World soundtrack awards

COVID-19: Info en maatregelen vind je hier

 
Duynslaegher gidst je door de film maudit, in Cinema Zed
Duynslaegher gidst je door de film maudit, in Cinema Zed Filmnieuws
deel dit artikel

In maart en april neemt Patrick Duynslaegher, filmkenner en verbonden aan Film Fest Gent, in een programma van Cinema Zed in Leuven de zogeheten ‘film maudit’ onder de loep, met lezing en vertoning van zes megalomane films die reputaties kelderden, studio’s aan de rand van de afgrond slingerden en soms echte lastercampagnes ontketenden. Maar die na het optrekken van de storm ongelofelijke films blijken te zijn, en soms zelfs meesterwerken.

Van sommige films is het productieproces dermate dramatisch en de ontvangst zo rampzalig dat ze wel vervloekt lijken. In de loop van de geschiedenis van de cinema is de ‘film maudit’ bijna een apart genre gaan vormen. En vaak blijkt dat deze fel besproken films hun slechte reputatie bijlange niet verdienen.

Ontdek in deze reeks van zes films de waanzinnige verhalen achter 'Cleopatra' (1963), de film die bijna 20th Century Fox de das omdeed; 'Zabriskie Point' (1970), ooit de Amerikaanse mislukking genoemd van Antonioni, nu erkend als een absoluut meesterwerk; de heroïsche anti-musical 'New York, New York' (1977) van Martin Scorsese; de ambitieuze, alom verketterde 'Exorcist sequel The Heretic' (1979); Steven Spielbergs ontspoorde oorlogssatire '1941' (1971); Michael Cimino’s beschimpte epische western 'Heaven’s Gate' (1980) dat de studio United Artists ten val bracht en daarmee de genadeslag toebracht aan de verworven vrijheden van het Nieuwe Hollywood.

Productieperikelen

De films zijn gekozen voor hun moeizame, soms legendarische productieprocessen, maar ook om de vaak ten onrechte slechte reputatie van die films, die vaak in verminkte of zwaar ingekorte versies in de bioscoop werden uitgebracht. De straffe verhalen over de draaiperiode en de productieperikelen worden belangrijker dan de film zelf, overstemmen de kwaliteiten van de films.

De filmgeschiedenis krioelt van zulke zogenaamde films maudits, films waar kennelijk een vloek op rustte. Denk aan 'Greed' (1923) van Erich von Stroheim die oorspronkelijk de onmogelijke lengte had van bijna 10 uur, maar door Irving Thalberg van MGM werd gereduceerd, of liever gemassacreerd, tot twee uur. Of Orson Welles’ 'The Magnificent Ambersons' (1942) die door de studio RKO danig werd ingekort en van een ander einde werd voorzien dat vloekt met de stijl en de bedoelingen van Welles. Of 'A Star Is Born' (1954) van George Cukor dat oorspronkelijk 182 minuten duurde maar met een half uur werd ingekort, waarbij enkele essentiële muzikale nummers met Judy Garland sneuvelden.

Duurste film aller tijden

De films die we we in dit programma tonen, werden geproduceerd toen de macht van de grote studio’s begon te tanen. De oudste film in de reeks, 'Cleopatra' (1963) van Joseph L.Mankiewicz werd vervaardigd terwijl 20th Century Fox in een grote crisis verkeerde en gebrek aan leiderschap had, waardoor de kosten waanzinnig opliepen. Deze nu nog altijd duurste film aller tijden veroorzaakte bijna het faillissement van de studio.

Vooral in de jaren zeventig van vorige eeuw kregen filmregisseurs een ongeziene macht. Daar kwam allemaal een einde aan met de jongste film in deze reeks, Michael Cimino’s 'Heaven’s Gate' (1981), dat een gigantisch commercieel fiasco werd dat niet alleen de producerende studio United Artists de genadeslag toebracht, maar ook het einde betekende van de vrij korte periode waarin de filmmakers zelf het voor het zeggen hadden in Hollywood.

De verhalen over de problematische productie en release van Michelangelo Antonioni’s 'Zabriskie Point' (1970), Martin Scorsese’s 'New York, New York' (1977), John Boormans 'Exorcist 2: The Heretic' (1977) en Steven Spielbergs '1941' zijn allicht minder bekend (1979) maar ze horen tot de moderne filmgeschiedenis en zijn extreme voorbeelden van de klassieke conflicten tussen ‘kunst’ en commercie, van spanningen tussen de studio en de filmmakers, van megalomane dromen die botsen op de financiële realiteit. Geen enkele van de gekozen films is een artistieke miskleun, maar de meesten waren wel een ramp aan de kassa.

Ook succescineasten 

En zelfs de meest succesvolle cineasten maakten wel eens een film maudit. Na de box-office triomfen 'Jaws' en 'Close Encounters of the Third Kind' kreeg Spielberg van Universal carte blanche. Wat er toen gebeurde gaat minder over een conflict tussen de visie van de studio en de vrijheid van de regisseur, dan om een gevierde filmmaker die met zichzelf overhoopligt: pas tijdens de opnamen van deze cartooneske satire over de paniek die zich van de bevolking meester maakt uit angst, na de verrassingsaanval op Pearl Harbor, voor een Japanse invasie van Californië, besefte Spielberg dat zo’n knettergekke, verwoestende slapstickkomedie niet zijn ding was. De film was opgevat als een Mad Magazine-achtige persiflage en stond haaks op de waarden die Spielberg in zijn vroegere (en latere) films propageerde. Spielberg kon niet anders dan de film tegen zijn zin afwerken, wat niet belet dat deze ‘mislukking’ zeer knappe staaltjes bevat van zijn immens vakmanschap. Vooral de actiescènes met miniatuurvliegtuigjes in een miniatuur Los Angeles, want anno 1977 was er natuurlijk nog geen sprake van C.G.I., zijn visueel magistraal.

