Nieuws
26/06/2012
DVD-tip: Novecento
Bron: Filmfestival
Bertolucci’s magnum opus mag dan nog als een een naïef marxistisch prentjesboek bestempeld worden, het biedt ook grandioze cinema zoals nu zelden of nooit meer te zien is, zeker niet in de Italiaanse cinema. Novecento was al eens eerder op dvd uitgebracht, maar dan wel in een editie van inferieure beeldkwaliteit. Deze nieuwe uitgave van Lumière doet de buitengewone Technicolor fotografie van Vittorio Storaro de eer aan die ze verdient. Want dit mag dan nog de meest ideologisch beladen film van Bernardo Bertolucci zijn, ook dit epos van onbeschroomde communistische propaganda, is in de eerste plaats het werk van een geraffineerd beeldkunstenaar.
In de sensuele en flamboyante vormgeving die Bertolucci zo na aan het hart ligt, speelt Storaro een doorslaggevende rol. De regisseur bepaalt zelf de lyrische cameravoering vol pirouettes die wel op visuele aria’s lijken, maar het licht laat hij volledig over aan zijn favoriete D.P.(ze maakten samen ook Il Conformista, Strategia del Ragno, Ultimo Tango a Parigi, La Luna, The Last Emperor, The Sheltering Sky, Little Buddha).
Hoe drammerig en politiek naïef dit fresco over het ontstaan, het verzet tegen en uiteindelijk de _utopische _triomf van het Italiaanse plattelandscommunisme van 1900 tot net na de tweede wereldoorlog ook is, Bertolucci blijft bovenal een onverbeterlijke estheet. Je kan je zelfs afvragen of hij het communisme nog zo cool zou vinden zonder al die rode vaandels, wimpels, sjaaltjes, opschriften en lijkwaden die de schitterend gechoreografeerde optochten beheersen, met als apotheose de vreugdedans van het volk onder een reusachtige lappendeken van rode vlaggen bij het van zijn voetstuk halen van de gehate, met het fascisme meeheulende padre padrone tijdens de euforie van de bevrijding. (Ook in een latere film, The Last Emperor, was Bertolucci nog geen klein beetje gefascineerd door de esthetische aantrekkingskracht van de parades van Mao’s terreur zaaiende Rode Garde).
Novecento is een van die ambitieuze megalomane superproducties over de Grote Geschiedenis die zelf ook een felbewogen geschiedenis achter de rug heeft. Ik herinner me nog levendig de dag in mei 1976 dat ik de film zag tijdens de officiële avondvertoning op het filmfestival van Cannes. Wegens de buitensporige lengte van 320 minuten werd tussen het Primo en Secondo Tempo een lange pauze ingelast, zodat het opgetutte galapubliek uitvoerig kon dineren in de chique restaurants rond het (oude en intussen afgebroken) Palais du festival. Om dan met een volle maag weer van Bertolucci’s Rode Symfonie te kunnen genieten. Dat deze meer dan vijf uur durende lofzang aan het plattelandsproletariaat en de klassenstrijd uitgerekend in première ging op een van de meest exclusieve plekken aan de Franse Riviera, was de logische bekroning van de paradox die de hele productie beheerste: dat de duurste propagandafilm voor de socialistische revolutie in grote mate gefinancierd werd door twee grote spelers van het hyperkapitalistische Amerikaanse studiosysteem: United Artists, dat via zijn Europese poot Artistes Associés de film produceerde, en 20th Century Fox dat de Amerikaanse distributierechten kocht.
Het feit dat een Hollywood major geldschieter speelde, was natuurlijk om problemen vragen bij de Amerikaanse release. Geen enkele bioscoop wilde de film uitbrengen in zijn originele lengte, zodat Bertolucci zich gedwongen zag om zijn oorspronkelijke versie te hermonteren in een cut van vier uur die pas een jaar na de wereldpremière in Cannes op het Film Festival van New York in Noord-Amerikaanse première ging. Bertolucci vertelde gretig dat het niet om een gemutileerde versie ging, dat hij de lange Europese versie als een rough cut beschouwde en dat deze nieuwe montage voor de Amerikaanse markt in feite een verfijning was van het origineel. Ik heb altijd geloofd dat Bertolucci dit vooral vertelde om geen gezichtsverlies te lijden en te redden wat er te redden viel.
Het is in ieder geval deze integrale versie die Lumière op dvd uitbrengt.
Novecento was Bertolucci’s eerste film na het overweldigende wereldwijd schandaalsucces van Last Tango in Paris en het immense verschil tussen die twee films blijkt al meteen uit de contrasterende picturale inspiratie voor de begingeneriek: terwijl Bertolucci’s meest private en Freudiaanse film Last Tango in Paris opent met een existentiële wanhoop uitschreeuwende diptiek van Francis Bacon, gaat zijn meest sociaal en politiek bewuste werkstuk van start met het trage uitzoomen op een schilderij _ in puur socialistisch realistische stijl _ van een heroïsche boerenoptocht.
Nagenoeg de hele film is een flashback en speelt zich af in de geboortestreek van de in 1940 in Parma geboren cineast: de vruchtbare landbouwprovincie Emilia-Romagna in Noord Italië. In de eerste scènes zien we hoe Italië op 25 april 1945 van het fascisme wordt bevrijd en de boerenbevolking de overwinning viert terwijl de partizanen de laatste zwarthemden verdrijven. Een knaap dringt in de grote woning van de landeigenaar binnen, bedreigt de bezitter met zijn geweer en roept: ‘er zijn geen bazen meer.’
