VAF Kinepolis ING
World soundtrack awardsWSA
Festivalfilm op DVD: The Master
Festivalfilm op DVD: The Master Filmnieuws
deel dit artikel

Gelukkig leeft de vorig weekend overleden Philip Seymour Hoffman - misschien wel de beste Amerikaanse acteur van de laatste vijftien jaar - voort in een aantal onsterfelijke vertolkingen. Bijvoorbeeld in zijn magistrale uitbeelding van een Scientology-achtige leider in The Master, waarmee Hoffman zijn vermogen demonstreerde om diep in de gefolterde ziel te graven van een archetypische excentrieke Amerikaan die ook een geschifte idealist blijkt.

Festivalfilm op DVD: The Master

The Master is zo veel meer dan een ontstaansgeschiedenis van een naar Scientology verwijzende zelfhulpreligie. Het is een ambitieus en opmerkelijk origineel en gedurfd intiem epos over een keerpunt in de Amerikaanse geschiedenis. En een nieuwe grote brok cinema van meester regisseur Paul Thomas Anderson.

Paul Thomas Anderson debuteerde in 1996 bescheiden met Hard Eight, een film die meteen zijn meesterschap etaleerde en vier van de vijf films die hij sindsdien draaide kunnen gerust mijlpalen genoemd worden in de Amerikaanse cinema van de laatste vijftien jaar.

Sinds Boogie Nights (1997) zit de liefhebber van gedurfde, intelligente en grensverleggende narratieve Amerikaanse cinema met ongeduld op elke nieuwe film van Paul Thomas Anderson te wachten. Na Magnolia (1999), Punch-Drunk Love (2002) en There Will Be Blood (2007) was het reikhalzend uitkijken naar de zesde film van de meest getalenteerde Amerikaanse regisseur van zijn generatie. 
The Master zal de fans van Anderson zeker niet teleurstellen, al dreigt deze rigoureus persoonlijke en radicale film wel de toeschouwer te ontgoochelen die hoopt dat Anderson in de eerste plaats een ontluisterend drama over Scientology heeft gemaakt.

Zodra de film in productie ging, gonsde het over de geruchten dat dit de eerste grote Hollywoodfilm over Scientology zou worden. En alhoewel experten er snel bij waren om de duidelijke verwijzingen maar ook de meer verborgen allusies naar deze omstreden religie in kaart te brengen gaat The Master niet expliciet over de oprichter van de Scientology-beweging L.Ron Hubbard. Waarover de film dan wél gaat, is niet een twee drie te zeggen. The Master is tegelijk een portret van een veranderend Amerika, een filosofische fabel, een Freudiaans drama en een beschouwing over macht en onderwerping. Meer nog dan in zijn vorige films raakt Anderson allerlei thema’s aan die hij niet op een conventionele manier dramatiseert, maar waar hij met een open onderzoekende geest tegen aan kijkt, alsof hij met het maken van de film zelf aan het ontdekken is waarom het materiaal in kwestie hem dermate obsedeert.


Zoals alle sleutelfilms van Anderson (Boogie Nights, Magnolia, There Will Be Blood) gaat The Master over een vader-zoon relatie tussen twee mannen die geen vader en zoon zijn en waarvan een beweert de waarheid (of kennis) in pacht te hebben, terwijl de ander probeert richting te geven aan zijn bestaan.
Joaquin Phoenix speelt een marinier, Freddie  Quell die fel beschadigd uit de Tweede Wereldoorlog is gekomen. Phoenix brengt een buitengewoon fysieke vertolking zodat je niet alleen de trauma’s van zijn gekwetst personage voelt, maar ook het onvoorspelbare en gevaarlijke van zijn gedrag en de zelfkwelling die zijn bestaan ondraaglijk maakt.

Emotioneel is hij een wrak en lijkt hij een makkelijk te manipuleren prooi voor de charismatische leider van een vage kleine sekte - de zelfhulpreligie The Cause - die hij tijdens een betoverende nacht toevallig ontmoet op een party op een jacht verlicht als  een kerstboom. Zo onzeker, onverzorgd en doelloos Quell is, zo zelfzeker, smetteloos en gemotiveerd is Longworth Dodd (Philip Seymour Hoffman). Terwijl Freddie er maar niet in slaagt om zelfs de meest elementaire bevredigende sociale contacten te hebben, glorieert Dodd in de loyale bewondering van zijn vrouw en het absoluut vertrouwen van zijn volgelingen.  

