La collectionneuse (1967)

La collectioneuse (1967) Eric Rohmer
Verdieping 13 aug 2026
Tijdens de 53ste editie van Film Fest Gent blikt het filmfestival in het Classics-programma terug op het werk van regisseur Éric Rohmer. De Fransman was een sleutelfiguur in de vernieuwende nouvelle vague-filmbeweging, maakte “kleine” films over “kleine” onderwerpen (liefde, trouw, ontrouw, verleiding, jaloezie) en liet zijn personages uitzonderlijk veel praten. Rohmer maakte vooral furore met de drie filmcycli die hij tussen de jaren ‘60 en ‘90 regisseerde.

La Collectionneuse, gedraaid op 35 mm en in kleur, is chronologisch gezien Eric Rohmers derde morele vertelling, maar wordt door de maker zelf als het vierde deel beschouwd. Het derde deel is het later gedraaide Ma nuit chez Maud, waarvan Rohmer de opnamen moest uitstellen om in de agenda van Jean-Louis Trintignant te passen.

Met zijn bejubelde eerste cyclus werd Rohmer een van de meest bewonderde Franse regisseurs van zijn generatie, ook in de Verenigde Staten, waar hij door het kritische establishment werd aanbeden. Zijn films gingen vaak in première op het Filmfestival van New York; Andrew Sarris van de Village Voice noemde Les Contes moraux niet minder dan “one of the great film oeuvres of the century.” De zes Contes moraux volgen telkens eenzelfde verhalend stramien: een man die zich al aan een vrouw heeft verbonden, voelt zich plots aangetrokken tot een tweede vrouw. Die bekoring stort hem in een morele crisis. Na lang aarzelen weerstaat hij de verleiding en keert hij terug naar zijn eerste liefde.

La collectionneuse 3

De morele teneur van deze vertellingen (zes in totaal) mag niet worden verward met puritanisme. Rohmer is inderdaad een overtuigd katholiek en een rasechte rationalist, maar dat belet niet dat zijn levensbeschouwelijke bespiegelingen ook sensualiteit uitstralen, vaak erg geestig zijn en een flinke dosis zelfspot bevatten.

In La Collectionneuse observeert hij enkele jonge mensen tijdens hun vakantie in Saint-Tropez, waar ze een villa vlak bij zee delen. Haydée (Haydée Politoff), de “verzamelaarster” uit de titel, is een enigszins amoreel meisje dat elke nacht met een andere jongen naar bed gaat. Twee mannen, een humorloze antiquair – Adrien (Patrick Bauchau) tevens de verteller van de film – en een introspectieve kunstenaar, Daniel (Daniel Pommereulle), zijn niet van plan zich aan haar collectie te laten toevoegen en besluiten haar een lesje te leren.

Bijna de hele film lang spelen ze psychologische spelletjes met elkaar. Zo neemt de Machiavellistische Adrien aanvankelijk afstand van Haydée en beweert hij dat zij naar bed gaat met Daniel – de bevriende artiest die rare objecten in elkaar knutselt – enkel om hem jaloers te maken. Hun erotische strategieën leveren echter zelden het gewenste resultaat op. De zelfgezochte verwikkelingen en misvattingen worden door Rohmer met exquise ironie gadegeslagen. 

La collectionneuse 2

De door Patrick Bauchau gespeelde Adrien is, net als Bertrand in La Carrière de Suzanne, een gesublimeerde en allicht meer zelfzekere dubbelganger van Rohmer. Hij noemt zichzelf zonder schroom een “heroïsche dandy” en spreekt met een zelfvertrouwen dat grenst aan de arrogantie over alles wat hem bezighoudt: van zijn ochtendlijke gemoedstoestand tot het spel van het zonlicht op zee en de onderliggende rotsen. Wanneer hij uiteindelijk zonder succes moet afdruipen, vertrekt hij naar Londen, waar zijn verloofde voor zaken verblijft. Daarmee houdt hij zich op het laatste moment toch netjes aan de basisregels van de Contes moraux.

De zonovergoten, frivole zuiderse sfeer en de nadrukkelijke lichamelijkheid van de acteurs – die vaak in badkleding te zien zijn – maken deze mix van erotiek en ethiek bijzonder aantrekkelijk. Daardoor oogt deze film minder strak en minder onwrikbaar dan de andere variaties op hetzelfde thema.

De boeken die de personages lezen, verschijnen ofwel zo vluchtig in beeld dat je ze niet opmerkt als je met de ogen knippert, of worden juist via close-ups nadrukkelijk als “insert” gepresenteerd. Soms bieden ze een intrigerend extra inzicht in de psychologie, interesses of gemoedstoestand van de personages – of fungeren ze misschien als subtiele vorm van opschepperij. Zo verdiept Adrien zich, wanneer hij zwijgt, in Les Oeuvres Complètes van Rousseau, terwijl Haydée bladert in een boek over de Duitse romantiek.

Dit was ook de eerste film waarin Rohmer een werkwijze introduceerde die hij later vaker zou toepassen. Tijdens de repetities sloot hij zich met zijn drie hoofdrolspelers – Haydée Politoff, Patrick Bauchau en Daniel Pommereulle – op in de bewuste villa en moedigde hij hen aan om de dialogen in hun eigen woorden te formuleren en actief bij te dragen aan de ontwikkeling van hun personages. Deze methode, waarbij Rohmer optimaal gebruikmaakt van de creativiteit en de natuurlijkheid van zijn acteurs, verleent zijn films een gevoel van spontaniteit en “documentaire waarheid”, in scherp contrast met de kunstmatigheid van de verzonnen intriges.

Haydée Politoff is de eerste van Rohmers jonge actrices met wie de cinema van Rohmer – kuis maar toch sensueel – geassocieerd wordt. De Chinese vaas die zij opzettelijk (?) breekt, is een van die objecten die in de film een extra symbolische waarde krijgen.

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur van Knack Focus was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s Vrouw tussen hond en wolf, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.