Kinepolis ING
World soundtrack awardsWSA
Grote Scorsese retrospectieve in Cinematek
Grote Scorsese retrospectieve in Cinematek Filmnieuws
deel dit artikel

Ter gelegenheid van de door Film Fest Gent georganiseerde tentoonstelling 'Martin Scorsese', die nog tot 26 januari te zien is in het Caermersklooster, brengt CINEMATEK een eerbetoon aan een van de grootste naoorlogse Amerikaanse cineasten.

Klik hier voor het volledige programma.

 

CINEMATEK presenteert u de lange fictiefilms van Martin Scorsese en een greep uit zijn korter werk en documentaires.

Gedurende heel zijn carrière draaide Scorsese documentaires. Al in 1970 maakte hij Street scenes over anti-Vietnambetogingen, een film die de regisseur liever niet meer laat circuleren. Zijn concertregistratie annex documentaire The last waltz geldt als een van de boeiendste muziekfilms. Maar zijn carrière als documentarist kwam vooral de jongste tien jaar tot volle bloei, met een opvallende nadruk op populaire muziek. George Harrison: Living in the material world is een breed geschakeerd portret van de ex-Beatle, terwijl Scorsese in Feel like going home in West-Afrika op zoek gaat naar de wortels van de Amerikaanse bluesmuziek. In Shine a light staan The Rolling Stones centraal, al is het, op een documentaire proloog na, vooral een concertfilm.

Ondanks de kwaliteiten van deze documentaires is Scorsese vooral geliefd om zijn fictiefilms. Al in de jaren 70 werd hij gezien als een van de sterkhouders van New Hollywood, al was hij als verstokte New Yorker uiteraard een buitenbeentje. In België kwam de erkenning voor Scorsese nog vroeger: met zijn korte film The big shave - een gruwel voor elke man die wel eens een scheermesje hanteert - won hij in 1967 de grote prijs op het EXPRMTL festival van het Belgisch Filmarchief in Knokke.

Het was van bij het begin duidelijk dat Scorsese geloofde in de kracht van een sterk beeld en zijn hele carrière lang zou hij alle filmparameters ten volle manipuleren en bespelen. Het is het resultaat van een filmopvoeding waarin zowel de klassieke Hollywood cinema, het Italiaanse neorealisme als het Europese modernisme van de jaren 60 een belangrijke rol speelde. Scorsese kent zijn klassieken en is niet bevreesd dat te tonen. Of om er zelfs een remake van te draaien: The departed (naar de Hong Kong-trilogie Infernal affairs) en Cape fear. In het recente Hugo eerde hij filmpionier Georges Méliès.

Vanaf zijn langspeeldebuut Who’s that knocking at my door is Scorseses filmwereld doordrenkt van een katholiek zondebesef, een gevoel dat er bij de regisseur ingehamerd is - hij was heel dicht bij een priesterroeping - en dat ook prominent aanwezig is in Mean streets. Het zijn z’n meest autobiografische films, maar de Italo-Amerikaanse gemeenschap uit New York is wel vaker het decor van Scorseses werk, zoals in het gefictionaliseerde portret van Jack LaMotta, Raging bull, of het maffia-epos Goodfellas.

Maar Scorsese brak even vaak uit dat New Yorks-Italiaanse cocon. Met zijn katholieke achtergrond kwam het niet onverwacht dat Scorsese The last temptation of Christ verfilmde, al was zijn Dalai Lama-film Kundun wel een verrassing. Met The age of innocence en Gangs of New York bewees hij dat hij ook moeiteloos oerdegelijke kostuumdrama’s kon inblikken. Komedie is niet het genre dat meteen met Scorsese gelinkt wordt, maar The king of comedy en After hours (zijn laatste film die minder dan twee uur duurde!) bewezen dat hij ook dat genre in de vingers had. Dat en nog veel meer moois van Martin Scorsese: in januari en februari te (her)ontdekken in CINEMATEK.

Klik hier voor het volledige programma.

Online communicatie door Lavagraphics