VAF Kinepolis ING
World soundtrack awardsWSA
Flagey: Bande à part
Flagey: Bande à part Filmnieuws
deel dit artikel

Elke maand stelt Patrick Duynslaegher, artistiek directeur van Film Fest Gent in Ciné-Club Flagey (Brussel) een van zijn favoriete films voor. Nu donderdag 18 januari is het de beurt aan Jean-Luc Godards ‘Bande à part’ (1964), een aparte en zeer persoonlijke film in het immense werk van de regisseur.

In de 62 jaar dat Jean-Luc Godard als cineast actief is, heeft hij al meer dan honderd films gemaakt, in alle formaten, stijlen en technieken. Meer dan bij welke regisseur ook is zijn omvangrijk oeuvre vrij makkelijk op te delen in periodes. In een hors serié nummer uit 2006, helemaal gewijd aan deze Frans-Zwitserse cineast die met zijn ingrijpende vormelijke vernieuwingen de filmpraktijk helemaal dooreenschudde, splitste het weekblad Les Inrockuptibles zijn werk op in zes grote periodes: La nouvelle vague (1955-1967), Les années Mao (1967-1972), L’ère vidéo (1974-1979), Retour au cinéma (de jaren 80), Histoire(s) du cinéma (1988-1989), Après l’histoire (1990-2006).

Buitenbeentje

De meningen zijn verdeeld over welke periode nu zijn meest creatieve en innovatieve is. Ik hoor tot het (wellicht ook grootste) kamp dat Godard op zijn best vindt in zijn beginperiode, toen hij in een zelden geziene creatieve roes in zeven jaar tijd vijftien lange speelfilms vervaardigde (en nog een half dozijn episodes in zogenaamde omnibusfilms waarin verschillende regisseurs rond één thema werkten, een format dat zeer geliefd was in de jaren 60), met als toppers 'A bout de souffle' (zijn speelfilmdebuut uit 1960), 'Une femme est une femme' (1961), 'Vivre sa vie' (1962), 'Le mépris' (1963), 'Une femme mariée' (1964), 'Alphaville' (1965), 'Pierrot le fou' (1965; algemeen erkend als Godards absolute meesterwerk uit die periode), 'Masculin féminin' (1966), '2 ou 3 choses que je sais d’elle' (1966), 'Week-end' (1967).

Ook 'Bande à part' (1964) hoort daarbij, al werd dit buitenbeentje en tussendoortje niet meteen naar waarde geschat. Met de jaren groeide evenwel de reputatie van deze wat vergeten Godard die intussen een cultstatus geniet en door veel filmmakers geciteerd wordt, meest uitbundig door Leos Carax en Quentin Tarantino (die zijn productiemaatschappij A Band Apart noemde).

Liefdesbrief

'Bande à part' volgde heel snel op 'Le mépris' en was productioneel ook een reactie op een moeizame draaiperiode waar Godard zelf geen al te goede herinneringen aan bewaart. Deze vrije bewerking van een roman van Moravia was een relatief dure film in kleur en Cinemascope, gedraaid in Italië met een beroemde ster (Brigitte Bardot) in de hoofdrol en met op de achtergrond drie bemoeizuchtige producenten (Georges de Beauregard, Carlo Ponti, Joseph Levine). 'Bande à part' daartegenover is een zwart-witfilm, snel ingeblikt in vier weken, zeer losjes gebaseerd op 'Fool’s Gold', een série noire romannetje van Dolores Hitchens (een boek dat hem door collega François Truffaut gesignaleerd werd). Het belachelijk krap budget van 120.000 dollar haalde Godard integraal bij het Franse filiaal van de Amerikaanse studio Columbia. Toen hij dit bedrag vroeg, was de reactie dat hij nogal duur was voor een beginnend regisseur: men dacht dat hij het louter over zijn gage als regisseur had en niet over de totale productiekosten!

Godard had nog een bijkomende reden om snel van wal te steken met een nieuw project: zijn levensgezellin Ana Karina, die al in drie van zijn vorige films een hoofdrol speelde ('Le petit soldat', 'Une femme est une femme', 'Vivre sa vie') kampte na twee zelfmoordpogingen met een zware depressie en bracht zes weken door in een psychiatrische inrichting. Om haar opnieuw smaak in het leven te doen krijgen, bood Godard haar deze film aan waarin haar personage de naam draagt van haar moeder: Odile Monod. Vier weken nadat hij haar had afgehaald in het ziekenhuis, stond zijn steractrice op de set; de finale film lijkt dan ook op een onbeschroomde liefdesbrief van Godard aan het adres van zijn eerste muze. Vele scènes lijken vooral gemaakt om Karina te doen schitteren, wat in combinatie met de geïmproviseerde, uit de losse pols gefilmde stijl (met Raoul Coutard achter de soepele camera) van dit misdaadverhaaltje ook een cinéma vérité documentaire maakt over een pijnlijke episode in het stormachtige huwelijk van Godard/Karina. In de woorden van Godard is 'Bande à part' zowel een conte de fées als een conte de faits.

