbazende terzijdes, zoals het pervers erotiseren van de keel van de Engelse aristocrate, die elk moment kan worden doorgesneden.
Toen Rohmer het verwijt kreeg een reactionaire film te hebben gemaakt, sprong Chabrol in de bres voor zijn oude kameraad: “L’Anglaise et le Duc n’est pas un film conservateur, mais montre une aristocrate anglaise dans la Révolution, et elle ne peut être que conservatrice… On ne veut pas admettre les points de vue.”
Rohmer had eerder al twee historische films op zijn naam staan: La Marquise d’O… (1976), volledig gedraaid in natuurlijke decors, en Perceval le Gallois (1978), dat integraal in de studio werd opgenomen en waarin de betreffende periode streng gestileerd werd vormgegeven. Met L’Anglaise et le Duc, zijn derde kostuumfilm, koos Rohmer voor een radicale oplossing voor het probleem van historische reconstructie. Voor de buitenscènes liet hij in een grote studio door Jean-Bapiste Marot zevenendertig gedigitaliseerde schilderijen maken, die in de stijl van achttiende-eeuwse gravures de straten van Parijs en omgeving tot leven wekken.
Met behulp van digitale technieken werden de personages vervolgens in deze geschilderde decors geïmplementeerd. Het wonderlijk paradoxale resultaat is dat Rohmer de digitale cinema van de toekomst gebruikt om een naïeve beeldtaal te creëren die teruggrijpt naar procedés uit de stille film. Dat sluit mooi aan bij zijn protagonist: een onwrikbare vrouw die haar lot met dezelfde vastberadenheid ondergaat als een heldin uit een film van Griffith of Dreyer. Doorgaans had Rohmer voor elke film een schilder voor ogen als artistiek referentiekader en maar zelden een andere film. L’Anglaise et le Duc vormde daarop echter een uitzondering: hierbij dacht hij aan Griffiths Orphans of the Storm (1921), het historische melodrama met Lillian en Dorothy Gish dat zich eveneens afspeelt tijdens de Franse Revolutie.
De authenticiteit die Rohmer via artificiële middelen nastreeft, schuilt ook in het schitterende Frans waarmee de dilemma’s en mechanismen van de revolutionaire periode worden blootgelegd. In Lucy Russell vond de cineast een actrice die zich perfect thuis voelde in de gedurfde, hiëratische stijl van dit unieke experiment, dat hautain alle regels van het academische kostuumdrama aan zijn laars lapt.
Patrick Duynslaegher
Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur van Knack Focus was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s Vrouw tussen hond en wolf, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.