World soundtrack awards
Tikkende tijdbom in 'Human, Space, Time and Human'
Tikkende tijdbom in 'Human, Space, Time and Human' One Shot Cinema
deel dit artikel

Ondanks het overvolle bioscoopaanbod zijn er nog altijd sterke en boeiende films die door de mazen van het distributienet glippen. Daarom vertoont Film Fest Gent, in samenwerking met Sphinx Cinema, One Shot Cinema, met elke maand een in België onuitgebrachte film. In juni staat de nieuwe film van Kim Ki-duk op het programma.

Met 'Human, Space, Time and Human' (2018) doet enfant terrible van de Zuid-Koreaanse cinema Kim Ki-duk zijn fel omstreden reputatie alle eer aan. Wie een beetje het reilen en zeilen van de Aziatische cinema volgt, zal het niet ontgaan zijn dat Zuid-Korea, een land van 44 miljoen zielen, de laatste decennia van een ongewone cinematografische creativiteit getuigt, wat Seoul tot een van de meest vitale filmcentra maakt van deze tijd.

Dat 'Parasite' van de 49-jarige Bong Joon-ho op het net afgelopen filmfestival van Cannes de Gouden Palm won, is dan ook de ultieme bekroning van de Zuid-Koreaanse cinema die al minstens een kwart eeuw hoge ogen gooit in het internationale festivalcircuit. Velen delen trouwens de mening dat de beste film die op de Cannes editie van 2018 de Gouden Palm had moeten winnen ook al van Zuid-Koreaanse makelij was: 'Burning' van Lee Chang-dong ('Oasis'; 'Secret Sunshine'; 'Poetry').

Terwijl Lee Chang-dong aanleunt bij de arthouse stroming van de nieuwe Koreaanse cinema met als meest bejubelde exponent de minimalist Hong Song-soo ('Woman is the Future of Man') , hoort Bong Joon-ho ('Memories of Murder', 'The Host') samen met Korea’s golden boy Park Chan-wook ('Joint Security Area'; 'Sympathy for Mr. Vengeance'; 'Old Boy') en Kim Jee-won ('A Tale of Two Sisters') tot een nieuwe generatie die van gender bending zijn handelsmerk maakt.

Provocatie

En dan is er natuurlijk Kim Ki-duk (geboren in 1960), een regisseur hors catégorie, een man die alle regels aan zijn laars lapt, als een ongeleid projectiel door de Koreaanse cinema raast en door kenner van de Aziatische cinema Tony Rayns een authentiek primitieve autodidact wordt genoemd. Wie een beetje vertrouwd is met het werk van Kim weet dat dit enfant terrible zijn hand niet omdraait voor een provocatie meer of minder. Geregeld beschuldigd van vrouwenhaat, mensenhaat in het algemeen, sadisme en het uitbuiten van de lagere instincten van het publiek, zijn z’n films voor zijn critici een bron van ergernis en misprijzen, voor zijn fans een welkome kaakslag aan het adres van het dwangmatige politiek correcte denken.

Hoe controversieel Kim ook mag zijn, een tijd lang was hij een gevierd regisseur die prijzen won op de festivals van Cannes, Berlijn en Venetië. Daar kwam vorig jaar abrupt een eind aan door aantijgingen van verregaand grensoverschrijdend seksueel gedrag (drie van zijn actrices beschuldigden hem van verkrachting).

Surrogaten

Voor al degenen die zich tegen de Koreaanse festivalfavoriet keerden, was zijn oeuvre het beste bewijs dat er iets aan de man schortte (een dubieuze redenering die tegenwoordig gretig wordt gehanteerd): 'Pieta' zou ziekelijk gewelddadig zijn; 'Samaritan Girl' zou kinderprostitutie exploiteren; in 'Bad Guy' zou voyeurisme hoogtij vieren en in 'The Isle' (wellicht zijn meest schokkende film) konden de extreme beelden van marteling,  zelfverminking en dierenmishandeling - herinner u waar een vishaak allemaal kan voor dienen - alleen maar ontsproten zijn aan een ziekelijk brein.

Kim liet zelf graag uitschijnen dat al zijn protagonisten (sensitieve zielen onder de extreem ruwe bolster) surrogaten van hemzelf waren. Van een adolescent die in 'Address Unknown' een aanstootgevende tatoeage uit de borst van zijn moeder snijdt tot de ongearticuleerde macho’s die in 'Crocodile' en 'Bad Guy' vrouwen mishandelen en in de prostitutie drijven. Wat allemaal niet belet dat deze snelfilmer die sinds zijn debuut in 1996 niet minder dan 24 films maakte ook poëtisch en Zen-contemplatief uit de hoek kan komen, zoals in het door het Boeddhisme geïnspireerde 'Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring'.

Kannibalisme

Laat het meteen duidelijk zijn dat we in 'Human, Space, Time and Human' niet de vredelievende en verzoenende Kim aan het werk zien. Zoals in veel van zijn films zijn ook hier zijn cartooneske personages tot de grootste smeerlapperij in staat. De film speelt zich volledig af op een verroest oorlogsschip uit de Tweede Wereldoorlog; doel en bestemming van de reis komen we nooit te weten. De opvarenden zijn  mensen van allerlei slag (van een kersvers echtpaar tot een corrupte politicus) onder wie een heftige klassenstrijd woedt. Onder de overwegend Koreaanse passagiers (er zijn ook een aantal Japanners aan boord) bevinden zich ook veel gangsters, gokkers, hoeren en bronstige jonge mannen die hun seksuele impulsen onvoldoende beheersen en zich laten gaan door alcohol, drugs en seks. Volgt een maritiem bacchanaal met verkrachtingen aan de lopende band. Tot de feestvierders op een ochtend ontwaken en hun ogen niet geloven: het schip vaart een onbekende mistige ruimte in en begint in de lucht te zweven. Kim geeft geen enkele verklaring voor deze bovennatuurlijke situatie; hij gebruikt deze surreële vondst om het gehavend schip volledig los te koppelen van de realiteit van de buitenwereld, zodat het een microkosmos wordt waarin hij het verval van de hele wereld projecteert. De tot dan toe naturalistische teneur van de film krijgt hier abrupt een (religieus geïnspireerde?) allegorische draai.

Gezien de voedselvoorraad op het zwevend schip beperkt is, ontspint zich ook een genadeloze strijd om te overleven waarbij kannibalisme uiteraard niet ontbreekt. Kim Ki-duks wereldbeeld is heftig negatief en nihilistisch en zijn gitzwarte humor zal zeker niet door eenieder geapprecieerd worden. Hij blijft een onverbeterlijke en woeste beeldenstormer die in zijn uitzinnig sociaal kritische films zijn fantasie de vrije loop laat, ongeremd en onverschillig voor wat de goegemeente daar van denkt.

'Human, Space, Time and Human' is onze One Shot Cinema film van juni en is te zien op 6, 16, 20 en 27 juni in Sphinx Cinema (Gent). Reserveer jouw ticket(s) hier

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s ‘Woman in a Twilight Garden’, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.
 

Gerelateerd: One Shot Cinema: Human, Space, Time and Human

Film Fest Gent -

Ondanks het overvolle bioscoopaanbod zijn er nog altijd sterke en boeiende films die door de mazen van het distributienet glippen. Daarom vertoont Film Fest Gent, in…

Lees meer  

Online communicatie door Lavagraphics