Kinepolis ING
World soundtrack awardsWSA
One Shot Cinema november: '54: The Director’s Cut'
One Shot Cinema november: '54: The Director’s Cut' One Shot Cinema
deel dit artikel

Een nieuwe maand, een nieuwe One Shot Cinema! Samen met KASKcinema vertoont Film Fest Gent maandelijks een festivalfilm die niet in het reguliere bioscoopcircuit te zien is. Je kan op woensdagen in november aanschuiven voor ’54: The Director’s Cut’, een reconstructie van wat regisseur Mark Christopher écht voor ogen had toen hij in 1998 zijn homo-erotisch getinte film maakte over de legendarische New Yorkse disco-tempel uit de seventies.


 

One Shot Cinema november: '54: The Director’s Cut'

De recensent van The New York Times sloeg de spijker op de kop toen hij destijds zijn recensie van '54' eindigde met de doodsteek: ‘it feels like a crudely patched-together collection of notes for a project that got lost in the cutting-room floor.’

Want inderdaad, de film die je toen zag, was slechts een verwaterde versie van de film die Mark Christopher wel opgenomen had maar die nooit werd vertoond omdat het productiehuis Miramax, of meer bepaald Harvey ‘Scissorhands’ Weinstein, er brutaal de schaar in zette, er ruim een half uur uit gooide, er nieuwe scènes aan toevoegde en dan het hele zootje liet hermonteren.

Christopher schilderde in '54' de driehoeksverhouding tussen drie vrienden: de hulpkelner Shane O’Shea (Ryan Phillippe), de barman Greg (Breckin Meyer) en het vestiaire meisje Anita (Salma Hayek) tegen de achtergrond van de glitter, de glamour, de hype en de door drugs gestimuleerde seks van de beroemdste danstempel uit de disco-jaren: de Studio 54 in New York. We zijn eind jaren zeventig, net voor de AIDS-epidemie toeslaat, en zoals met de afstand van de jaren zal blijken, een periode waarin het ongeremd en onbezonnen nastreven van genot een laatste hoogtepunt bereikt in stroboscopische bacchanalen ondersteund en opgeklopt door een beukende disco-beat; de film wordt dan ook voortgestuwd door een bonte catalogus van vintage disco hits van Chic, Sylvester, Grace Jones, Blondie en Thelma Houston.

Het hele fenomeen van de Studio 54 wordt gezien door de verbaasde - en verblinde - ogen van Shane O’Shea, een naïeve 19-jarige jongeling uit New Jersey, een nobody die het in de club van zijn dromen tot barman-met-blote-torso schopt en op die manier zelf een halve ster wordt onder de beau monde van het celebrity circuit in Manhattan.

Een van de vaste rituelen bij een bezoek aan Studio 54 was dat de homoseksuele eigenaar en impresario Steve Rubell (Mike Meyers) er tussen de lange rij wachtenden eigenhandig de uitverkorenen uitplukte. Op zekere dag valt zijn wellustige blik op de knappe provinciejongen Shane, die wel heel snel beseft dat niet zijn cocktail shaken maar wel zijn perfecte lichaam zijn toegangskaartje biedt tot de decadente en zeer exclusieve disco party scene in the Big Apple. Een bewonderaarster met wie hij later ook de lakens deelt beschrijft zijn aanlokkelijke fysiek als het lijf van Michelangelo’s David met een gezicht van Botticelli erop geplakt. En, om het Italiaanse referentiekader nog even aan te houden: hoofdrolspeler Ryan Phillippe oogt als een argeloze blonde adonis die plotseling in een moderne versie van Fellini’s Satyricon wordt geslingerd. Eventjes geniet Shane van de illusie dat hij door het bedienen van de rock-, film- en popculturele idolen (Andy Warhol en Truman Capote waren graag geziene gasten) zelf een celebrity is. En uiteraard worden we na de onderdompeling in vele tonelen van cocaïnesnuiven en polymorfe seksuele losbandigheid met een zedenlesje naar huis gestuurd: onze jonge held proeft de leegheid van het disco-hedonisme en beseft dat hij voor de upper-class elite niet meer is dan een fraai wegwerpproduct.