De band die tussen de twee mannen ontstaat en het onvermijdelijk feit dat een van hen de ander moet verraden, vormt de dramatische en emotionele ruggengraat van de film en is afwisselend of tegelijkertijd fascinerend, verbazend, raadselachtig, logisch en dubbelzinnig.  Nu eens zijn ze meester en pupil, dan weer psychiater en patiënt. Waarom precies deze twee mannen zich aangetrokken voelen tot elkaar,  blijft tot op zekere hoogte een mysterie en het is dankzij de twee persoonlijkheden van de hoofdrolspelers en hun totaal tegengestelde stijl (of ‘method’ in het geval van Phoenix) van acteren, dat hun bijna neurotische band spannend en intrigerend blijft. Er is zelfs een latente homoseksuele subtekst in hun relatie, wat misschien door de makers niet zo is bedoeld en zeker ook niet verder ontwikkeld wordt. En het feit dat Phoenix zelf een acteur is die worstelt met zijn identiteit en toekomst als acteur, geeft aan zijn rauwe vertolking nog een extra filmische dimensie.

Zo dominant is dit mannelijke duo dat je zou vergeten dat de film ook nog een paar sterke vrouwenrollen te bieden heeft: Amy Adams als Dodds echtgenote die geen eigen leven lijkt te hebben en alleen voor de bevrediging (in alle betekenissen van het woord) van haar man moet zorgen; Ambyr Childers als Dodds dochter die zich tegen Freddie keert wanneer hij niet op haar avances ingaat en Laura Dern als een van Dodds high society groupies.

Anderson laat veel in het ongewisse. Hij legt weinig uit en vertikt het om voor de hand liggende zaken te dramatiseren. De toeschouwer moet grotendeels zelf de film invullen. In plaats van alles tot in den treure met handen en voeten uit te leggen  en goed en kwaad lijnrecht tegenover elkaar te zetten (twee van de basisprincipes van de klassieke Hollywood dramaturgie) schetst Anderson alleen maar een kader, zet hij lijnen uit en raakt hij thema’s aan waar we zelf verder ‘onze’ film moeten mee maken.
Het kader of algemeen klimaat waarin het summier verhaal zich ontwikkelt is de verandering die zich na een vernietigende oorlog meester maakt van de V.S. In het Amerika van de late jaren veertig, vroege jaren vijftig krijgen mensen meer behoefte aan spiritualiteit, wat het mogelijk maakt dat een figuur als Longworth Dodd. zo diep in het weefsel van de Amerikaanse samenleving weet te infiltreren.  Behalve misschien voor Tom Cruise of John Travolta is het voor eenieder duidelijk dat Dodd die zichzelf ook een ‘schrijver, arts, kernfysicus en theoretische filosoof’ noemt, in de eerste plaats een charlatan is, maar Anderson weigert hem openlijk te veroordelen of belachelijk te maken. Hij mag dan nog platitudes spuien of zijn zelfbeheersing verliezen bij tegenspraak van een scepticus op een fuif van gefortuneerde geldschieters, dankzij het charisma van Hoffman zit je met een heimelijke bewondering  te kijken hoe een zelfpromotor als Dodd met van de pot gerukte ideeën gewone lieden tot fanatieke discipelen weet te kneden die geloven dat hun ziel al biljoenen jaren bestaat.

