World soundtrack awards
Berlinale zoekt grond onder de voeten
Berlinale zoekt grond onder de voeten Filmnieuws
deel dit artikel

Niet de Chinese algemene favoriet ‘So Long, My Son’ van Wang Xiaoshuai maar wel de meer polariserende Israëlische ‘Synonymes’ van Nadav Lapid kreeg van juryvoorzitster Juliette Binoche de Gouden Beer op de slotavond van de 69ste Berlinale. Uitschieters waren er niet op de laatste editie onder leiding van Dieter Kosslick maar wel veel films over mensen die soms letterlijk, soms figuurlijk op zoek waren naar grond onder hun voeten.

Yoav, het hoofdpersonage van ‘Synonymes’ schudt gedegouteerd de Israëlische grond van zijn schoenen en zoekt met de hulp van een woordenboek een nieuw leven op Franse bodem. Hebreeuws wil hij niet meer spreken. Maar Parijs is allesbehalve herbergzaam. Gelukkig krijgt Yoav hulp van een jong en rijk Frans koppel. Zij gidsen hem een beetje door de Franse administratie maar Yoav botst op de limieten van zijn nieuw gedroomd vaderland. Op zijn gebonk op deuren komt geen antwoord.

In ‘Synonymes’ verwerkt regisseur Nadav Lapid zijn eigen ervaringen toen hij “gedreven door een innerlijke stem” Israël verliet voor het land van Napoleon, Zinedine Zidane en Jean-Luc Godard. Het geeft zijn film een persoonlijke toon maar overstijgt die niet altijd. ‘Synonymes’ is voor ons een film van fragmenten. Er zijn er schitterende bij maar niet alles werkt. Soms sputtert de turbo die alles aandrijft. Uiteraard opent Lapids film je ogen en legt hij de vinger op de wonde bij integratieproblemen. Nieuwkomer Tom Mercier is zo indrukwekkend als Yoav dat je nauwelijks merkt dat bepaalde personages niet zo goed uit de verf komen. Hopelijk helpt de Gouden Beer de niet evidente film aan een verdeler. 

Postproductieproblemen 

Bij de favorietenrol van ‘So Long, My Son’ werd telkens opnieuw de vraag gesteld hoe de jury zou omgaan met de terugtrekking van ‘One Second’ de nieuwste film van Zhang Yimou. Dat gebeurde officieel wegens technische postproductieproblemen. Een mooi eufemisme voor last minute Chinese censuur? Zhang Yimou’s terugkeer naar de Chinese Culturele Revolutie, waar hijzelf slachtoffer van werd, lag na veel censuurobstakels overwonnen te hebben, nog net iets te gevoelig om de eindmeet in Berlijn te halen.

Een film van een Chinese collega bekronen werd dan ook delicaat. Juliette Binoche en haar collega’s schudden een Salomonsoordeel uit de mouw. De twee hoofdacteurs Yong Mei en Wang Jongchun kregen respectievelijk de Zilveren Beer voor beste actrice en beste acteur en zo kwam ‘So Long, My Song’ op het Berlinale palmares. De bekroonden vertolken een ouderpaar dat door de stommiteit van een ander kind een zoon verliest. Beide families moeten leren omgaan met verlies, schuld en verzoening. Regisseur Wang Xiaoshuai kadert een en ander in dertig jaar politieke en sociale geschiedenis in China en dat levert een ongewoon boeiende film op waarin kritiek, onder meer op de eenkindpolitiek in China, niet wordt gespaard. Jammer dat het brave, alles-komt-goed-einde de impact van de film verzwakt. Het leverde de regisseur wel een uitreisvisum op. 

Kerk in opspraak

Naar verluidt speelde Juliette Binoche niet alleen een hoofdrol in het toekennen van de Gouden Beer maar evenzeer bij het bekronen van François Ozons ‘Grâce à Dieu’ met de grote prijs van de jury. Actualiteitswaarde kan je deze film over kindermisbruik in de kerk niet ontzeggen. Hij komt immers in omloop op het ogenblik dat kardinaal Barbarin van Lyon terechtstaat wegens nalatigheid en schuldig verzuim in de pedofiliezaak tegen priester Bernard Preynat. Deze laatste probeerde zopas tevergeefs de filmrelease in Frankrijk te verhinderen en in de zaak tegen kardinaal Barbarin valt de uitspraak op 7 maart.