Het vervelende van de eerste bioscoopversie van '54' was dat de zedenverwildering van het cliënteel en het hoerig gedrag van de protagonist zo zedig en schuchter in beeld werden gebracht, dat je nog nauwelijks een idee had van de narcistische energie en euforie van de uitgaanscultuur van de late jaren zeventig van vorige eeuw. De film werd nog min of meer van de ondergang gered door de vertolking van Mike Meyers als Steve Rubell, de baas van de Studio 54, een outsider uit de lage middenklasse die zich zelf uitgesloten voelt van de rich & famous kliek die zich in zijn zaak verdringt en hier gekarakteriseerd wordt als een zielig tragikomisch personage. (Rubell overleed in 1989. Over de nog levende mede-eigenaar Ian Schrager - die na een herbronning in de gevangenis een tweede kans kreeg, Philippe Starck onder de arm nam en in New York het concept boetiekhotels lanceerde - werd toen en wordt ook nu niet in de ‘definitieve’ versie, met geen woord gerept).
In de gekuiste versie die Miramax eind vorige eeuw in de zalen uitbracht, schoot van de hitsig bedoelde ménàge à trois niet veel meer over en was van Shane’s biseksualiteit al helemaal niks meer te bespeuren.

Hoe het zover is kunnen komen, heeft veel te maken met de manier waarop van Amerikaanse films testscreenings georganiseerd worden. In plaats van proefvertoningen te geven in grote stadscentra, hadden deze sneak previews plaats in shopping malls in Long Island, waar de reacties van het publiek verdeeld waren en homofobe stemmen veel sterker klonken.

Harvey Weinstein nam dit allemaal zeer ter harte en probeerde er de scherpe kantjes af te vijlen. Wat niet noodzakelijk altijd met seks te maken had: in de oorspronkelijke montage stal Shane geld uit de kassa en werden er racistische opmerkingen gemaakt.  Om de film wat opbeurender te maken, werd er een enthousiaste commentaarstem aan toegevoegd waarin dingen die we ook zelf wel konden zien, nog eens extra benadrukt werden, in de stijl van: ‘Steve was so fucking smart. I mean, you’d have to be some kind of genius to take a dirty, wet basement and turn it into a VIP room celebrities would kill to get into.’  Er werden gauw nog enkele nieuwe scènes ingeblikt waarin de Feds bewijzen verzamelen om Rubell als fraudeur te kunnen ontmaskeren. Er is ook de toevoeging van een nieuwe subplot met Neve Campbell als een braaf meisje uit New Jersey dat het tot soap ster schopt en de grote liefde wordt van Shane die hierbij van alle gelijkslachtige ballast bevrijd lijkt. Om de toeschouwer met een goed gevoel naar huis te sturen, sleurde Weinstein er ook nog een kunstmatig happy end bij: een one-night-only reünie party in de club nadat Rubell zijn gevangenisstraf voor belastingontduiking heeft uitgezweet. Het ergste voor Christopher en zijn cast was dat ze gedwongen waren om deze nieuwe scènes op te nemen en dit tegen een extra kost van 4 miljoen dollar, wat het totale budget deed oplopen tot 13 miljoen dollar.

Jarenlang bleef de regisseur dromen van een gerestaureerde versie en bewaarde hij angstvallig de high quality videokopieën van de rushes. Met een bevriende monteur assembleerde hij eerst een onevenwichtige bootleg versie van hoe 54 er had moeten uitzien. Intussen was Miramax doorverkocht aan Disney, waren de Weinstein broers opgestapt en was er bij Miramax eindelijk iemand om Christopher zijn film te laten monteren.

Voor de Director’s Cut die in februari op de Berlinale in première ging, werden 25 minuten reshoots geëlimineerd terwijl 36 minuten van het oorspronkelijke materiaal weer ingelast werden, inbegrepen een scène waarin Shane zijn baas probeert te verleiden in de kelders van de club. De partners met wie Shane nu naar bed gaat zijn niet langer allemaal vrouwen, waardoor de essentie van de film veel transparanter wordt en het portret van een panseksuele opportunist verschijnt. Tenslotte restaureert deze Director’s Cut ook een aantal grappige dialogen, zoals in een scène waar een getrouwde hetero klaagt dat gezien de biseksuele sfeer in Studio 54 hij geen schijn van kans maakt om model te worden. ‘I’m too short and I don’t suck cock,’ vat hij het samen. Waarop zijn vrouw hem troost met de woorden: ‘Well, there’s nothing you can do about being short.’

Onder de noemer 'One Shot Cinema' vertoont Film Fest Gent samen met KASKcinema maandelijks een festivalfilm die niet in het reguliere circuit te zien is. Deze maand met ’54: The Director’s Cut’ door Mark Christopher, 1998-2015, 106 min.

One Shot Cinema
woensdag 18 november en woensdag 25 november telkens om 20u.30
@ KASKcinema, Godshuizenlaan 4, 9000 Gent
€5 / €3 (reductie) / Film Fest Friends mogen gratis naar de screening!

 

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur was. Sinds 2011 is hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s ‘Woman in a Twilight Garden’, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.
 

Online communicatie door Lavagraphics