Bovenal is The Master een film van een begenadigd cineast die het lef heeft om binnen het Amerikaanse systeem afwijkende en twijfelende films te maken die veel zaken in de Amerikaanse samenleving in vraag stellen zonder daar vernietigende conclusies aan vast te knopen. Gewend _verslaafd zelfs _als we zijn aan keurig gedefinieerde dramatische en emotionele conflicten, is The Master  een film die ons voortdurend lijkt te ontglippen, die regelmatig een andere richting uitgaat dan verwacht. Dat onze aandacht en klimmende fascinatie nooit afneemt, is te danken aan de dwingende filmtaal die Anderson hanteert.  Zo zweverig sommige ideeën ook lijken, zo strak en eenvoudig is de mise-en-scène. Met overwegend statische shots, tot op de millimeter gemeten beeldkaders en weinig camerabeweging. Meestal zijn die bewegingen dan nog ‘onzichtbaar’ (omdat de camera gewoon de personages volgt of verliest) maar als er dan toch een opvallende beweging in een shot zit , is dit vaak van een grote visuele kracht. Zoals die camerazwenking over een jacht dat tijdens de nacht een bocht maakt onder de Golden Gate brug van San Francisco en tergend langzaam uit het beeld verdwijnt.  (Om zijn beelden nog preciezer en grootser te maken, draaide Anderson zijn film op 65 mm.) Anderson maakt ook op uitgekiende momenten fors gebruik van overhead shots die een hele situatie krachtig samenballen, zoals bij de strandscènes waar de film mee opent. Hij weet ook in gewone conversaties, therapeutische sessies en psychologische kruisverhoren een grote spanning en dynamiek te leggen en wisselt binnenskamers krachtmetingen van Dodd en zijn volgeling af met meer spectaculaire rivaliteiten, zoals de motorfietsritjes in de Bijbelse setting van een eindeloze vlakke woestijn.
Zonder ooit in zuigende nostalgie te vervallen vatten Anderson en DOP Mihai Malaimare Jr. met hun zacht kleurpalet de hoogdagen van Kodachrome. De reconstructie van de jaren vijftig is elegant maar heeft ook oog voor de middle class bekrompenheid en seksuele repressie van het nieuwe Amerika van de suburbs in de naoorlogse economische heropleving. De spanningen in de zenuwoorlog tussen Dodd en zijn proefkonijn en protégé Freddie wordt krachtig ondersteund door Johnny Greenwoods briljante modernistische score die samen met de geluidseffecten een echt sonisch landschap vormt waarin ook de innerlijke wereld van de personages tot leven komt. Een opmerkelijke soundtrack bij een even opmerkelijke en unieke film die geen enkele filmliefhebber mag missen.

Extra’s.
Een tweede schijfje telt drie bonussen die zowel meer achtergrond geven bij de productie als tonen waar Paul Thomas Andersons ten dele zijn inspiratie vandaan haalde. De minst originele bonus is het acht minuten lang Behind the Scenes filmpje met korte montages van diverse set- en locatieopnamen. Van een heel ander kaliber is Back Beyond waarin een verplicht nummertje _ de deleted scenes _ op een verrassende en vernieuwende manier gepresenteerd wordt. In  plaats van een genummerde opeenvolging van geschrapte scènes, worden deze verwijderde scènes hier gemonteerd tot een soort kortfilm van twintig minuten, met een eigen muziektrack van Johnny Greenwood en een voice over die soms van andere scènes afkomstig is.

En dan is er dé bonus waarmee niet alleen de film maar ook deze extra’s een viersterrenquotering krijgen: Let There Be Light (1946), de één uur lange legendarische documentaire van de grote John Huston over de behandeling van getraumatiseerde W-O II veteranen in het General Hospital van Brentwood, Long Island. Deze film was een productie van de filmafdeling van het Amerikaanse leger en was bedoeld om het Amerikaanse publiek te tonen dat shellshock slachtoffers niet geestesziek of laf waren. De klinische manier waarop Huston toont hoe de zieke soldaten onder invloed van hypnose hun traumatische ervaringen opnieuw oproepen was echter zo rauw en onthutsend dat de militaire opdrachtgevers de film ongeschikt vonden om in het victorieus Amerika vertoond te worden. Deze schokkende documentaire bleef decennia lang op de plank liggen en werd pas in 1980 voor vertoning vrijgegeven. Omwille van de hypnotherapie die de veteranen ondergaan en de overeenkomsten met de pseudowetenschappelijke hypnose experimenten van Dobbs, was Let There Be Light een van de belangrijke inspiratiebronnen voor Paul Thomas Anderson.

THE MASTER
Van Paul Thomas Anderson
VS
2012
132 min.
Film: ****
Extra’s: ****
(A-Film)

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur was. Sinds 2011 is hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s ‘Woman in a Twilight Garden’, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.
 

Foto's

Film Fest Gent
Film Fest Gent
Film Fest Gent
Film Fest Gent
Film Fest Gent
Film Fest Gent
Online communicatie door Lavagraphics