Wie van Ozon een schandaalfilm verwacht, is eraan voor de moeite. Ozon verzamelde drie getuigenissen over Preynat en werkt die stuk voor stuk sober uit zodat de kijker zelf kan oordelen over de verwoestingen die de pedofiele priester aanrichtte bij zijn slachtoffers. Ozon laat woord en beeld voor zichzelf spreken en hij haalt er persoonlijk geen kunststukjes mee uit. Zijn soberheid speelt in zijn voordeel maar zijn terechte verontwaardiging speelt hem toch parten want naar het einde toe is hij nogal breedvoerig in het uiteenzetten van de actieplannen tegen het aartsbisdom Lyon. Leuk om weten is dat Ozon voor alle veiligheid de kerkscènes in ons land draaide. Preynat zelf verschijnt in het najaar voor zijn rechters en de film onderstreept dat hij tot dan ‘presumed innocent’ is. 

Het waargebeurde verhaal van ‘Grace à Dieu’ is exemplarisch voor andere dergelijke competitiefilms op de Berlinale. ‘Mr. Jones’ van Agnieszka Holland is een andere want zij vertelt het verhaal van de uit Wales afkomstige journalist Gareth Jones die erin slaagde om Hitler te interviewen en raadsman werd van de Britse gewezen eerste minister Lloyd George. Hij trok naar Rusland om Stalin te ontmoeten maar werd in de Oekraïne geconfronteerd met een door Stalin georganiseerde hongersnood die miljoenen levens zou kosten. Jones bracht een en ander aan het licht maar werd door sommigen amper geloofd. Zijn hallucinant levensverhaal had een betere regisseur verdiend dan Agnieszka Holland want zij verfilmt het vlak en inspiratieloos. En toch sta je soms ademloos te kijken naar iets dat in onze tijden zonder veel twijfel als fake news zou worden afgedaan. Dat geeft ook ‘Mr. Jones’ actualiteitswaarde. 

Onhandelbaar kind

Dat twee van de drie Duitse competitiefilms een Zilveren Beer wonnen, schrijven fans toe aan Dieter Kosslick. Hij selecteerde ze immers en, meer nog, hij verzoende de Duitse film met de Berlinale. Dat laatste is niet helemaal onjuist. Maar het was wel degelijk de jury die Angela Schanelec tot beste regisseur bekroonde voor haar ‘I Was at Home, But’ een perplex slaande film waarin je na veel gepeins het verhaal ontwaarde over de dertienjarige Phillip die zomaar verdwijnt en pas na een week terug bij zijn moeder Astrid opduikt. Het gevolg van de dood van zijn vader? Velen breken er nog altijd hun hoofd over.

Anderen zijn meer gelukkig met de Alfred Bauer prijs, genoemd naar de eerste Berlinale-directeur, die naar Nora Fingscheidt ging voor haar ‘System Crasher’. De negenjarige Benni is een schoolvoorbeeld van een onhandelbaar kind. Ze lijkt karakterieel gestoord en past in geen enkel systeem. Niemand krijgt ooit vat op haar. Ze gaat van pleeggezin naar instelling en omgekeerd. Alleen in Kenia zou er een mogelijkheid bestaan om haar min of meer in het gareel te krijgen. Maar botst die Benni niet voortdurend tegen een glazen plafond? 

Nora Fingscheidt toont hoe machteloos een zorgsysteem kan staan tegenover kinderen bij wie niemand een toegangssleutel vindt. Benni’s door merg en been gaande geschreeuw en protest is niet alleen een uitbarsting van woede maar ook om aandacht en liefde. Maar of dat voldoende is om Benni iets van een normaal leven te geven? Het is Fingscheidts verdienste om niet voor een cliché oplossing te kiezen. Met de Frans Bauer prijs bekroont de jury een film die vernieuwende perspectieven heeft of biedt. 

Familie & gezin

En de derde Duitse competitiefilm? Die werd geleverd door de bekende Fatih Akin. Zijn ‘The Golden Glove’ over de Hamburgse seriemoordenaar Fritz Honka die in de jaren zeventig een viertal prostituees vermoordde die hij in ‘De Gouden Handschoen’ bar in Hamburg had ontmoet, kwam in de vergeetputten van de Berlinale terecht. Akins poging om Fassbinder-gewijs schoonheid aan rottigheid te paren, kwam in Berlijn op een koude steen terecht. Er werd openlijk naar de zin van een dergelijke film gevraagd en het wordt langzaam duidelijk dat Akin de man van één film blijft. Zijn indertijd met een Gouden Beer gelauwerde ‘Gegen die Wand’ blijft voorlopig zijn eerste en laatste meesterwerk. 

