Ma nuit chez Maud (1969)
Eind jaren ’60 was het al vrije liefde, God-is-Dood slogans, psychedelisch kleurgebruik en effectbejag met de zoomlens wat de klok sloeg. Uitgerekend in het contestatiejaar 1968, toen Frankrijk door de meirevolte in rep en roer stond en al zijn vakbroeders op een of andere manier de verhitte politieke situatie in hun films verwerkten, draaide Rohmer deze film, die veilig uit de buurt blijft van het Parijse epicentrum. Het streng vormgegeven Ma nuit chez Maud werd namelijk in lumineus zwart-wit opgenomen in een ijzig winters Clermont-Ferrand. De haarscherpe fotografie van Nestor Almendros (een expert in het filmen met natuurlijke lichtbronnen) van vallende sneeuw, koude winterdagen en behaaglijk warme interieurs, is een van de visuele troeven van de film.
Rohmers eerste meesterwerk is een van de meest fascinerende praatfilms ooit gemaakt. De “handeling” – zo je dat al zeggen kan – bestaat overwegend uit gesprekken tussen Jean-Louis (Jean-Louis Trintignant) en Maud (Françoise Fabian). Hij is vierendertig, vrijgezel, ingenieur in de plaatselijke Michelinfabriek, praktiserend katholiek met een streng omlijnde visie op de wereld en op man-vrouwrelaties. Zij is een elegante, gescheiden, donkerharige vrouw die hem op uitermate sluwe wijze in bekoring brengt. Jean-Louis weet namelijk niet te kiezen tussen deze vrijgevochten, vrijzinnige intellectuele vrouw die zelfs aan discussies over Pascal een erotische spanning geeft, en de 22-jarige engelachtige blonde vrouw, Christine (Marie-Christine Barrault) die tijdens de middernachtmis zijn aandacht wekte. En wel in die mate dat hij halsoverkop besloot dat zij zijn toekomstige vrouw zou worden, al hadden ze nauwelijks een paar woorden met elkaar gewisseld.
Rond de morele onbuigzaamheid van zijn protagonist weeft Rohmer een al even strak gecomponeerde film, waarin de bijzonder literaire gevoelskwaliteit perfect wordt ondersteund door een bewonderenswaardige klassieke mise-en-scène. De drie sleutelscènes zijn lange gesprekken: het zijn paradoxale meesterstukjes van pure cinema. Tot diep in de nacht zitten Jean-Louis, Maud en Vidal (Antoine Vitez) de, communistische schoolvriend die hem meetroonde naar Mauds kale appartement, te palaveren over Pascal en het jansenisme, toeval en vrije wil, geloof en predestinatie. Vooral Pascal wordt op de rooster gelegd: ze halen er zijn Les pensées bij om citaten te verifiëren, en Rohmer trakteert ons zelfs op een close-up van een pagina uit het boek. De Franse cinema uit deze periode is er inderdaad een waar mensen vrolijk boeken lezen, over alles en nog wat filosoferen en onophoudelijk roken. Wanneer de filosofieprofessor het aftrapt, zetten Jean-Louis en Maud met hun tweetjes de conversaties verder, maar sluipt er ook een speelse sensualiteit in hun gesprekken, wat ook te maken heeft met de positie die ze intussen hebben ingenomen: Maud transformeert haar zitbank tot een bed, kruipt onder de lakens, terwijl Jean-Louis boven de lakens naast haar zit en ligt. Hun uitwisselingen en vooral de subtiele verschillen tussen hun retoriek en hun lichaamstaal, raken de essentie van de filmkunst van Rohmer: erotische verlangens worden getransformeerd tot spirituele kwesties, en scènes waarin twee mensen niet meer doen dan met elkaar praten, krijgen een puur cinematografische gestalte. Een van de paradoxen is dat er van deze praatfilm een betovering uitgaat die moeilijk in woorden te vatten is.
Vergeleken met de latere zedenkomedies is dit een zeer ernstige film, wat niet belet dat sommige situaties en dialogen ook grappig zijn. Zoals wanneer Maud de twee mannen die net uit de middernachtmis komen toesnauwt: “Jullie stinken allebei naar wijwater.” Maar de grootste paradox van Ma nuit chez Maud blijft dat een film waarin eindeloos wordt getaterd, hoe dan ook intens cinematografisch is. Rohmers mise-en-scène eist nooit de aandacht op, maar is meesterlijk in haar bedrieglijke eenvoud en stille kracht. Ook de constructie van de film is complexer dan op het eerste gezicht lijkt. Zo blijkt Christine uiteindelijk ook aan Maud gelinkt, wat enigszins de zelfzekerheid en de morele superioriteit van de puriteinse Jean-Louis ondermijnt.
Louis Trintignant als Françoise Fabian brengen zeldzaam intelligente vertolkingen en waren bepalend voor het succes van deze film, die in mei 1969 in première ging op het filmfestival van Cannes en nu nog altijd de essentiële titel is voor wie wil kennismaken met de wereld en het werk van Rohmer.
Patrick Duynslaegher
Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur van Knack Focus was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s Vrouw tussen hond en wolf, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.