World soundtrack awards
De officiële competitie: eenzaten, demonen en mix aan vertelstijlen
De officiële competitie: eenzaten, demonen en mix aan vertelstijlen
deel dit artikel

Personages die met de eigen demonen of met die uit de geschiedenis worden geconfronteerd, verschillende, soms exotische, manieren om een verhaal te vertellen en een crazy duik in de filmgeschiedenis. Dat alles en nog veel meer vinden we terug in de dertien films tellende competitie op Film Fest Gent. 

We beginnen met de lang verwachte ‘Muidhond’ van Patrice Toye. Het van pedofilie beschuldigde hoofdpersonage Jonathan wordt wegens gebrek aan bewijs uit de gevangenis vrijgelaten. Eenmaal terug thuis bij zijn moeder wordt hij geconfronteerd met zijn buurmeisje Bes. Jonathan weet dat hij uit haar buurt moet blijven maar zij zoekt hem op. Hij is vastbesloten om het gevecht aan te gaan met zijn demonen. ‘Muidhond’, de beste film van Patrice Toye is heftig en ophefmakend maar tegelijk sereen en universeel in het weergeven van de strijd tussen goed en kwaad. 

De demonen waartegen Ingimundur in de Ijslandse film ‘A White, White Day’ vecht zijn van een andere aard dan die bij Jonathan uit ‘Muidhond’. Ze hakken er wel even diep op hem in. Ingimundur is een ex-politieagent die een tijd na de dood van zijn echtgenote ontdekt dat ze wellicht een verhouding had. Zijn rouwproces wordt daardoor overhoop gehaald en de agressiviteit waarmee hij kampt wordt er niet minder op. Bij zoverre dat hij zijn kleindochter en oogappel Salka niet ontziet. Schuldgevoel verhoogt nog zijn ellende. In deze sfeerrijke film kunnen doden op bepaalde witte dagen nog praten met de levenden. In de film zit ook de timelapse van het jaar. Hoe regisseur Hlynur Pálmasason de twee jaar lang durende verbouwingswerken van Ingimundurs huis kleurrijk weergeeft is onuitgegeven. 

Geschiedenis

Met ‘Blanco en Blanco’ steekt er nog meer wit in de competitie. Maar met het wit in de titel stopt elke vergelijking tussen de Ijslandse film en de Chileens-Spaanse coproductie. De film van Théo Court speelt zich af op een Zuid-Amerikaans eiland waar Argentinië niets minder dan een slachting aanricht onder de plaatselijke bevolking. Een fotograaf, Pedro, maakt een portret van de jonge bruid van een landeigenaar en raakt stiekem in de ban van haar schoonheid. Dat komt hem duur te staan en Pedro wordt gedwongen om foto’s te nemen van de barbarij op het eiland. Of hoe in een ingetogen film een individu mee wordt gesleept in de donkere kant van de geschiedenis. 

'Martin Eden' wil in de gelijknamige film van Pietro Marcello de geschiedenis niet ondergaan. Integendeel, hij wil ze sturen door op de barricades te klimmen en het socialistisch gedachtengoed te propageren. Dat laatste is een uitvloeisel van zijn schrijver zijn. Maar vooraleer hij dat werd, maakte hij als gewezen scheepsknecht een intens groeitraject door. Daarbij geïnspireerd door Elena Orsini, het burgermeisje op wie hij verliefd werd. ‘Martin Eden’ is geïnspireerd op het gelijknamige boek van Jack London maar Pietro Marcello verplaatst de actie naar Napels en gooide de tijdslijn op een intelligente manier door elkaar. 

Zuid-Amerika

Nog meer hedendaagse geschiedenis vinden we in ‘La Llorona’ (De wenende vrouw) van Jayro Bustamante. De legende wil dat de wenende vrouw tussen hemel en aarde ronddoolt nadat ze wanhopig haar kinderen in de rivier gooide toen haar man haar in de steek liet. Bustamante koppelt een en ander aan de genocide tijdens de burgeroorlog in Guatemala en aan het lot van een daarbij betrokken veroordeelde generaal. In zijn gezin komt immers een nieuwe huishoudster in dienst. Is zij de verpersoonlijking van de Llorona? Magie en realisme plus een vleugje horror zorgen voor een fascinerende mix. Bustamante won eerder al met ‘Ixcanul’ de grote prijs op FFG en is nu lid van de jury die de kortfilmcompetitie zal beoordelen.

Met ‘Monos’ van Alejandro Landes verlengen we ons verblijf in Zuid-Amerika. We maken kennis met een bende jonge huurlingen die bezig zijn met een harde training. In dienst van een niet nader genoemde Organisatie. Tussendoor krijgen ze de opdracht te zorgen voor een koe en voor een zekere Doctora, een Amerikaanse gijzelaar. Met de het verdwijnen van de instructeur verdwijnt ook de groepsgeest en ontaardt alles in machtspelletjes. Onduidelijkheid is troef in ‘Monos’ maar je ziet wel een cocktail van elementen uit onder andere Werner Herzog’s oeuvre, uit ‘The River’, uit ‘Deliverance’. Landes had slechtere bronnen kunnen kiezen en het geheel oogt spectaculair. 