Vooraf werd gesteld dat familie en gezinsverbanden een van de thema’s van de Berlinale zou worden. ‘System Crasher’ bevestigt dat. Want de verwrongen relatie van Benni en haar moeder is mogelijk een van de oorzaken van Benni’s hysterisch gedrag. Haar moeder maakt het er ook naar: onevenwichtig, moreel aan de grond, drankmisbruik. De onmacht is schrijnend. Ook die van hen die het beste voorhebben met Benni. 

In dat familiespectrum van de Berlinale neemt ‘I Was at Home, But’ een soort middenplaats in en met ‘Piranhas’ van Claudio Giovannesie belanden we opnieuw naar een ander uiterste, dat van de misdaad. Het met een Zilveren Beer bekroonde scenario is gebaseerd op ‘La Piranza dei Bambini’ van Roberto Saviano die wereldwijd bekend werd door zijn ‘Gomorra’. Ook Giovannesie’s film is gebaseerd op actuele gebeurtenissen en gaat over vijftienjarige jongeren die in Napels de maffiapraktijken van de ouderen te lijf gaan. Ze willen vrede en rust brengen waar angst en afpersing heersen. Daarbij schuwen ze echter het kwaad en het wapengeweld niet. Met een ongeziene escalatie als gevolg. 

Verwaarloosd

Allemaal netjes gedaan en gebracht maar voor de scenarioprijs kwamen betere en vooral originelere films in aanmerking. Denk maar aan de Macedonische ‘God Exists, Her Name Is Petrunija’ over een vrouw die het lef heeft om in het water te springen bij een typisch mannelijke ceremonie. Naar aanleiding van Driekoningen gooit een orthodoxe priester een kruis in de ijskoude rivier en mannen duiken ernaar. Dat zij een jarenlange traditie doorbreekt en in vraag stelt zorgt voor heel wat commotie. Deze bijtende satire op hedendaagse exclusief mannelijke toestanden kreeg talloze supporters maar lag voor sommigen wat voor de hand. 

Een Zilveren Beer voor Teona Strugar Mitevska, regisseur van ‘Petrunja’ had anders het percentage vrouwelijke bekroningen nog wat verhoogd. Waar 41 procent van de competitiefilms door vrouwen werd geregisseerd gaat 37 procent van de prijzen naar vrouwen. Ook de Oostenrijkse Marie Kreutzer en haar ‘The Ground Beneath My Feet’ werd door de jury vergeten. Zij heeft het over Lola die als herstructureringsconsulente een briljante carrière maakt maar tegelijk geconfronteerd wordt met een zus die in een psychiatrische instelling aftakelt. Lola doet er alles aan om dat voor de buitenwereld verborgen te houden. Of ze dat kan volhouden is een andere zaak. In sommige aspecten is deze film complementair aan ‘Toni Erdmann’.

Nog door de jury verwaarloosd: ‘Öndög’ (Ei) een Chinees-Mongoolse film met drie verschillende verhalen met een sterke vrouw als middelpunt, prachtig gefilmd en vol mythische allusies. Uit Anatolië kwam nog ‘A Tale of Three Sisters’ over een vader met drie dochters die elkaar hun toekomstdromen vertellen. Maar ook die tilden het competitieniveau niet naar omhoog. 

Geslaagde knokpartij

Wie zijn heil buiten competitie zocht werd onder meer beloond met een ontroerende ‘Amazing Grace’. In feite een filmisch verslag van de opname van Aretha Franklins gelijknamige gospelplaat uit 1970 en geregisseerd door Sidney Pollack. Deze geweldige documentaire zette op het einde de Berlinale in vuur en vlam en Agnés Varda gaf met haar ‘Varda par Agnès’ een filmles om niet licht te vergeten.

Je had er Dieter Kosslicks openingsfilm de bloedeloze ‘The Kindness of Strangers’ van Lone Scherfig bijna door vergeven. Hij bewees zijn laatste Berlinale geen dienst door deze ‘vriendendienst’. En zijn initiatief om leden van de AfD (Partei Alternative für Deutschland) een gratis ticket te geven voor een film over het getto in Warschau veroorzaakte aan de zaal een knokpartij van jewelste. Op vlak van samenhang tussen kunst en politiek was deze Berlinale wel zijn meest geslaagde editie.

Raf Butstraen

Voormalig filmrecensent - met 33 jaar filmgeschiedenis op de teller - Raf Butstraen schrijft voor Film Fest Gent.

Online communicatie door Lavagraphics