Tijdsgeest

Zoals in zijn latere bewerkingen van misdaadliteratuur ('Pierrot le fou'; 'Made in USA' uit 1966) houdt Godard van het literair origineel niet veel over en brengt hij zijn filmische interpretatie van een noodlottig B-verhaaltje. Alles draait om de planning en uitvoering van een diefstal in een huis in een Parijse buitenwijk door twee jonge vrienden, Arthur (Claude Brasseur) en Franz (Sami Frey), en de jonge vrouw, Odile, met wie ze beiden flirten en die ze manipuleren om hun slag te kunnen slaan. De schommelingen in hun relatie en de amoureuze rivaliteit worden gevat in een opeenvolging van schijnbaar of soms ook écht geïmproviseerde scènes, waarin we ook voelen hoe jongelui in het Parijs van de vroege jaren zestig hun leven doorbrengen in cafés in de buurt van de Place d’Italie, in de metro (waar ze Aragon zingen), achter het stuur van een oude Simca, terwijl ze avondlessen Engels volgen, al wandelend en al discussiërend.  De mannen gedragen zich als kleine kinderen, spelen gangstertje en cowboy & indiaantje.

Deze intussen meer dan een halve eeuw oude film toont tegelijk hoezeer de wereld is veranderd en hetzelfde is gebleven. Niet alleen in de eeuwige romantische perikelen, maar ook in verwijzingen die we opvangen van China als een gevaarlijk wordende grootmacht, het voorlezen uit een krantenartikel over Hutu en Tutsi slachtingen, het gissen naar de bedoelingen van een ongelukkig ogende jongen in de metro die misschien explosieven in zijn rugzak verbergt.

Stilte alstublieft

Wat vooral maakt dat 'Bande à part' er nog altijd zo fris uitziet is dat Godard deze film draait alsof hij terplekke de cinema aan het (her)uitvinden is. Een van die speelse elementen is hoe de regisseur met typografische vondsten gooit, al te beginnen bij de generiek, maar ook hoe hij zijn bijdrage tekent met ‘Jean-Luc Cinéma Godard’, het woord LIBERTE in de metro, de neonreclame NOUVELLE VAGUE in een nachtelijke winkelstraat.

'Bande à part' is tegelijk verheven literair (met Godard als offscreenverteller die vooral de gevoelens van zijn personages beschrijft) en ultracinematografisch. Godard is dan ook een regisseur die tegelijk extreem visueel is ingesteld maar ook bijzonder veel belang hecht aan de soundtrack, die beeld en geluid niet uitsluitend synchroon laat lopen - de realistische benadering - maar ook als aparte entiteiten ziet. Zoals dat magische moment wanneer het anders zo taterend trio zichzelf één minuut zwijgen oplegt en de regisseur Godard op dat moment ook alle geluid uitschakelt, zodat we ook de stilte ‘horen’.

Improvisatie

Het script van 'Bande à part' bedroeg slechts een twintig velletjes, misschien nog tamelijk veel voor een film van Godard, maar toch te weinig om een hele film mee te stofferen. Een frequent terugkerende angst bij Godard was dan ook dat hij de minimale speelfilmlengte niet zou halen. Vandaar het inlassen van opnamen waarin de personages aan het voorlezen zijn en de vele scènes die ter plekke geïmproviseerd werden. Een van de spanningen in de films van Godard is dan ook dat hij in de woorden van zijn biograaf Antoine de Baecque voortdurend twee registers bespeelt, het narratieve en het digressieve (‘la narration et la digression’). 'Bande à part', een film waarin de drie personages zich al improviserend door het leven slaan, bevat dan ook twee geïmproviseerde scènes die intussen echte anthologiemomenten zijn geworden: het trio dat in een café de Madison danst (samen met de twist een populair sixties dansje) en het record breekt om zo snel mogelijk door de zalen van het Louvre te rennen. Zo gelukkig voelde Karina zich tijdens deze door Godard zo liefdevol gefilmde dansscène dat ze later zou zeggen: "le film m’a sauvé la vie."

Vandaar ook de terechte opmerking van De Baecque dat er in 'Bande à part' "een volkomen gelijkwaardigheid is tussen het verhaal en de wijze waarop het verfilmd wordt, tussen de economie van de armen en de technische inventiviteit, tussen de vluchtigheid en de waarheid. Godard heeft de film gewild zoals hij zelf is, mal habillé."

Deze extreem persoonlijke film maakt geen brokken aan de kassa als hij in de zomer van 1964 in Parijs wordt uitgebracht. Ook de recensies waren lauw, met een paar uitzonderingen zoals Jean-Louis Bory die in Arts schrijft "Bande à part, ce sont, vues par Godard, les fiançalles de Franz Kafka et d’Alice au Pays des Merveilles."

‘Bande à part’. Donderdag 18 januari om 19.30 uur in Ciné-Club, Flagey, (Studio 5), Brussel.

Reservaties: www.flagey.be / www.cinematek.be

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur was. Sinds 2011 is hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s ‘Woman in a Twilight Garden’, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.
 

Online communicatie door Lavagraphics