Ook de groten van de Europese arthousecinema tekenden wel eens een film maudit. Antonioni, de grote Italiaanse modernist die de filmtaal vernieuwde, had plotseling een onvervalste hit met 'Blow-up', een echte arthousefilm waar het publiek anno 1966 nog voor in de rij stond.

Zoals elke grote studio eind jaren zestig wist ook Metro-Goldwyn-Mayer niet van welk hout pijlen maken. Ze maakten nog volop ouderwetse films voor een ouder publiek en omdat dit niet langer aansloeg, zochten ze wanhopig aansluiting bij de moderne jeugdcultuur, bij de nieuwe pop- en rockmuziek uit de jaren zestig, bij de politieke en maatschappelijke onrust en contestatie.  Ze dachten dat ze met Antonioni de regisseur binnengehaald hadden die wist hoe de massale jeugdbeweging te charmeren. Maar Antonioni maakte met 'Zabriskie Point' een extreem kritische film over Amerika als leeg consumptieparadijs en hij spaarde ook de protesterende jongeren niet. Dit gecombineerd met Antonioni’s gedurfde, anti-narratieve stijl zorgde voor een film die al veroordeeld was vooraleer hij in de bioscoop kwam. Terwijl het gewraakte resultaat toch maar een meesterwerk is waarin Antonioni als buitenstaander naar Los Angeles en Death Valley kijkt, wat pure pop-art en contemplatieve psychedelische cinema oplevert.

Met alle misdaadfilms die Scorsese maakte, wordt wel eens vergeten dat de regisseur van 'Taxi Driver' ook een grote musicalfan is. Als fervente cinefiel met een brede smaak lag het genre hem na aan het hart. Het paradoxale aan zijn musical 'New York, New York' is dat Scorsese een Bergman-achtig intens verslag van het spaaklopend huwelijk tussen twee egocentrische muzikanten (gespeeld door Robert DeNiro en Liza Minnelli) in beeld brengt als een grandioze hommage aan de hoogdagen van de Amerikaanse musical. Alles speelt zich dan ook af in een duidelijk nep studiodecor, maar binnen die kunstmatige en extreem gestileerde omgeving speelt zich een huwelijksdrama af vol rauwe emoties en uit het leven gegrepen pijn en ellende. Scorsese bouwde zijn film toe naar een extravagant en uitbundig muzikaal nummer in de stijl van de films van Liza’s vader Vincente Minnelli, maar deze sleutelscène werd bij de eerste release uit de film gekieperd en er later gelukkig weer aan toegevoegd.

Ook de visionaire Britse regisseur John Boorman heeft een onvervalste film maudit op zijn palmares. Boorman was al gevraagd om de eerste versie van 'The Exorcist' (uiteindelijk werd William Friedkin de regisseur) te draaien dus hij was vertrouwd met het materiaal. Na het megasucces van 'The Exorcist' wilde de studio, Warner, voor de sequel 'Exorcist II: The Heretic' opnieuw in zee gaan met Boorman die met 'Deliverance' een hit had gescoord. Wat de geldschieters niet voorzien hadden, was dat Boorman geen zin had om een enge horrorthriller te maken, wel een door de opvattingen van theoloog Teilhard de Chardin geïnspireerde cinematografische verkenning van metafysische kwesties. Het resultaat: een van de meest gehate maar ook meest fascinerende films van de jaren zeventig.

De essentie van deze reeks lezingen en film maudits is misschien wel dat Hollywood - en Amerika bij uitbreiding - een film definieert naar zijn financieel succes. Dat de box office de enige maatstaf is om het succes van een film te bepalen. Terwijl u zal zien dat deze vaak veelgesmade en ondergewaardeerde films het tegendeel bewijzen. 

Patrick Duynslaegher

'Cleopatra': maandag 2 maart, lezing (17:30) en film (20.00); donderdag 5 maart, film (16.00)

'Zabriskie Point': maandag 9 maart, lezing (17:30) en film (20:00); donderdag 12 maart, film (17:30)

'New York, New York': maandag 16 maart, lezing (16:30) en film (20:00); donderdag 19 maart, film (17:30)

'Exorcist II: The Heretic': maandag 20 april, lezing (17:30) en film (20:00); donderdag 23 april, film (17:30)

'1941': maandag 27 april, lezing (17:30) en film (20:00); donderdag 30 april, film (17:30)

'Heaven’s Gate': maandag 4 mei, lezing (17:30) en film (20:00); donderdag 7 mei, film (16:30)

Cinema Zed/ STUK Leuven. Alle info: www.cinemazed.be.

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s ‘Woman in a Twilight Garden’, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.
 

Online communicatie door Wisefools