Pauline à la plage (1983)
Rohmers derde film in de cyclus Comédies et proverbes opent met de woorden “Qui trop parole, il se mesfait”, een citaat van schrijver Chrétien de Troyes, die Rohmer al eerder verfilmde (Perceval le Gallois,1978). Het betreft een tot in alle finesses doordachte erotische komedie over zes jonge mensen die in de nazomer elkaar ontmoeten in een vakantieoord aan de Normandische kust, verliefd worden (maar niet op de “juiste” partner), elkaar misverstaan en uiteindelijk uit elkaar gaan.
De personages belichamen herkenbare stereotypes: de Don Juan, de romanticus, de libertijn, het onschuldige tienermeisje, de naïeve verleidster. De titelheldin is een schuchtere puber (Amanda Langlet) die haar vakantie aan zee doorbrengt in de familiale villa. Ze wordt vergezeld door haar jonge tante Marion (Arielle Dombasle), een ogenschijnlijk zelfbewuste blonde schoonheid die in haar strakke gele badpak een opvallende verschijning is. De vier andere deelnemers aan deze zedenkomedie, vol misverstanden en verrassende verwikkelingen, zijn: Henri, (Féodor Atkine) een gladde versierder; Pierre (Pascal Greggory), een knappe jonge windsurfer; Louisette (Rosette), een jonge vrouw die op het strand met snoep leurt; Sylvain (Simon de la Brosse), een leeftijdgenoot van de vijftienjarige Pauline, met wie zij een prille romance beleeft.
Wat begint als vrijblijvend en onschuldig ogend geflirt, groeit – zonder dat de personages het beseffen – uit tot een complex web van gevoelens en dubbelzinnige relaties. Rohmer houdt de toeschouwer daarbij stevig in zijn greep. Aanvankelijk geniet je geamuseerd van deze moderne variant op een vaudeville van Feydeau en glimlach je om de jongelui die nauwgezet zichzelf proberen te definiëren, heelder litanieën brengen over beminnen en verleiden, maar in hun gedrag en daden voortdurend het tegendeel bewijzen van wat ze zojuist verkondigden. Ze doen alsof ze helder en lucide zijn, terwijl ze vaak verblind, misleid of gemanipuleerd worden. Gaandeweg word je echter subtiel geraakt door de pijnlijke en droevige ondertoon van hun sentimentele geklungel.
Meer nog dan in eerdere films staat in Pauline à la plage alles in het teken van de verleiding. Het amoureus discours is geraffineerd, gesofisticeerd, soms bijna precieus. Tegelijk baden de liefdesstrategieën in de sensualiteit van de zomerliefde en is er de uitgesproken lichamelijkheid van de gebronsde protagonisten die we meestal zien in badkleding of luchtige zomerkledij.
Zoals altijd streeft Rohmer in zijn mise-en-scène naar een grote transparantie.
Alles oogt alledaags en uit het leven gegrepen, maar is in werkelijkheid zorgvuldig geconstrueerd, beredeneerd en intellectueel onderbouwd. Wie enkel naar de oppervlakte kijkt, mist die gelaagdheid. Nergens vestigt de regisseur nadrukkelijk de aandacht op stilistische ingrepen, terwijl sommige scènes een haast onzichtbare virtuositeit vertonen – zoals de strandscènes, waarin de personages zich niet lateraal verplaatsen maar in cirkels bewegen.
Visueel behoort dit tot een van Rohmers meest betoverende films, dankzij de Normandische locatie en het milde septemberlicht, maar ook door het doordachte kleurgebruik. In Paulines slaapkamer hangt een reproductie van Matisse’s La blouse roumaine. Rohmer en zijn briljante cinematograaf Nestor Almendros gebruiken het coloriet en de compositie van dit schilderij – een rode achtergrond met accenten van wit en blauw in blouse en rok – als basis voor hun plastische en picturale keuzes.
Patrick Duynslaegher
Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur van Knack Focus was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s Vrouw tussen hond en wolf, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.