Tijdens de competitie kan je geruisloos overschakelen van het Zuid-Amerikaanse magisch-realisme naar de Afrikaanse verteltrant door over te stappen naar ‘Atlantique’ van Mati Diop. Geesten, spoken, djinn’s en zelfs zombies spelen een rol in een film die moeilijk actueler en urgenter kan zijn. De Senegalese Mati Diop heeft het immers over de vluchtelingencrisis. Haar hoofdpersonage heet Ada en hoewel ze als bruid beloofd werd aan Omar wordt ze verliefd op bouwvakker Suleiman. Die probeert samen met zijn vrienden zijn geluk te beproeven in Spanje en steekt de oceaan over. Ada heeft het moeilijk met het totaal onverwachte afscheid. Na een tijd verschijnt Suleiman plots opnieuw ten tonele. Hoe kan dat nu? Het levert boeiende en soms schrijnende cinema op. 

En terwijl we van het ene continent naar het andere aan het hiphoppen zijn, waarom geen uitstap naar Mongolië en naar ‘Öndög’ van Wang Quan’an? De titel betekent ‘Ei’ en de film begint met het vinden van een lijk. De politie komt ter plaatse om dat te bewaken. Een herderin houdt een agent gezelschap en uiteindelijk wordt deze vrijgevochten vrouw het hoofdpersonage. Maar onderschat de rol van haar kameel niet. Als er een prijs voor de kleurenpracht in een film bestond, dan stond de winnaar vast. Zo iets zie of zag je zelden, voeg daarbij een bijna abstract decor en je hebt een film vol spirituele magie. 

Onder de hoofdpersonages in de competitiefilms zitten er hoofdzakelijk individuëen en eenzaten. De Franse film ‘Douze Mille’ van Nadège Trebal is de enige waarin een man-vrouw relatie aan bod komt. De man, Frank, heeft net zijn job als zwartwerker verloren en wil niet op de kap leven van zijn geliefde Maroussia, moeder van drie kinderen. Om zijn liefde voor haar te bewijzen zal hij ver van huis werk zoeken en slechts terugkeren als hij 12.000 euro heeft verdiend. Net zoveel als zij op een jaar voor haar kinderen krijgt. Aanvankelijk loopt niet alles van een leien dakje maar uiteindelijk verdient Frank veel meer. Maar dat is tegen de afspraak...Op de begingeneriek staat de naam van een choreograaf. Hart vasthouden is evenwel niet nodig... de dans tussen Frank en Maroussia wil je zo terugzien...Nadège Trebal valt in het oog te houden en maakt ze het niet als regisseur dan zeker als actrice. Als Maroussia is een brok soms provocerende vitaliteit. 

Genrefilms

Liefhebbers van genrefilms hebben nu al een ticket gekocht voor de sciencefictionfilm ‘Little Joe’ van Jessica Hausner en voor de animatiefilm ‘J’ ai perdu mon corps’ van Jérémy Clapin. In ‘Little Joe’ heeft Jessica Hausner het onder meer over genetische manipulatie. Alice die voor een bedrijf werkt dat nieuwe plantensoorten ontwikkelt, slaagt erin om een bloem te ontwikkelen die, als je er aan ruikt, mensen gelukkig maakt. Ze heeft de bloem de naam van haar zoon Little Joe. Als ze echter een bloem naar huis mee neemt, begint alles mis te lopen. Omdat de competitie draait rond het gebruik van de muziek en sounddesign in de film, is ‘Little Joe’ hier meer dan op zijn plaats. 

Stijl en originaliteit zijn dan weer de troeven van ‘J’ai perdu mon corps’, de hartenkreet van een hand die op een gruwelijke manier van iemand werd afgerukt. Die hand gaat op zoek naar de rest van het lichaam. Het idee voor de film komt uit de roman ‘Happy End’ van Guillaume Laurant die ook ‘Le fabuleux destin d’Amélie Poulain’ schreef. Parijs gezien vanuit het standpunt van een afgehakte hand, je moet het maar aandurven als idee. En als je dat nog op een indrukwekkende en originele manier tekent en animeert, verdien je alle lof. Clépin krijgt die. 

De crazy duik in de filmgeschiedenis kan je nemen dankzij ‘Zeroville’ van James Franco. De film speelt zich af in het Hollywood van de jaren zestig en zeventig maar er is geen gelijkenis met het door Quentin Tarantino beschreven Hollywood uit zijn jongste film ‘Once Upon a Time in Hollywood’. James Franco speelt de rol van Vikar, een filmbuff die het absoluut wil maken in filmwereld. Hij mag als setbouwer aan de slag en klimt op tot monteur. Tegen dan kan hij realiteit en droom nog nauwelijks uit elkaar halen. Filmquizzers kunnen hun filmkennis testen door met Vikar in dialoog te gaan. 

Nadien is het tijd om naar huis te gaan en zeker niet de laatste bus- of metrohalte te missen. Dat overkomt Khadija in ‘Ghost Tropic’ van Bas Devos. Op weg naar huis ontmoet ze verschillende mensen en krijgen we een indringend beeld van een nachtelijk Brussel en van personages die onze hoofdstad bevolken. In een prachtige meditatieve stijl brengt Bas Devos mens en stad tot leven. Zijn film is minder rigoureus dan zijn ‘Hellhole’ en dus ook hoopvoller. Ergens wacht een paradijselijk eiland. Als het reisbureau niet failliet gaat tenminste. 

Raf Butstraen

Voormalig filmrecensent - met 33 jaar filmgeschiedenis op de teller - Raf Butstraen schrijft voor Film Fest Gent.

Online communicatie door Lavagraphics