Meteen hebben we het centrale idee van deze epische productie: de vernietiging van il figura del padrone. Dan zet Bertolucci de klok vijfenveertig jaar terug om de lange voorgeschiedenis van de victorieuze landbouwers te tekenen.
Bertolucci ontleent zijn verhaaltechnieken aan de negentiende-eeuwse roman. Twee zonen zien vlak na elkaar op dezelfde dag van het jaar 1901 (de Italiaanse titel Novecento betekent niet het jaar 1900 maar de twintigste eeuw) op hetzelfde landgoed het levenslicht. Het is ook de dag dat Verdi stierf en de schaduw van deze toondichter kleurt vaak de opera-achtige dramatiek, met de Italiaanse pleinen die vaak als een podium worden gebruikt. Olmi is de bastaardkleinzoon van de pachter en Alfdredo is de kleinzoon van de patriarch van het landgoed. De pachter (Sterling Hayden) en de grondbezitter (Burt Lancaster) zijn knecht en meester, maar toch bestaat er nog een hechte band tussen die twee omdat ze beiden het product zijn van hetzelfde land en ook als symbool van het verleden tot verdwijnen gedoemd zijn _ in hun aangrijpende sterfscènes worden ze trouwens door Bertolucci met dezelfde egards behandeld.
Hun kleinkinderen groeien samen op, richten kattenkwaad uit, delen hun eerste seksuele avontuurtjes en zijn zich nauwelijks van de klassenkloof bewust. De toenemende sociale onrust drijft ze echter uit elkaar drijft het ambivalente van hun vriendschap naar een tragi-komische climax. Alfredo (Robert De Niro) verzaakt aan zijn jeugdidealen, gedoogt het fascisme dat de heersende klasse handhaaft en het socialisme bestrijdt, terwijl vechtlustige Olmi (Gerard Depardieu) op de barricaden van de sociale omwenteling vecht en samen met zijn militante vrouw en onderwijzeres (Stefania Sandrelli) aan de toekomst van het socialisme bouwt.
Bertolucci voert ons in het tweede deel van zijn film mee naar een van de donkerste periodes van de moderne Italiaanse geschiedenis, als de fascisten met de hulp van kerk en kapitaal het oprukkend communisme de pas afsnijden. Met name het duivelspaar Attila en Regina, gespeeld door Donald Sutherland en Laura Betti, incarneren het absolute kwaad. Rentmeester Sutherland mag in een van de meest schokkende scènes een onschuldig kattenjong met een kopstoot tegen een muur tot moes slaan. En tijdens het trouwfeest van Alfredo en Ada (Dominique Sanda) vergrijpt het paar zich aan een knaap die ze vervolgens tijdens hun diabolische liefdesroes met zijn hoofd tegen een muur te pletter slaan, om vervolgens de aanranding en moord in de schoenen van de communisten te schuiven.
Zoals Visconti in The Damned, Liliana Cavani in Night Porter en vooral Pasoloini Salo e le Centoventi Giornate di Sodoma (1975) associeert Bertolucci hier het fascisme met allerlei extreme seksuele uitspattingen. Zo deugdzaam en kuis de onderdrukte boerenpopulatie en het partizanenleger is, zo sadistisch pervers zijn de zwarthemden.
Hoe briljant de massascènes ook geregisseerd zijn (met als hoogtepunt een plan-séquence waarin het leger op de Po-vlakte een boerenopstand probeert neer te slaan), Bertolucci bewijst vooral zijn meesterschap in het uittekenen van de individuele drama’s en hij is zoals vanouds vooral in topvorm als hij er de decadentie duimendik mag opsmeren. Terwijl de boeren vrij eendimensionaal zijn, worden de meest verfijnde exemplaren van de aristocratie treffend en vaak aandoenlijk getypeerd. De mooiste scènes in de film zijn geserveerd voor de sublieme introductie van het personage van de wispelturige en vrijgevochten Ada (Dominique Sanda). De wijze waarop Bertolucci tergend langzaam haar gelaat onthult (dat lang verborgen blijft onder haar pas gewassen lange haren), even plagend begeleid door een van de mooiste thema’s uit Ennio Morricone’s machtige score, is cinema om stil bij te worden. Een even raadselachtig en typisch Bertolucciaans personage is Ada’s beschermheer (én Aldredo’s excentrieke) oom Ottavio, een hedonistische homoseksuele dandy die alleen met zwarthemden in aanraking komt om aan cocaïne te geraken en zich tijdens een Siciliaans uitstapje tot een Baron Von Gloeden achtige levenskunstenaar ontpopt die kiekjes maakt van naakte jongelingen die bosgoden moeten uitbeelden.
Novecento zal wellicht de aanhangers van Marx en Gramsci meermaals de haren ten berge doen rijzen, maar cinematografisch is het een vaak weergaloos somptueus kijkspel, een epos dat voortdurend zwalpt tussen de lyriek van Dovjenko en de sensuele generositeit van Renoir, tussen de revolutie prekende dweepzucht van de klassieke Sovjetfilm en de bigger than life glamour van de Hollywoodse familiesaga.
Patrick Duynslaegher
NOVECENTO
Bernardo Bertolucci
It.; 1977; 302 min.
Lumière Classics
Film: ****
Extra’s: 0


























