‘Play Boys’ zorgt voor fris geluid in animatiefilm

P1av6ern9r8kl1863t3d8tn1n1
Nieuws 16 okt 2016
Vincent Lynen is met zijn korte animatiefilm ‘Play Boys’ een van de tien filmstudenten die deze zondagnamiddag meedingt naar de Nationale Loterijprijs voor de beste Belgische studentenkortfilm en naar de ACE Image Factory publieksprijs. Het programma bestaat uit een mix van fictie, documentaire en animatie.

Zijn ‘Play Boys’ oogt fris en speels en is van een bedrieglijke eenvoud. De absurde taferelen tussen mannen en honden, vrouwen en mannen, brommers en lekkere wijven, zoals Lynen de inhoud van zijn afstudeerfilm omschrijft, verlopen via intelligent doordachte lijnen en in zijn absurdistisch universum wordt het narratieve gesublimeerd. Boodschapperig is de kortfilm niet, wel een nieuw geluid in de Vlaamse animatiefilm. Daarom de man achter de film opgezocht.

De in Bilzen geboren Lynen volgde kunsthumaniora in Genk en kwam daarna in Gent aan het KASK animatie studeren. “Ik kan goed tekenen maar vroeg me af wat ik met mijn tekeningen kon doen. Ze lagen er per slot van rekening heel stil bij. Door animatie te studeren, blies ik ze leven in. Spijt over mijn keuze heb ik niet. Naast het tekenen begon ik in de loop van mijn derde jaar bachelor miniatuurachtige wezentjes en voorwerpen te schilderen. Ze vormen zelfs de basis ‘Play Boys’. “Want eenmaal geschilderd wilde ik ze ook binnen een filmkader gebruiken. Om zo het publiek te dwingen om eens naar miniaturen te kijken”, zegt Vincent Lynen. ‘Play Boys’ begon aanvankelijk met een koppel aan een tafel. Een ballon die aan de onderkant van de tafel botste, rammelde het eetbestek door elkaar en veroorzaakte ruzie tussen de man en de vrouw. De scène haalde de film niet maar ze was nuttig omdat hij er uit leerde dat zijn “plot” uit een kettingreactie moest bestaan. Alleen dan zou alles in elkaar klikken. Het koppelconcept veranderde Vincent Lynen later in “drie macho mannen die zomaar wat doen en dan zien we wat daaruit voortvloeit. Als een van de play boys een fles wegwerpt of op een ballon schiet, zijn de gevolgen niet vrijblijvend”. Lynens werkwijze zorgt voor een originele spanning. “Het kwam er voor mij op aan saaiheid te vermijden’, vult de regisseur aan, “het was werken, zoeken, knippen zodat er van de 15 minuten tellende eerste versie uiteindelijk nog zeven overblijven. Volgens sommigen ging ik zelfs te ver en verwaarloos ik het narratieve. Dat is niet mijn eerste zorg en ik wilde zeker niet in het vaarwater raken van ‘Flatlife’ van Jonas Geirnaert”.

ik zou liever als kunstenaar dan als animatiefilmer door het leven gaan en worden herinnerd

Waar zijn obsessie voor het schilderen van mannetjes, vrouwtjes, hondjes en kleine motorfietsen vandaan komt, weet Vincent Lynen zelf niet. “Mijn figuurtjes hebben allemaal een speelgoedachtige schattigheid en sommige spulletjes wil ik wellicht zelf graag hebben. Ik heb me in ieder geval al een rode brommer gekocht zoals die in ‘Play Boys’ voorkomt”. Of Vincent Lynen leermeesters heeft? “Niet direct”, klinkt het “maar ik ben toch onder de indruk geweest van ‘Tango’ een experimentele kortfilm van de Pool Zbigniew Rybczynski. In een lege kamer, beginnend met één personage, laat die regisseur een vijftiental mensen hun dagelijkse ding doen. Ze wriemelen door elkaar maar komen toch nooit met mekaar in contact. Ook de bekende Belgische kunstenaar Francis Alyce kan me bekoren. Verder houd ik van de maffe perfect getimede humor van Roy Anderson en van alles wat Jacques Tati heeft gedraaid. Eigenlijk ben ik niet zo’n echte filmfanaat. En ik zou liever als kunstenaar dan als animatiefilmer door het leven gaan en worden herinnerd”.

Het groeiende succes van de animatiefilm laat Vincent Lynen vrij koud. “Het is allemaal teveel van hetzelfde en veel te commercieel. Bij het technisch zoeken om alles zo echt mogelijk weer te geven, gaat het spontane verloren”. Hij blijft dus voorlopig bij zijn miniaturen en werkt aan een nieuw project. Het wordt een western maar hij zal de zijwegen van het genre verkennen. Hij is alvast aan het schilderen want alles begint met een schilderijtje.

Uit de overige kortfilms blijkt onder meer dat studenten niet ongevoelig zijn voor de huidige vluchtelingenproblematiek. Dat merk je aan ‘Vliegende Ratten‘ van Emiel Sandtke. In zijn documentaire ‘Klein Boekarest’ portretteert Sam Geyskens Roemeense vrachtwagenchauffeurs die op een parking hier hun weekend overbruggen en in ‘Zij Zei’ van Vincent Everaerts brengen bedden en lakens personages tot leven. De tien kortfilms zijn even divers en gevarieerd als het “grote” filmlandschap.

Voorstellingen: